Mamma Mia!




Mamma Mia, here I go again… Nee, de muziek van ABBA is
ondanks uw mogelijke verwensingen nog steeds niet in quarantaine in
een oneindige loop rond de aarde gekatapulteerd. Zonder dat de vier
Zweden er zelf nog iets van moeite, energie of geld moeten
inpompen, blijft hun perpetuum mobile van een oeuvre nu al een
eeuwigheid meedraaien en is de mythe rond de fluitende discohitjes
nog lang niet uitgezongen. Van achter de karaokemicro, over de
soirées romantiques op het cruiseschip van Nicole en Hugo
tot op de gay dansvloer in Madonna ripp-off versie, de
liedjes van Agnetha, Benny, Björn en Anni zetten nog steeds de
juiste mood voor een fout, maar vet discofeestje waarop
iedereen danst en meekweelt. Hoe dat komt? Eén luttele noot en de
melodie blijft minstens een week op repeat tegen de binnenkant van
uw schedelpan aan schurken. Krijg je de windpokken van een
zoveelste ‘S.O.S.’, laat de hype dan rustig aan u voorbij passeren.
Maakt u maar al te graag plaats voor nog één ‘Dancing Queen’-tje
erbij? Rep u dan als een supa trooper naar het
dichtstbijzijnde cinemacomplex, want ‘Mamma Mia’ de film heeft
alles wat je ervan mag verwachten: het is een Chiquitita smoothie
volgepompt met gezellige danspasjes, kitschparadijsvogels,
aanstekelijke deuntjes en dolgelukkige gezichten… Dit alles met een
groot, ironisch uitroepteken achter. Voulez-vous?

Musicalfans en ABBA-fanaten kennen het verhaaltje. De frêle
Sophie (Amanda Seyfried) woont met haar moeder Donna (Meryl Streep)
op een oogverblindend Grieks eiland en staat op het punt om te
trouwen met haar eerste liefde. Ze wil kost wat kost door haar
vader ‘weggegeven’ worden aan het altaar, maar er is één probleem:
ze weet niet wie hij is. Sophie leest daarom stiekem haar moeders
dagboek en besluit om drie van haar moeders jeugdvriendjes uit te
nodigen, drie potentiële vaders. Donna verschiet zich een ‘mamma
mia’ wanneer ze de drie mannen (Colin Firth, Pierce Brosnan en
Stellan Skargard) weer om en rond haar vakantiehuis ziet opduiken,
maar haar geschifte hartsvriendinnen Tanya en Rosie (Christine
Baranski en Julie Walters) weten onze ‘chiquitita’ met de juiste
troostende liedjes te bedaren. Bij Donna beginnen de gevoelens van
weleer terug op te borrelen en kruipt ze op Sophies
vrijgezellenavond nog één keer in de huid Donna and The Dynamo’s,
haar voormalige zanggroepje met Tanya en Rosie.

Na het immense succes van de jukeboxmusical ‘Mamma Mia!’, kreeg de
theaterregisseuse Phyllida Lloyd carte blanche om ook de filmversie
tot een zomerhit om te gooien. Het verhaal, met ABBA-liedjes als
rode draad, maar oorspronkelijk gebaseerd op de film ‘Buona Sera,
Mrs. Campbell’ (1968) is vrijwel hetzelfde gebleven als de
musicalversie. Alleen moeten we er ditmaal zelf geen zon, zee en
strand bij verzinnen en kon het verhaal zich nu ook echt op een
prachtig Grieks eiland afspelen. Iets waar Lloyd dankbaar gebruik
van maakt. De beperkingen bij de musicalversie op de planken qua
locatie en setting, werden hier tot in het extreme in het voordeel
omgebuigd: het zonnetje glinstert sprankelend op het water, de
lucht is blauwer dan uit een potje waterverf en het zeeluchtje
heeft ook duidelijk de acteurs goed gedaan: iedereen loopt erbij
als de happy versie van zichzelf. Inderdaad, beams are
gonna blind you!

