Guapo :: Elixirs

Elitaire kunstnichten komen ongetwijfeld klaar bij de omschrijving van Guapo’s laatste plaat als "een auditieve zoektocht naar en het aftasten van de mogelijkheden van (voornamelijk) instrumentale muziek middels taalelementen en invloeden uit de avant-garde, postrock, progrock en jazz".

En toch is er nauwelijks een betere, als in omvattende, beschrijving te vinden voor Elixirs. Acht platen lang al zet het in 1994 opgerichte collectief Guapo in een wisselende bezetting (alleen drummer Dave Smith is er sinds de start bij) luisteraar en criticus op het verkeerde been door consequent en in navolging van het Franse Magma en het Japanse Ruins muziek te herdefiniëren naar eigen goeddunken.

Het intellectuele discours dat daarmee gepaard gaat, de promotekst citeert uit het beruchte A Rebours van de Belgische dandy J.K. Huysmans, en het nergens bevestigde vermoeden dat Elixirs de trilogie zou vervolledigen die met Five Suns en Black Oni ingezet was, laat het ergste vermoeden. Dat (in weerwil hiervan?) Elixirs verbazingwekkend goed in het gehoor ligt, kan zonder meer als een prestatie beschouwd worden.

Voor de eerste maal sinds zijn debuut laat Guapo opnieuw stemmen toe. In "Twisted Stems: The Heliotrope" mag Alexander Tucker zijn stemgeluid meten met een donkere jazztrack die sterk leunt op pianoslagen en in zijn mantrische herhaling een religieuze ondertoon krijgt. "Twisted Stems: The Selenotrope" met Jarboe (Swans) kiest voor een veel donkerdere aanpak waarbij het grotendeels gelijk gebleven instrumentarium bewust een ander klankenpakket opzoekt.

Duisternis, of althans zwaarmoedigheid, lijkt opnieuw een leidraad te zijn bij de lang uitgesponnen nummers. Zelfs het cabareteske "Arthur, Elsie and Frances" kan niet verhullen dat er meer aan de hand is. Wie Tom Waits’ latere ketelmuziek graag koppelt aan postmodern intellectualisme en een eclectisch occultisme kan hier zijn gram halen. "I don’t think we’re in Kansas anymore, Frank." Met nauwelijks drie minuten vormt "The Planks" de vreemde eend in de bijt. Tezelfdertijd krijgt deze in essentie eenvoudig pompende hardcoresong door zijn esoterisch geluid een heel nieuwe dimensie die uitstekend past bij de rest van de plaat.

"Jeweled Turtle" neemt — nomen est omen — er meer dan zijn tijd voor. Het caleidoscopische klankenpalet brengt hulde aan de schildpad wiens schild zich vanuit verschillende ooghoeken een andere identiteit aanmeet. Elke poging om muziek te vatten die in essentie louter sferen wil oproepen faalt bij voorbaat. Niemand wordt wijzer uit verwijzingen naar folkverwante gitaren, drums die resoneren als eindeloze diepten of Fender Rhodespiano’s die hun eerie naam alle eer aandoen.

"King Lindorm" laat zich net zo min vatten in wereldlijke omschrijvingen, niet omdat het nummer aanvankelijk lijkt te solliciteren naar een rol als soundtrack bij een pseudo-diepzinnige jaren zeventig horrorfilm (liefhebbers kunnen zich nu al een beeld, of liever geluid, vormen) maar wel omdat het nummer gaandeweg steeds meer ontspoort. De realiteit haalt de fictie in en geeft de track de allures van een zwarte mis waarbij seventies souljazz paart met duivelse rock georchestreerd door blanke burgers van middelbare leeftijd.

Nu een genrebenaming als postrock niet langer een bonte lappendeken is waaronder een brede waaier aan stijlen en geluiden beschutting kan vinden, is de term niet langer bruikbaar voor het intellectueel-eclectische geluid van Guapo. Pretentieus blijft evenwel een noemer die zijn waarde niet verloren heeft. Alleen is het jammer dat wie buiten de lijntjes durft te kleuren, snel dit oordeel over zich uitgesproken krijgt. Maar als het een geuzennaam is, dan mag Guapo in het bijzonder die met de nodige flair en trots dragen.

Guapo speelt op 18 september in de Botanique

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − 6 =