Transsiberian




Brad Anderson zorgde een viertal jaar geleden voor een aangename
verrassing op het festivalcircuit met ‘The Machinist’, een
sfeervolle thriller waarin een pre-‘Batman Begins’ Christian Bale
zijn ribben en talent showde met een vertolking in de “50 kilo of
minder”-categorie. In de gewone zalen zorgde ‘The Machinist’ niet
echt voor ophef, maar Andersons naam als regisseur om in de gaten
te houden, was wel gemaakt. Nu, na vier jaar geld te scharrelen bij
voornamelijk Spaanse investeerders en episodes van tv-reeksen te
draaien om rond te komen in de tussentijd, keert Anderson terug met
‘Transsiberian’. De visuele flair van ‘The Machinist’ is terug, en
sporadisch voel je wel de zekere hand van de regisseur in
sfeervolle scènes, maar het geheel is te ongeloofwaardig en
conventioneel om echt te kunnen overtuigen.

Woody Harrelson en Emily Mortimer spelen de hoofdrollen als Roy
en Jessie, een Amerikaans koppel dat op de terugreis is van enkele
weken humanitair werk in China. In plaats van het vliegtuig terug
naar huis te nemen, besluiten ze eerst – nu ze daar toch zijn – de
roemruchte Transsiberische spoorweg af te reizen: van Peking naar
Moskou op acht dagen, de langste treinreis ter wereld. Onderweg
maken ze kennis met de overduidelijk onbetrouwbare Carlos
(overduidelijk voor iedereen in het publiek, maar uiteraard niet
voor Roy en Jessie), en zijn vriendin Abby, twee rugzaktoeristen.
Wanneer Roy een tijdlang gescheiden raakt van de anderen, dringt
Carlos zich steeds meer aan Jessie op. Wat is zijn bedoeling? Wilt
hij Jessie alleen maar opvrijen, of heeft hij nog meer sinistere
plannen?

In tegenstelling tot de postmoderne, licht-Lynchiaanse
mindfuck die Anderson afleverde met ‘The Machinist’, keert
de regisseur zich ditmaal naar een veel oudere en meer algemeen
vertrouwde traditie: de treinthriller. Tegenwoordig zijn ze steeds
zeldzamer geworden – want hoe vaak maak je in de 21ste
eeuw nog een treinreis van meer dan een paar uur? – maar in de
hoogdagen van Hitchcock en Agatha Christie-verfilmingen waren ze zo
goed als dagelijkse kost, met moord, ontvoering en verkrachting
tussen twee coupés. Vooral de geest van Hitchcock hangt
nadrukkelijk over ‘Transsiberian’ te sluimeren, met een premisse
die knipoogt naar ‘The Lady Vanishes’ en nevenpersonages die
evenveel ambiguïteit uitstralen als die in eender welke thriller
van the master of suspense (Carlos en Abby zijn niet wie
of wat ze pretenderen te zijn, zoveel is duidelijk, maar wat
betekent dat dan precies voor Roy en Jessie?). ‘Transsiberian’ is
een klassiek geconstrueerde film, die duidelijk werd opgesteld
volgens de regels van het spel zoals die ooit werden vastgelegd
door Hitch en co.

Tijdens het eerste uur werkt dat ook wel. We krijgen een
intrigerende proloog waarin Russisch politie-inspecteur Ben
Kingsley de moord op een drugdealer onderzoekt, en daarna laat
Anderson op een mooie manier de naïviteit van zijn hoofdpersonages
contrasteren met onheilspellende voortekens van de problemen die
zullen volgen. Terwijl Roy dolenthousiast vertelt over de Russische
spoorwegen (waar hij schijnbaar eindeloos veel over weet), zien we
de politie met drugshonden door het middenpad van de wagon lopen –
wat geen rechtstreeks plotpunt is, maar de kijker wel op z’n hoede
houdt. ‘Transsiberian’ bouwt de spanning mooi op naar het
onvermijdelijke moment waarop de crisis definitief los zal barsten.
Het probleem is alleen dat wanneer dat dan eindelijk gebeurt, de
film ook meteen wegzinkt in een steeds diepere poel aan
ongeloofwaardigheid. Een film als deze is altijd een beetje een
goocheltruc, met de regisseur als illusionist die je tijdens de
eerste helft de andere richting probeert te doen uitkijken, om dan
plotseling een konijn uit z’n hoge hoed te halen. Anderson doet je
effectief naar de andere kant kijken, dat is geen probleem, maar
wanneer je terugkijkt, blijkt dat zijn konijn aan een ernstig geval
van mixomatose te lijden heeft. Oké, da’s een ver gezochte
metafoor, maar u volgt me wel.

