Dat The Testament of Ann Lee van de Noorse cineaste Mona Fastvold mede geschreven is door Brady Corbet hoeft niet te verwonderen. Fastvold is de partner van Corbet en hield mee de pen vast voor diens magistrale The Childhood of a Leader, maar ook voor Vox Lux en The Brutalist. Ze trad ook als actrice aan in Vox Lux en produceerde mee het Oscarwinnende The Brutalist. Beiden hebben dus naast hun relatie ook al een lange geschiedenis van onderlinge samenwerking die nu wordt verdergezet voor dit op festivals fel opgemerkte drama over Ann Lee, de prominente spirituele leidster van de zogenaamde “Shaking Quakers” of “Shakers” beweging.
Die religieuze sekte ontstond in het Engeland van de achttiende eeuw, aanzag Lee (Amanda Seyfried) als de nieuwe incarnatie van Christus en exporteerde dat geloof naar de zich ontplooiende mogelijkheden van de nog jonge Amerikaanse wereld van 1774. The Testament of Ann Lee verkent het persoonlijk ontwaken van de protagoniste en de worsteling met het zelfgekozen celibaat, maar ook de taferelen van zang en orgiastische dans die je vrijmaakt van zonden. De aandacht voor dat laatste aspect zorgt ervoor dat dit zowel een figuratief portret is, als een halve musical. Ontegensprekelijk is dit immers voor een deel een heel klassieke biopic, maar omdat we ook voortdurend blijven hangen bij de aangeheven hymnes en het zich spiritueel bevrijden door beweging, wordt dit ook een kijk op religieuze devotie – én op religieus fanatisme. Door ons ook deelgenoot te maken van sommige visioenen die aan de predikante verschijnen, wordt dit dan ook een film die wil begrijpen, eerder dan ons alleen maar een gedramatiseerd levensverhaal voor te schotelen. Seyfrieds vertolking is sterk genoeg om ons geboeid te houden zonder dat er nood is aan veel spectaculaire hoogtepunten – de kracht van de film schuilt in stillere en observerende scènes, niet in de paar obligate emotionele crescendo’s.
Dat Fastvold en Corbet voor dit alles elkaar ook sterk beïnvloeden inzake filmische ideeën, mag blijken uit de keuze om alles hier op Kodak-pellicule te draaien en zowel te voorzien in 35 als 70 mm-kopijen naast de gangbare digitale versies voor reguliere zalen. De keuze voor pellicule is hier – in tegenstelling tot bijvoorbeeld in het nakende The Drama –
helemaal begrijpelijk. De tactiliteit en zachtheid van de analoge drager worden optimaal benut. Het zorgt in het luik dat zich in de Engelse wereld afspeelt voor scènes geïnspireerd door de iconografie en het licht van Renaissance-schilderijen. Voor de New England-momenten komt dan weer de in witte illuminatie gedrenkte pracht van Johannes Vermeer voor de geest. Ook het weidse 2:39-formaat is hier een perfecte keuze die de vele groepstaferelen knap ondersteunt.



