De Noorse scenarioschrijver en regisseur Dag Johan Haugerud, die als auteur talloze bestsellers op zijn palmares heeft staan, verwierf bij ons nog geen echt grote naamsbekendheid. Daar komt binnen afzienbare tijd wellicht verandering in, want met de release van maar liefst drie films – die vrij kort na elkaar in omloop worden gebracht – is hij straks niet meer weg te denken van het witte doek.
Uit dit ambitieus opgezet drieluik, dat hulde brengt aan de stad Oslo, is Love de eerste prent die de Belgische bioscopen bereikt. Officieel is dit eigenlijk het laatste gedeelte van de trilogie (die samen met Sex en Dreams min of meer één geheel vormt), maar op zich doet het er niet toe in welke volgorde je de films bekijkt, want ze kunnen immers volledig los van elkaar worden gezien. Naast de inhoudelijke verschillen tussen de films, delen ze toch een overkoepelende thematiek.
In Love volgt Dag Johan Haugerud het parallel samenlopend liefdesleven van twee ziekenhuismedewerkers. De alleenstaande uroloog Marianne (vertolkt door Andrea Bræin Hovig) wordt door haar goede vriendin gekoppeld aan een gescheiden man met kinderen, maar heeft geen interesse in een standaard relatie. Mariannes homoseksuele collega Tor (rol van Tayo Cittadella Jacobsen) is een empathische verpleegkundige die dagelijks naar het werk pendelt met een veerboot en van deze overtocht gebruik maakt om nieuwe contacten te leggen. Wanneer hij echter een timide psycholoog ontmoet bij wie prostaatkanker werd vastgesteld, wordt Tor geconfronteerd met gevoelens van oprechte genegenheid die veel verder reiken dan zijn honger naar vrijblijvende seks.
De regisseur streeft er niet naar om van Love een diepgravende analyse over interpersoonlijke verhoudingen te maken, maar kiest eerder voor een luchtige sfeer (al kan hij het toch niet laten om enkele filosofische vraagstukken in de film te stoppen die alsnog wat gewicht in de schaal moeten werpen). Het grootste deel van Love bestaat evenwel uit eenvoudige gesprekken die op zichzelf staan of elkaar soms overlappen. Volgens de Duitse recensent Frank Schmidke illustreert Love het onderscheid tussen hoe we als mens denken en handelen. Bovenal is het een film over luisteren en gehoord worden.
Dat is allemaal zeer nobel, ware het niet dat het oppervlakkige Love erg kunstmatig en geforceerd aanvoelt. Niettegenstaande de film een hoog realiteitsgehalte heeft en bedoelt is om heel spontaan over te komen, merk je dat Haugerud de prent veel te bewust in een bepaalde richting stuurt – in die mate zelfs dat je de radartjes bijna hoort kraken. In tegenstelling tot Love is dit een euvel dat bij Sex veel minder roet in het eten gooit, omdat de regisseur die film beter in de hand weet te houden (zolang hij maar niet aan het moraliseren gaat). 
Met Love wordt aan gewone mensen een stem gegeven die op hun beurt ontdekken wat romantiek en seks voor hen betekent. Dag Johan Haugerud werd hiervoor geïnspireerd door het werk van nouvelle vague-icoon Éric Rohmer, de koning van de Franse praatfilm die in zijn even speelse als geraffineerde films de gevoelens van verwarring en verleiding haarfijn ontleedde. Het cinematografische vernuft, de grote souplesse én het naturel waarmee Rohmer zijn personages observeerde, is iets waar Haugerud alvast nog een puntje kan aan zuigen.



