The Hunting Party





Zelden is een film met zo’n slechte timing in de Belgische zalen
gebracht als ‘The Hunting Party’, de nieuwe tragikomedie van
Richard Shepard, die enkele jaren geleden al het aardige ‘The
Matador’ maakte. ‘The Hunting Party’ draait immers rond de
(gedeeltelijk waargebeurde) zoektocht van drie Amerikaanse
journalisten naar een voortvluchtige Servische oorlogscrimineel die
door de VS en de Verenigde Naties ongemoeid wordt gelaten – een
figuur die overduidelijk gebaseerd is op Radovan Karadzic. De prent
haalt veel van zijn slagkracht uit de veronderstelling dat het de
autoriteiten onverschillig laat of ze Karadzic ooit te pakken
krijgen of niet, maar twee maal raden wie er werd gearresteerd net
in de week dat de film bij ons uitkwam? De premisse van ‘The
Hunting Party’ lijkt dus ongezien snel achterhaald, hoewel het een
goede vraag blijft hoe het komt dat een man die verantwoordelijk
wordt geacht voor genocide twaalf jaar lang verborgen kan blijven
voor de internationale ordediensten, enkel door een lange baard te
laten groeien.

In de film ontmoeten we Richard Gere als Simon Hunt, een gevierd
oorlogsjournalist die samen met zijn vaste cameraman Duck (Terrence
Howard) verslag uitbrengt van conflicten overal ter wereld. In ’94
zijn Simon en Duck echter getuige van de massamoord op een Bosnisch
moslimdorpje door Servische troepen, waarna Simon live op tv een
meltdown meemaakt. Hij wordt ontslagen en raakt aan lager
wal, terwijl Duck naar New York wordt gehaald voor een comfortabele
studiojob. In 2000 ontmoeten Simon en Duck elkaar opnieuw in
Bosnië-Herzegovina, waar er een lichtjes oncomfortabele vrede
heerst. ‘The Fox’, de fictieve tegenhanger van Karadzic in de film,
is nog steeds op de vlucht, hoewel er weinig twijfel lijkt te
bestaan over zijn locatie. Er staat een prijs van vijf miljoen
dollar op zijn hoofd, maar niemand lijkt gehaast te zijn om die te
incasseren. Simon overhaalt Duck en Benjamin (Jesse Eisenberg), de
onervaren zoon van de network manager, om met hem mee te
gaan om The Fox te vinden.

Dat alles is min of meer waargebeurd, hoewel Richard Shepard
zelf vrolijk zijn verdraaiingen van de werkelijkheid toegeeft. In
realiteit waren er vijf journalisten, niet drie, en de afloop van
hun zoektocht was uiteraard ook anders dan die van de film – wat
niet wegneemt dat de clou van het artikel waarop de plot gebaseerd
is, bewaard blijft: Radovan Karadzic publiceerde zelfs boeken en
toneelstukken tijdens zijn vlucht, maar bleef onvindbaar voor de
Amerikanen én Europeanen die naar hem op zoek hoorden te zijn. ‘Het
westen heeft er geen belang bij om The Fox te pakken,’ horen we een
gefrustreerde blauwhelm zeggen. Wordt die clou in diskrediet
gebracht door de uiteindelijke arrestatie van Karadzic in juli
2008? Misschien, maar de voormalige Servische president was zo
slecht verstopt dat twaalf jaar nog steeds een absurd lange tijd
lijkt om hem te vinden. (Het moet ook vermeld worden dat ‘The
Hunting Party’ in 2007 uitkwam in de VS, lang voor Karadzic werd
gevonden.)

Als film is ‘The Hunting Party’ sowieso een onderhoudende, goed
gemaakte rit, waarin Shepard, net als in ‘The Matador’, een
eigenzinnig evenwicht probeert te vinden tussen satirische humor,
oprechte dramatiek en politieke kritiek. In die zin doet de prent
vaag denken aan Andrew Niccols ‘Lord of War’ – ook daar werden
reële wantoestanden aangeklaagd met behulp van wrange humor. En net
als in ‘Lord of War’ zorgt die mix van genres voor een meeslepende,
zij het soms onevenwichtige film. De grappen raken soms hun doel
(wat dacht u van een VN-woordvoerder die het al lang heeft
opgegeven om nog iets positiefs te bewerkstelligen en dus maar
donuts vreet?), maar hellen soms gevaarlijk over naar een kluchtig
toontje dat de serieuze intenties van het scenario ondermijnt.
Uiteindelijk wil Richard Shepard wel een ernstig punt maken over de
toestanden in Servië – dan helpt het niet dat er plots een dwerg
met een slecht karakter te voorschijn komt die Richard Gere een mep
in z’n ballen geeft. (Don’t stare at the midget!) Shepard
blijft heel zijn film lang zoeken naar een evenwicht tussen donkere
humor en ernstig drama, maar blijft ergens steken in een hybride
die vis nog vlees is.

Niet dat die hybride geheel smakeloos is – Shepard heeft een
boeiend verhaal te vertellen en voldoende flair als regisseur om
dat op een vlotte, entertainende manier te doen. De dialogen zijn
scherp en de acteurs lijken er zin in te hebben. Het centrale trio,
Richard Gere, Terrence Howard en Jesse Eisenberg, is goed op elkaar
ingespeeld en slagen er in om hun personages te doen uitstijgen
boven de clichés die ze hadden kunnen worden. Gere vermijdt cynisme
(nochtans de voor de hand liggende keuze als je zo’n rol speelt),
om op zoek te gaan naar iets diepers in zijn personage. Howard
heeft minder om mee te werken – hij functioneert als verteller en
observeerder van wat Gere doet – maar is wel het anker van de film,
een stabiel punt waar al de rest omheen draait. En Jesse Eisenberg
laat zijn personage op een geloofwaardige manier sterker en harder
worden naarmate het verhaal vordert. Zijn character arc,
zoals je dat dan noemt, is voorspelbaar (het groentje krijgt zijn
vuurdoop en wordt geaccepteerd door zijn meer ervaren collega’s),
maar wordt wel knap geacteerd. Bovendien houdt de regisseur er het
tempo goed in en krijgen we een degelijke cameravoering, die de
grijze, grauwe locaties goed benutten, van de troosteloze steden
waar er nog steeds kogelgaten in de muren zitten, tot de
onherbergzame natuurlandschappen (of het er echt zo uit ziet is een
vraag die ik overlaat aan mensen die er geweest zijn, maar de
fotografie brengt de sfeer van de film perfect tot leven, en daar
gaat het over).

Naar het einde toe moet je echter erkennen dat Shepards verhaal
zijn geloofwaardigheid verliest. Naarmate hij de werkelijkheid
achterwege laat om een fictieve ontknoping aan de plot te geven,
vertrouwt hij te veel op onwaarschijnlijke deus ex
machina’s
om zijn personages naar de eindstreep te sleuren.
Ook een scène met een antipathieke CIA-agent (cameo van Dylan
Baker) ligt er te dik op. Tegen die tijd hebben we de boodschap
echt al wel begrepen zonder dat die er nog eens met een hamer wordt
ingemept.

‘The Hunting Party’ is dus een film met kosten aan, maar met al
z’n imperfecties toch een interessant stukje cinema. En zeg nu
zelf, “interessant” is toch altijd beter dan “afgelikt”?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 + zeven =