De eerste twee seizoenen van Love, Death & Robots waren destijds over bijna de hele lijn zeer goed en indrukwekkend. Sommige momenten waren zelfs ronduit verbluffend. De combinatie van verscheidene animatiestijlen en sterke korte verhalen, voornamelijk maar niet uitsluitend scifi, leverde een serie met een wauw-effect op. Bij het derde seizoen voelde je echter al dat de kwaliteit wisselvallig werd. Nu is er het vierde, en de realiteit is dat andere, gelijkaardige series (uiteraard geïnspireerd door het succes van Love, Death & Robots) het ondertussen beter doen. Denk aan Star Wars: Visions of Secret Level. Dit vierde seizoen is een teleurstelling. Een sof. Weinig robots, te veel ‘komedie’ en een overdaad aan huisdieren. Het mag best eens luchtig, maar er staan geen sterke, diepgaande afleveringen tegenover. Alles blijft vooral heel oppervlakkig. De makers van deze serie zijn dringend toe aan een herbronning, want nu is het content maken uit contractuele verplichting, niet langer uit een artistieke motivatie.
Een mogelijke reden hiervoor is dat de eerste seizoenen voor de sterke afleveringen grossierden in het werk van gevestigde auteurs (Reynolds, Liu, Ballard, …), terwijl men nu ten rade lijkt te zijn gegaan bij zelf-publicerende of enkel online publicerende schrijvers.
Can’t Stop (regie: David Fincher) 7/10
Fincher keert terug naar zijn roots als videoclipregisseur. Het tafereel met de Red Hot Chili Peppers als poppen aan een touw verraadt de intentie van een diepere laag, maar het geheel blijft te los en flitsend om die ook echt te bereiken. Gelukkig heeft Fincher genoeg bravoure om het levendig te houden, al kun je je wel afvragen: A. Waar past dit binnen het concept van Love, Death & Robots? B. Is dit niet gewoon de producer die zijn positie misbruikt om zichzelf een plezier te doen? C. Waarom dit oudere nummer en niet een nieuw, om de relevantie te verhogen?
Close Encounters Of The Mini Kind (regie: Robert Bisi en Andy Lion) 6,5/10
Een vervolg op de zombie-aflevering uit een vorig seizoen; geestig, geinig en over the top. Maar na twee keer is dit concept wel genoeg uitgemolken.
Spider Rose (regie: Jennifer Yuh Nelson, naar een verhaal van Bruce Sterling) 6/10 Sterling is naast Gibson een van de grondleggers van de cyberpunk en het is fijn dat zijn werk hier opduikt, maar de aanpak en de focus zijn verkeerd. Dit verhaal is een deel van een groter geheel en de keuze voor net dit fragment voelt vreemd aan. De enige duidelijke motivatie lijkt het thema van seizoen 4 te zijn: huisdieren, en meer specifiek katachtigen.
400 Boys (regie: Robert Valley, naar een verhaal van Marc Laidlaw) 5/10
Een teleurstelling van jewelste. Regisseur Valley is immers de man achter het absolute hoogtepunt van seizoen 1, Zuma Blue, een animatie waarin bronverhaal en stijl elkaar naar een meesterwerkniveau tilden. Hij probeerde dat met minder succes te herhalen in seizoen 2 (Ice) en nu opnieuw, maar het resultaat is vis noch vlees. Zijn hoekige lijnenstijl past niet bij de uit de hand gelopen mix van Attack On Titan en de Walter Hill-klassieker The Warriors.
The Other Large Thing (regie: Patrick Osborne, naar een verhaal van John Scalzi) 4/10 Het vertrekpunt is leuk, maar de uitwerking mist diepgang. Katten zijn egoïsten die mensen haten en robots zijn het perfecte vehikel voor deze rotbeesten om de wereld over te nemen. Het is geestig, maar de gimmick wordt te lang gerokken.
Golgotha (regie: Tim Miller, naar een verhaal van Dave Hutchinson) 3/10 Visueel lelijk, qua verhaal verwaarloosbaar. Een van de dieptepunten van vier seizoenen Love, Death & Robots, en extra pijnlijk omdat de aflevering van de bedenker van de reeks zelf komt.
The Screaming Of The Tyrannosaur (regie: Tim Miller, naar een verhaal van Stant Litore) 5/10
Opnieuw een goed vertrekpunt, maar het verhaal is te mager om de speelduur te rechtvaardigen. De rijken misbruiken de armen voor brood en spelen; een eeuwenoud thema dat ook in de ruimte werkt. Wat youtuber MrBeast hier komt doen, is echter volstrekt onduidelijk.
How Zeke Got Religion (regie: Diego Porral, naar een verhaal van John McNichol) 5/10 Visueel de enige aflevering met een meer klassieke animatiestijl, wat de episode nog enigszins redt. Ook hier een veelbelovend begin, maar een rommelige uitwerking, al hangt veel af van je persoonlijke irritatiegrens voor religie.
Smart Appliances, Stupid Owners (regie: Patrick Osborne, naar een verhaal van John Scalzi) 3/10
Een idioot tussendoortje. Deze aaneenschakeling van sketches over sarcastische huishoudtoestellen had kunnen werken in korte segmenten na andere afleveringen, maar als een volledig blok wordt het snel saai en kinderachtig.
For He Can Creep (regie: Emily Dean, naar een verhaal van Siobhán Carroll) 6,5/10
De enige episode in dit seizoen die de ambitie toont om het niveau van de vorige seizoenen te evenaren. Het is een van de betere episodes in dit ‘kattenthemaseizoen’, maar lijdt aan hetzelfde euvel als kattenfilmpjes op sociale media: eentje is geestig, twee kan nog, maar een hele compilatie wordt snel eentonig. Als seizoensopener was dit prima geweest, maar als afsluiter ben je er met je aandacht al niet meer volledig bij.
Na vier seizoenen kan er een eerste balans worden opgemaakt. De mix van stijlen blijft een meerwaarde. Een overkoepelend thema binnen een seizoen werkt echter niet; humor is te subjectief om als rode draad te dienen. Harde scifi blijft de beste voedingsbodem voor diepere en sterkere verhalen. Het is lovenswaardig dat de makers recentere schrijvers onder de aandacht brengen, maar de producenten mogen selectiever te werk gaan. Eigenlijk kun je stellen dat een ‘best of’ van de eerste drie seizoenen een perfect seizoen zou opleveren. Geen enkele aflevering uit dit vierde seizoen haalt die norm. En de enige kataflevering die dan zou overblijven, is die van seizoen 1 met de onweerstaanbare “Who were you expecting? Elon Musk?”-pun. Dat soort goed getimede grappen, daar geraken ze in dit seizoen niet meer aan.