Wie er het meest straalt van allemaal is Meryl Streep. How can
you resist her
? In haar guitige salopet klimt ze op daken,
zingt ze uit volle merelborst en steelt ze in haar eentje de show
met haar ondeugende charme. Ze staat zich duidelijk rot te amuseren
op haar hooizolder en weet als één van de enigen de juiste harmonie
te vinden tussen humor en diepgang. De hele film wordt trouwens
bedolven onder de ironische knipogen: we moeten het echt allemaal
niet zo serieus nemen. Vooral Donna’s twee zusterzielen hebben dat
zo begrepen en gaan voluit in hun rol van lolbroeken van de film.
Christine Baranski is bij wijlen hilarisch in het geven van radde
antwoorden en laat zich van haar stoerste kant zien in ‘Does your
Mother know’, maar vooral Julie Walters flirt heftig met de grenzen
van de smakelijke humor en gaat het minst elegant op haar bek. De
drie ladies laten zich alleszins van hun meest uitzinnige
kant zien in het feelgoodmoment van het jaar: de hit ‘Dancing
Queen’ beelden ze helemaal uit met bijpassende gebaren en outfits,
heerlijk herkenbaar voor iedereen die onder zussen of vriendinnen
al eens een pyjamafuif hield. De vriendinnenlol is vlot en lijkt
bijna geïmproviseerd, wat erg contrasteert met de aanpak van de
‘jongeren’ uit de film.

De jongere generatie is helaas compleet ironieloos, je zou je bijna
afvragen wie hier echt de oudste is. Mooie poppemie Amanda Seyfried
wil vooral haar stem en musicalcapaciteiten in de verf zetten (wat
ze voortreffelijk doet), maar als actrice kunnen we haar geen tien
op tien geven. Haar vrij serieuze en te gemaakte interpretatie
biedt wel een tegenwicht tegenover de volwassenen die echt volledig
over the top gaan. Meryl en haar vriendinnen, maar ook de drie
potentiële vaders trekken ostentatief de kaart van de zelfspot.
Colin Firth, Pierce Brosnan en vooral Stellan Skargard houden zich
over het algemeen een beetje afzijdig -ze zijn dan ook in het
gevaarlijke hol van Venus beland-, maar ze doen hun best. Vooral
Brosnans vertolking gaat niet ongemerkt voorbij en kan wel op wat
gegniffel in de zaal rekenen. Mister 007 laat hier een heel andere
kant van zichzelf zien en zingt met een air van ‘ik weet dat ik het
niet kan, maar ik wil me toch niet laten kennen’, waardoor zijn
valse noten toch nog gaan charmeren (we weten trouwens allemaal dat
sinds het zalige spreekgezang van Johnny Depp in ‘Sweeney Todd’ goed
kunnen zingen geen geldig criterium meer is voor een goede
musical). Maar het is niet allemaal karaokeniveau. Meryl Streep
laat weer zien dat ze onklopbaar is als duizendpoot. Met haar
tedere versie van ‘The Winner Takes it All’, waarbij de mallemolen
even stilvalt en we het opeens alleen met haar stem moeten doen,
blijft Meryl toch dapper overeind en legt ze in deze adempauze
temidden van het hectische spektakel méér gevoel en diepgang dan
een ABBA-liedje ooit gekend heeft: Gimme gimme gimme,
Meryl!

Wat valt er nog over de muziek te zeggen? Het is ABBA natuurlijk.
Niets zo dankbaar voor een musical als deuntjes die het publiek al
kent, ze zullen zelden geforceerd aanvoelen. De liedjes, die
natuurlijk al ongelooflijk vlot in de mond liggen, rollen er
zodanig spontaan uit, dat de acteurs er op den duur zelf de spot
mee drijven. ABBA-teksten zijn dan ook zo universeel dat ze op elke
situatie (en in elke recensie) geplakt kunnen worden. (Sophie heeft
een wens? I had a dream… Een bruiloft? I do, I
do
!) Enkel voor Waterloo vond men niet echt een plekje, maar
dat wordt in een blits bisnummertje eensklaps goedgemaakt.

‘Mamma mia’ is duidelijk de guilty pleasure van het jaar.
Het dunne, voorspelbare verhaaltje, het futloze camerawerk of de
soms wat flauwe humor kunnen de pret niet derven. Het is allemaal
zo flauw dat het weer plezant wordt en de tijd vliegt voorbij als
een vrolijk vogelpietje. Natuurlijk is dit geen ‘Singing In The Rain’ of
zelfs een ‘Hairspray’, maar wat
had u dan precies bij een aaneenrijging van ABBA-songs in
gedachten? Zet uw immense zonnebril op, trek uw glimmerplateauzolen
aan, pijp een olifant en hou u vooral niet in voor buurman of
-vrouw. ‘Mamma Mia!’ is puur de batterijtjes opladen en weer
wegwezen! Doei!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 + twintig =