The Lost Weekend

Voor een regisseur die vrijwel uitsluitend
geassocieerd wordt met komedies, is het opvallend hoe lang het
duurde voordat Billy Wilder écht van start ging met het genre dat
hem zou definiëren. De eerste tien jaar van zijn carrière waren
slechts sporadisch om mee te lachen: alleen ‘The Major and the
Minor’ was een volbloed komedie, omringd door misdaadfilms (zijn
debuut, ‘Mauvaise Graine’, en natuurlijk ‘Double Indemnity’),
oorlogsfilms (‘Five Graves to Cairo’) en, in het geval van ‘The
Lost Weekend’, zelfs een volbloed melodrama. Zowel
alcoholfabrikanten als anti-alcoholpressiegroepen probeerden de
film uit roulatie te houden, maar de prent werd een kassucces, won
vier Oscars (film, regie, acteur én scenario) en staat nog steeds
te boek als een klassieker. Eentje die wat aangevreten is door de
tand des tijds misschien, maar niettemin een klassieker.

Ray Milland speelt de rol van zijn leven als Don
Birnam, een would be-schrijver die nooit de literaire
belofte van zijn jonge jaren heeft kunnen waarmaken. De grote roman
die hij ging pennen, blijft ongeschreven, en uit frustratie smijt
hij zich op de drank. Zijn broer Wick (Phillip Terry) en vriendin
Helen (Jane Wyman) proberen hem jaren lang te helpen, maar telkens
opnieuw hervalt hij. Hij verstopt flessen waar hij maar kan,
verkoopt zijn spullen om aan geld voor whisky te raken en bedelt
desnoods doodgewoon shotjes af van de sympathieke barman Nat
(Howard da Silva). We volgen Don tijdens een lang, vierdaags
weekend, waarin hij rock bottom bereikt: hij zondert
zichzelf bewust af van de mensen die hem graag zien en zuipt
zichzelf zodanig klem dat het uiteindelijk nog slechts een vraag
wordt van er eerst komt – een complete psychose of zelfmoord.

Dat is zware kost voor 1945, toen drinken nog veel
meer dan nu sociaal geaccepteerd werd – een man dronk, zo simpel
was dat. Een borrel tijdens de lunch was de normaalste zaak van de
wereld. Men wist natuurlijk wel dat alcoholisme bestond, maar over
het algemeen werd dat beschouwd als een menselijke zwakte, eerder
dan een ziekte. Alcoholici waren mannen die zich niet konden
inhouden – het probleem lag bij hen, niet bij de drank.

Voor zijn tijd was ‘The Lost Weekend’ dus op
verschillende vlakken een vooruitstrevende film; Helen blijft Don
steunen, ondanks de gebroken beloftes en de miserie, omdat, zoals
zij het zegt: “Je toch ook niemand in de steek laat die ziek is aan
zijn hart of longen?” Die interpretatie van alcoholisme als een
pathologie was niet evident voor die tijd. Wilder (en zijn
coscenarist Charles Brackett) besteden ook veel aandacht aan de rol
van de omstaanders in Dons leven – allemaal mensen die aanvankelijk
genoeg medelijden met hem hebben om hem, tegen beter weten in, te
helpen in zijn drankzucht. In een flashback zien we hoe Helen een
lege fles vindt in de flat van Don – ze weet op dat moment nog niet
dat ze verliefd is op een zatlap. Wick dekt Don echter in, en
beweert dat hij het zelf is die niet van de fles kan blijven.
Helen, op haar beurt, zegt tegen Don dat ze hem liever dronken in
haar leven heeft dan helemaal niet. En zelfs barman Nat wordt in
een moeilijke morele situatie gebracht wanneer Don hem, bevend en
huilend, smeekt om een borrel. Nat geeft hem zijn borrel, uit
compassie, en hij haat zichzelf er voor.

Nog een manier waarop ‘The Lost Weekend’ zijn tijd
vooruit was, is het gebrek aan simplistisch moraliseren. Een
verpleger op de alkie ward van een psychiatrisch
ziekenhuis zegt tegen Don dat er nooit zoveel dronkaards werden
binnengebracht als tijdens de drooglegging (op dat moment nog maar
een goeie tien jaar in het verleden). Mensen verbieden om te
drinken, helpt duidelijk niet. ‘The Lost Weekend’ is geen pamflet
tegen alcohol; het is eerder een realistisch geobserveerd drama
over een man die er simpelweg niet mee om kan.

En toch: wat vooruitstrevend was in 1945, komt nu
in de praktijk toch wat verouderd over. Destijds werd ‘The Lost
Weekend’ geroemd om zijn rauwe waarachtigheid, maar goed, dan
spreken we ook wel over ruim 65 jaar geleden. Billy Wilder deinst
voor niet veel terug: Don verliest gaandeweg al zijn waardigheid:
hij belandt in de psychiatrie, krijgt een delirium en overweegt
uiteindelijk zelfmoord. Maar dat alles wordt wel gepresenteerd met
door de filter van de filmconventies van die tijd: de
acteerprestaties zijn een tikkel theatraler dan we tegenwoordig
gewend zijn (let op de hyperactieve oogjes van Ray Milland wanneer
hij zin krijgt in een borrel!), en de melodramatische muziek van
Miklos Rosza is alomtegenwoordig, om elke emotie er dubbel en dik
op te leggen. Het gebruik van een theremin op de soundtrack is wat
dat betreft erg problematisch: een soort wooooow-geluidje
dat achteraf in elke goedkope science fictionfilm van de jaren
vijftig zou terugkeren, en bijgevolg verkeerde connotaties oproept
als je ‘The Lost Weekend’ nu bekijkt. Los van de vormelijke
aspecten, blijft er natuurlijk ook het feit dat we nu in een wereld
leven waarin ‘Requiem for a Dream’ de laatste choquerende film over
verslaving was. We zijn gewoon veel meer gewend.

Wat niet wil zeggen dat de prent niet meer werkt:
het scenario is sterk gestructureerd en meeslepend, en wie zich
over de gestileerdheid van de acteerprestaties kan zetten, zal zien
dat vooral Ray Milland echt wel knap werk verricht. ‘t Is niet
omdat een acteur niet volledig naturalistisch speelt, dat hij
nergens een kern van waarheid in zijn personage kan vinden. Milland
vergroot de tics en emoties van zijn personage uit, maar let op een
scène waarin hij een handtasje steelt om aan geld voor drank te
komen. Hij wordt betrapt, geeft de tas terug aan de dame en
verontschuldigt zich, maar niet op een gegeneerde manier; Milland
speelt het alsof het personage juist zijn waardigheid heeft
teruggevonden (heel even dan toch) door betrapt te worden. Da’s een
mooie toets, en zo’n scènes zijn er nog. Milland is zich erg bewust
van de menselijkheid van zijn personage, dat schuilgaat onder het
alcoholisme; en zo kan hij er voor zorgen dat hij nergens afglijdt
naar de karikatuur.

‘The Lost Weekend’ is dus absoluut ingehaald door
de tijd: er is wellicht niet veel dat choquerend was in 1945 en dat
nu nog steeds is. Maar wie de prent in zijn juiste context kan
bekijken, ziet nog steeds een boeiend, knap gemaakt drama, dat je
achteraf best kan doorspoelen met een flinke borrel. Maar wel maar
eentje.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − acht =