Step Brothers




Het is altijd pijnlijk om je helden los te laten. Will Ferrell,
niet bepaald de meest geliefde komiek bij de rest van de
enola-redactie, wist me altijd wel te bekoren met zijn uitzinnige
typetjes, absurde improvisaties en hilarische kapsels. Hij bewees
bovendien met het bloedmooie ‘Stranger than Fiction’
dat hij ook een ontroerende tragikomische smoel kon opzetten. ‘Step
Brothers’ is echter business as usual voor Ferrell. In het
nochtans door Judd Apatow (‘The 40 Year Old Virgin’,
‘Knocked Up’)
geproduceerde en door Adam McKay (‘Anchorman’, ‘Talladega Nights’)
geregisseerde vehikel doet Ferrell zijn manchild-nummertje
net iets te doorzichtig en makkelijk over, ondanks de aanstekelijke
chemie tussen hem en John C. Reilly. Misschien wordt het eens tijd
om op te groeien? Of toch tenminste iets minder enthousiast de
rooskleurige balzak bovenhalen om het publiek aan het lachen te
brengen.

Brennan (Will Ferrell) is een bijna-veertiger die nog steeds
inwoont bij zijn moeder (Mary Steenbergen). Dale (John C. Reilly)
is een veertiger die nog steeds onder de vleugels van zijn vader
(Richard Jenkins) vertoeft. Wanneer de alleenstaande ouders
verliefd worden, worden Brennan en Dale stiefbroers. Correctie,
stiefbroers die elkaar niet kunnen uitstaan. Ze moeten
noodgedwongen een slaapkamer delen, kampen allebei met de meest
geschifte vorm van slaapwandelen ever en gedragen zich
eigenlijk eerder als idiote veertienjarigen dan als volwassen
mannen. Dale’s vader krijgt er genoeg van en dreigt de overrijpe
jongens buiten te gooien als ze niet snel een job vinden. De
situatie loop echter uit de hand wanneer Dale en Brennan ontdekken
dat ze eigenlijk ook beste vrienden kunnen zijn.

Ik zou een grote leugenaar zijn mocht ik zeggen dat ‘Step Brothers’
niet een klein beetje herkenbaar is. Met een kommetje cornflakes
voor de tv hangen om naar Steven Seagal-films te gapen, pompoenen
karategewijs kapotmeppen en moeten vluchten van de pestkoppen op
school. Pijnlijke flashbacks, maar het team achter ‘Talladega Nights’
brengt wel een bizar overtuigende evocatie van het leven als
ettertieners. Dat die spastische pubers met een consequent
volgehouden deadpan-tronie vertolkt worden door Will Ferrell en
John C. Reilly maakt de premisse alleen maar geiniger. Maar daar
komt ook de achilleshiel van ‘Step Brothers’ bloot te liggen. Het
blijft allemaal een beetje hangen bij een nauwelijks uitgewerkt
concept. ‘Als we Will Ferrell en John C. Reilly nu eens twee mannen
laten spelen die zich nog steeds gedragen als strontverwende
tienerjongetjes?’ hoor je de studiobonzen al brainstormen op de
vergaderingen. Een flinterdun idee – met potentieel voor de
dankbare improvisaties waar de heren absoluut heer en meester in
zijn – maar je moet er dan ook wel iets mee aanvangen.

Als ‘Step Brothers’ dan toch een grinnik uitlokt, dan is dat de
verdienste van het spel tussen Ferrell , die eigenlijk beter is als
aangever , en John C. Reilly, die met zijn unieke karakterkop al
grappig is zonder een woord te zeggen. Het verhaaltje en de manier
waarop de komedie wordt opgezet is even verfijnd en subtiel als een
Saturday Night Live-sketch, maar wanneer de acteurs de
geïmproviseerde dialogen op elkaar afvuren, vindt de slackerkomedie
tempo, schwung en energie. Enkel Will Ferrell kan een zangstem
hebben die een kruising is tussen Jezus en Fergie en alleen John C.
Reilly kan met een gladgestreken gezicht dingen zeggen als
‘that was me on 6, you do not want to see me at 10!‘. In
combinatie met een paar compleet van de pot gerukte situaties (de
beste vrienden-montage, de dubbele sollicitatie, de por te
volare-eindscène) levert ‘Step Brothers’ dan toch die enkele
dijenkletsers op die veel meer aanwezig waren in ‘Anchorman’ en
‘Talladega
Nights’
. Will Ferrells komedies worden pas grappig als ze er
volledig over gaan, als de ad rem dialogen geen steek houden en het
verhaal zo absurd wordt dat je alleen maar kan meesurfen op de
what the fuck-golven. ‘Step Brothers’, dat zich situeert
in een fletse suburbia-omgeving, blijft op dat vlak veel te braaf
en conventioneel.

En lang niet alle gags en slapstickgrollen zijn geslaagd. Een
schetenmop blijft flauw, ook als is het misschien de langste
schetenmop uit de geschiedenis van schetenmoppen, terwijl aan een
versteende drol likken een behoorlijk vies zicht is en eerder
thuishoort in een mislukte Farrelly-komedie. Producer Judd Apatow
is gekend voor zijn mix van ranzig en zoet, maar bij ‘Step
Brothers’ blijft toch vooral het goedkope ranzige hangen. Komt daar
nog bij dat op Ferrell en Reilly na eigenlijk niemand grappig of
interessant is, terwijl de vorige Ferrell-komedies net uitpuilden
van de leuke cameo’s en bijrollen, zoals Steve Carell in ‘Anchorman
en Sacha Baron Cohen in ‘Talladega Nights’.

Zelfs de vonken tussen de gretige hoofdrolspelers kunnen deze ode
aan de eeuwige jeugdige onzin niet redden van een luizig uitgewerkt
concept en repetitieve humor die meer verveelt dan amuseert.
Misschien dan toch de beste oneliner van de film meegeven als
positieve afsluiter? ‘I just want to roll you up into a little
ball and shove you in my vagina’
. En dan moet je er de
verbouwereerde reactiesmoel van John C. Reilly bij voorstellen. Een
blijvertje, in tegenstelling tot de rest van de film.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − 2 =