Motek :: Port Sunshine

Het is ook voor de heren van Motek zelf een verrassing dat hun
eerste single ‘Tryer’ nog steeds in de Afrekening stijgt en nu al
de derde stek bereikt heeft. Het nummer staat op dit moment zeven
weken in de ‘heilige lijst’, wat aantoont dat Motek haar bekendheid
bij het grote publiek zienderogen ziet toenemen. Niet alleen in
België trouwens, want op dit moment zit het gezelschap in het verre
China waar ze er hun audiovisuele ‘Do You Us Too?’-voorstelling
brengen.

Hoeveel van de Stubru-luisteraars kenden Motek toen ze twee jaar
geleden in eigen beheer met een verrassend titelloos debuut uitpakten?
Wellicht enkel de postrockliefhebbers en mensen uit hun directe
omgeving. Maar kijk, het kan snel veranderen en dat voornamelijk
doordat Motek in een aantal van hun nieuwe songs een stuk
toegankelijker is geworden. Het toevoegen van zanglijnen is daar
niet vreemd aan.

Motek bestaat nog steeds uit het viertal Steven, Waut, Ken en
Rodrigo en heeft er voor de gelegenheid via Zita Swoon twee
gastzangeressen én zussen Eva en Kapinga bijgevoegd. Zij versterken
voornamelijk bassist Steven Biebaut, die het leeuwendeel van de
zang voor zjn rekening neemt. Wat opvalt aan de meeste zanglijnen
van Steven, is dat die sterk lijken op de manier waarop boysbands
zingen. Ook de stem van Biebaut had perfect bij een Take That
gepast en in zekere zin is Motek een moderne boysband, al hangt het
ervan af hoe nauw je het begrip definieert.

Niet toevallig staan drie van de betere songs op ‘Port Sunshine’
helemaal vooraan. Opener ‘Resist’ ligt het meest in de stijl van
single ‘Tryer’. De song gaat vooruit als een bron die net
ontspringt en de omgeving snel van bruisende energie voorziet.
Vooral in de refreinen komen we in een stroomversnelling terecht.
Toch is ‘Resist’ het iets kleinere broertje van ‘Tryer’ zelf, dat
wellicht wel het beste is wat ‘Port Sunshine’ te bieden heeft.
‘Tryer’ slaagt er met zijn “over and over again / I try to be
the one for you / more than anyone”
namelijk nog meer in om
een melodie over te brengen die blijft hangen zonder naar
evidenties te grijpen. ‘Combi Collina’ is al iets experimenteler en
laat lange tijd enkel de vrouwelijke zangeressen aan het woord.
Tijdens de eerste helft is het niet veel meer dan een Motek-nummer
in het rijtje, maar vooral het tussenstuk met frisse, Oosterse
invloeden, duwt het boven de middelmaat uit.

In dezelfde lijn van hun debuut, en dus veel meer richting zuivere
postrock, zijn ‘Another Seamans Song’ en ‘Corvo’. Het (bewust?)
verkeerd geschreven ‘Another Seamans Song’ begint na een licht
bevreemdende intro met de opbouw van de typische, epische
postrockstructuur, slaagt in zijn opzet maar heeft als enige nadeel
dat het er iets te lang over doet. ‘Corvo’ gebruikt een sfeervolle,
rustige aanloop om zich dan op vrij verwachte maar daarom niet
minder leuke paden te ontvouwen.

‘Carnivale’ maakt vooral indruk in de tweede helft, waar het
richting Sigur
Rós
gaat. In ‘Epoxy’ en vooral ‘Immer Blei’ zijn flarden
Do Make Say
Think
te horen. In het eerste zijn de plotse
geluidsuitbarstingen de opvallendste elementen, bij het tweede
maken piano en orgel het mooie weer.

Waar Motek twee jaar geleden nog uitpakte met een geslaagde
genreoefening, tonen ze op ‘Port Sunshine’ een stuk meer eigenheid.
De Vlaming lust er blijkbaar wel pap van en kwalitatief zit het nog
steeds goed, dus welke betere evolutie kan je wensen? Motek heeft
een geslaagde, nieuwe draai gegeven aan hun postrock en blijft een
van onze belangrijkste vertegenwoordigers in het genre.

http://www.motek.be
http://www.myspace.com/motektheband

Motek speelt op 11 oktober in Cactus (Brugge) en op 20 november
in Het Depot (Leuven).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 3 =