Zoals wel vaker in dit genre, lijken de personages
ogenblikkelijk alle logica en gezond verstand overboord te gooien
zodra ze in de problemen raken. Het is moeilijk om daar voorbeelden
van te geven zonder plotpunten weg te geven, maar laat ons zeggen
dat zelfs een filmpersonage wel mag begrijpen dat je niet van de
politie kunt gaan lopen op een rijdende trein (of je moet er al
afspringen, maar een eerdere scène maakte al duidelijk hoe
belachelijk moeilijk het is om zelfs maar een raampje op een trein
te openen wanneer dat de plot goed uitkomt). Tijdens z’n tweede
helft merk je continu dat er duchtig aan de intrige wordt getrokken
en gesleurd om het toch maar allemaal in de richting te forceren
die Anderson uit wil. En natuurlijk is élke thriller wel een beetje
geforceerd, maar hier werkt de regisseur zich langzaam maar zeker
naar de ridiculiteit toe.

Dat alles neemt niet weg dat de visuele stijl, in navolging van
‘The Machinist’, indrukwekkend is (zeker voor het beperkte budget
dat Anderson ter beschikking had), met efficiënt gebruik van kil
wit licht en vale, afgebleekte kleuren die de troosteloosheid van
de omgeving suggereren. Het Oostblok zal in de cinema nog wel
enkele decennia lang geassocieerd worden met armoede, lugubere
kerels in leren vesten die je op simpel verzoek een goedkope
prostitué of een orgaan kunnen verkopen, en kolerieke
babouchka’s die hun frustratie met jarenlange
communisitische onderdrukking in het gezicht van onschuldige
Amerikanen uitschreeuwen als ze niet uitkijken. Hier is dat niet
anders – Anderson speelt in op dezelfde vage xenofobie als pakweg
‘Hostel’, zij het dan wel met iets meer goede smaak en iets meer
talent.

Emily Mortimer heeft verreweg de interessantste rol als Jessie,
een vrouw die er vroeger een wilde levensstijl op nahield, maar nu
gesettled is met kerkganger Roy. Mortimer laat de emotionale bagage
van haar personage mooi sluimeren op de achtergrond van elke scène
waar ze in zit, wat de illusie van diepgang weet op te wekken in
een oppervlakkig personage. Woody Harrelson heeft minder geluk: hij
mag de typische naïeve Amerikaan spelen, die kinderlijk enthousiast
en stomverbaassd is over vrijwel àlles wat hij ziet (jeetje, kijk
daar, een locomotief!), en op geen enkel moment dreigt door te
hebben dat er misschien wel vreemde dingen aan de gang zijn.
Harrelson krijgt maar weinig om mee te spelen, maar slaagt er zelf
ook niet in om iets aan de rol toe te voegen. Woody uit ‘Cheers’ is
nooit ver weg. Naast hen is de belangrijkste bijrol weggelegd voor
Ben Kingsley, die hier zijn standaard Russisch accent bovenhaalt en
op z’n dooie gemakje door de film slentert, in de wetenschap dat
hij hier nog geen honderdste van zijn talent moet aanspreken.
Enfin, na ‘The Love Guru’ is dit alvast weer een stap in de juiste
richting – hoewel na ‘The Love Guru’ zelfs een reclamespot voor
aambeienzalf een stap in de juiste richting zou zijn geweest.

‘Transsiberian’ is een sporadisch intrigerende thriller die
aanvankelijk ergens naartoe lijkt te gaan, maar zich uiteindelijk
toch maar beperkt tot het voor de hand liggende. Ik veronderstel
dat het op de gemiddelde zaterdagavond aanvaardbaar amusement kan
betekenen, maar van een regisseur die iets boeiends als ‘The
Machinist’ wist te maken, verwacht je nu eenmaal net iets meer dan
dat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 3 =