The Ting Tings :: We Started Nothing

Jules De Martino en Katie White. Met zulke namen moet je wel een band beginnen. Hij is 33 en ziet eruit zoals zijn naam doet vermoeden, zij is tien jaar jonger en beeldschoon. M/V-combo’s, aflevering 311: The Ting Tings.

"They call me hell! They call me Stacey! They call me her! They call me Jane! That’s not my name!" Onze kop eraf als u uw stembanden nog niet schor hebt zitten brullen met deze weinig diepgaande slogantaal. De tekstflard komt namelijk uit één van dé hits van dit voorjaar, "That’s Not My Name" door The Ting Tings. Het recept is even simpel als geniaal: heldere, opzwepende drums hier, een flinke scheut elektronica daar, en vooral een door de pittige Katie gerapt refrein dat zo fel in het hoofd blijft zitten dat je er na enige tijd wel moet van gaan houden. Een dikke hit, heet zoiets.

"That’s Not My Name" is bovendien niet de enige song van dergelijk kaliber op We Started Nothing, het langspeeldebuut van dit zwierige tweetal. Ook "Great DJ" en "Fruit Machine" kregen namelijk al aardig wat airplay op Stubru. Met "Great DJ" schiet We Started Nothing snedig uit de startblokken: B-52’s-achtige ritmes, catchy refrein ("Imagine all the girls…and the boys…and the strings…and the drums…the drums" plus een sliert onvertaalbare vreugdekreetjes) en Katie’s stem die, twijfelend tussen poeslief en verdomd kittig, het jachtige tempo erin houdt. Ook het van een Radiohead-intro en een volstrekt onzinnig refrein voorziene "Fruit Machine" kan u — een frisse popsong gaat er immers altijd in, nietwaar — al kennen. Ongecompliceerd? Jazeker! Kauwgomballenpop? Bij uitstek! Aanstekelijk? En of, vraag het maar aan onze bovenburen.

Helaas gaat het met de kwaliteit na dit ijzersterk openingstrio fel bergaf en lijkt het alsof de Tings hun beste pijlen dan al hebben verschoten. In het fletse "Traffic Light" wil Katie ons er per se van overtuigen dat ze haar zeemzoete stem ook kan gebruiken om er mee te zingen, in plaats van er witheet van energie allerlei gespierde slagzinnen mee op ons los te laten. Ze slaagt daar wonderwel in (mocht ze in een lang vervlogen tijd hebben geleefd waarin de luisteraars nog niet om de haverklap werden overspoeld met beelden van hun favoriete artiesten, je zou er alleen al op basis van haar stem de oogverblindende verschijning bij fantaseren), maar op de keper beschouwd heeft de song veel te weinig om het lijf om meer dan één luisterbeurt de aandacht er bij te houden. Zie in dat verband ook: "Be The One".

"Shut Up And Let Me Go" (de nieuwe single, en veruit best of the rest) en "Keep Your Head" kunnen de schijn nog even ophouden, maar missen uiteindelijk de pompende panache, de vervaarlijke grinta en de pezige gebaldheid van de eerste nummers. "We Walk" krijgt vervolgens zowaar een melige piano-intro aangemeten ("Wie is daar nou bij gebaat?" vroegen wij ons keer op keer af) en komt die schok eigenlijk nooit meer te boven. Even (ergens in de helft van de song) dachten wij plots dat het toch nog goed zou komen, maar een echte climax komt er helaas nooit waardoor het nummer zich, tegen beter weten in lijkt het wel, naar het einde sleept. "Impacilla Carpisung" (waarin Katie klinkt als een ongeïnspireerde, dringend aan verpozing toe zijnde fitnessinstructrice) is een verwaarloosbaar niemendalletje, terwijl de afsluitende titelsong demonstreert dat een aantal goedbedoelde ideetjes ("Stray Cat Blues"-achtige riff, ijle zang, jazzy blazers) niet noodzakelijk een goede song opleveren. "Recht op doel af, verdorie!" hoorden we onszelf meermaals schreeuwen.

Een straf begin vol barricadepop die naar de ballen grijpt (nummers 1, 2, 3 en tot op zekere hoogte ook 5) en een even straf verval erna, met enkele middelmatige vullertjes (nummers 4, 7 en 9) en songs die verzanden in onnodig geëxperimenteer (nummers 8 en 10): bij de eindafrekening komt We Started Nothing zodoende niet uit de rode cijfers. U vindt de weg naar iTunes?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes + 14 =