Aethenor :: 30 januari 2009, Beursschouwburg

Voor groepen die in het meer experimentele spectrum van de muziek vertoeven, is er één belangrijke wetmatigheid: wat op plaat werkt, is niet altijd levensvatbaar op een podium. Meer zelfs, het kan tot een geeuwverwekkend of hoogst irriterend spektakel leiden, eentje waar alleen de muzikanten zelf iets aan hebben.

{image}Stephen O’Malley behoort dat als geen ander te weten: zijn vele ambient metaldrone-projecten teren allemaal zozeer op sfeer en klankstoornissen dat het nog maar de vraag is of ze ook live werken. Bij Sunn O))) zorgen de fysieke trillingen en de monnikenpijen ervoor dat het aanwezige publiek meegesleurd wordt in de maalstroom, terwijl KTL zichzelf in nevelen hult maar daardoor ook zelf wel eens de mist in gaat. Bij Aethenor houdt O’Malley het samen met zijn kompanen opvallend sober: met zijn vijven staan ze op het podium alsof ze een doorsnee rockband zijn.

De eerste tonen verraden al meteen dat dit niet zo is. Geheel conform de albums weeft de groep een klankentapijt dat om stilte smeekt maar ook om de bereidheid de geluidsgolven, die deze keer geen doven wensen te maken, over zich heen te laten gaan. Aanvankelijk is het moeilijk om zomaar mee te wandelen in de trip, want daarvoor is het te rustig en kabbelend. Het maakt te hard duidelijk dat alleen wie al vanzelf in de juiste stemming is mee kan opgaan in het intrigerende geluidenspel. Het zijn wonderbaarlijke klanken maar ze vereisen een totale overgave, zoniet blijft men eenzaam achter.

Ligt het aan de gebalde krachten in wat gemakshalve het tweede nummer genoemd mag worden, of droeg het eerste nummer toch een onverwachte sirenenzang in zich? Feit is dat de groep opeens het publiek in zijn greep heeft en niet meer loslaat. Een sterrol is hierbij weggelegd voor drummer Steve Noble (ex-Rip, Rig And Panic) die met zijn indrukwekkende drumtechniek de nummers een krachtige punch meegeeft, al mag de meer diffuse, want minder te duiden inbreng van de anderen (O’Malley, Vincent de Roguin, Daniel O’Sullivan en Krystoffer Rygg) net zo min onderschat worden.

Aethenor is geen groep die nummers schrijft, maar sferen tekent. Bovendien ontstaan de “songs” in de eerste plaats uit improvisatie en wordt gezamenlijk naar een vaag einddoel gewerkt. Ook deze avond staat het creëren en opbouwen van een veertig minuten durende onderdompeling in de wereld van de band centraal. In hoeverre de set gerepeteerd en ingeoefend is valt moeilijk te zeggen. Wat niet ontkend kan worden, is dat de bandleden duidelijk op elkaar ingespeeld zijn en elkaar niet alleen de ruimte laten om stiltes op te vullen maar ook om deze te versterken.

Met slechts een vijftal optredens in Europa verkrijgt een show van Aethenor haast automatisch iets legendarisch en uniek. Maar deze avond zal niet gebrandmerkt staan als uitzonderlijk door zijn semi-uniciteit als wel door zijn knappe reconstructie van sferen en dieptes waarvan vermoed en gevreesd werd dat die alleen op plaat en onder de juiste omstandigheden zouden werken. Aethenor heeft bewezen dat het als een volleerd rattenvanger van Hamelen gelijk waar en gelijk wanneer zijn publiek mee kan tronen naar zijn unieke universum.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − 4 =