Eldorado





Met : Fabrice Adde, Philippe Nahon, Bouli Lanners e.a.

Een roadmovie door België, hoe haalde regisseur Bouli Lanners het
toch in zijn hoofd? Waarom niet meteen een zanderige, dorstige
western? Ons land is maar een scheet groot (met een beetje lef sta
je op het oeuvre van ‘The New Kids on the Block’ van aan de kust
tot in de Ardennen) en Bouli Lanners vertrekt dan nog maar in de
helft: hij exploreert enkel het Franstalige gedeelte. Gelukkig kan
u op beide oren slapen (mocht dat tenminste ooit eens technisch
mogelijk zijn): België blijkt genoeg bucolische landschappen te
herbergen om een film mee te vullen en Lanners hanteerde voor de
personages die erin mochten rondlopen, blijkbaar het
‘freaky’-gehalte als criterium. Genoeg interessante stof dus om van
‘Eldorado’ een prettig gestoorde roadmovie te maken, zoals de
formule er ooit voor bedacht werd: terwijl de indrukwekkende
landstreken voorbij kruien, wordt de reis van de personages een
ware metafoor voor het aftasten van hun eigen grenzen en een
zoektocht naar hun ware ik. Aan het succes in Cannes te zien (de
film kreeg er drie prijzen), was ik blijkbaar niet de enige bij wie
de capriolen van de twee loners in hun Chevrolet een
gevoelige snaar wist te raken. Een kleine film met een universele
uitstraling.

Ver van huis is Bouli Lanners het blijkbaar niet gaan zoeken. De
inspiratie voor ‘Eldorado’, zijn tweede langspeler na ‘Ultranova’,
haalde Lanners gewoon uit eigen leven. Wanneer hij op een avond
thuiskomt, betrapt hij twee inbrekers in zijn huis. In plaats van
de politie te bellen, gaat hij er de discussie mee aan en gaan de
drie die nacht alsnog vredevol uit elkaar. In de filmversie is er
maar één dief en speelt Bouli Lanners zelf de rol van betrapper
Yvan, een dealer in oude Amerikaanse wagens, die op een zoete avond
Elie (Fabrice Adde) onder zijn bed terugvindt. De jonge
drugsverslaafde (met goede voornemens) had het op zijn bokaal met
muntjes gemunt en weigert zijn schuilplaats te verlaten, uit angst
dat Yvan de politie zal bellen. De volgende dag laat Elie zich dan
eindelijk zien en besluit Yvan, gedreven door een schuldgevoel om
zijn overleden jonge broer (ook een drugaddict) en de puppyblik van
ex-junkie XL Elie, om de arme snaak naar het huis van zijn ouders
te brengen in een dorpje aan de Franse grens. Een rit die vlotjes
af te handelen zou moeten zijn, ware het niet dat de
tegenstrubbelingen van Yvans Chevrolet van (december ?) 1979, het
Belgisch hondenweer (honden vallen uit de lucht!) en de rare tisten
die hun pad kruisen, de trip danig vertragen. Een weg vol hobbels
dus, waarbij de twee al eens met hun kop tegen elkaar botsen.

‘Eldorado’ is geen film van de grote acties of gebeurtenissen, maar
tuft rustig als een zondagsrijder doorheen het beeldscherm. Zoiets
werkt alleen als je kan terugvallen op sterke personages en dat
zijn Yvan en Elie. Fysiek klitten de twee al meteen mooi in elkaar
als een Laurel and Hardy-duo: Yvan de overjaarse rocker met zijn
warrige, te recht afgesneden coiffure en bolle buik steekt koddig
af tegenover de lome, steeds onder zijn scharlakenrode pet en
groene slobbervestje schuilende ‘Gabriel Rios – version marginal’.
Ook qua karakter botst het gezonde verstand van Yvan lekker met de
ondoorgrondbare, naïeve wacko van een Elie. Hun contrast
vormt de humoristische spil van het Absurdistan waarin de twee
verzeild raken, met als grinnikhoogtepunten de techniek die Elie
voor Yvan verzint om wakker te blijven tijdens het rijden en het
moment waarop hij zelf eenwordt met het bloemetjesinterieur van de
caravan waar ze op een stormachtige nacht in verzeild geraken.
Vergeleken met de mensen die ze op hun weg tegenkomen, is het
tweetal echter nog vrij normaal: de garagist die hun auto vermaakt,
vertelt stoer over de ‘menselijke’ blutsen die hij in zijn
collectie wagens heeft, de nudistische boer die zich Alain Delon
waant, de knuffelaar die niet wil loslaten, ze hebben allemaal een
vijs los… Yvan en Elie blijven er allemaal verdacht rustig onder,
wat de situaties des te grappiger maakt en de woordeloze
verstandshouding tussen de twee ‘situatievrienden’ alleen maar
bevestigt.

Humor en melancholie liggen in ‘Eldorado’ echter nooit ver van
elkaar en hoewel de personages niet de grootste praters zijn, wordt
er soms ook diep gegaan. De blik van de wanhopige moeder die het
hand van Yvan zoekt, kerft diep en de momenten waarop Yvan in
gedachten verzonken in zijn wagen zit, zijn gedoopt in een eenzame
tristesse, die Lanners prachtig weet te vertolken. Zeker nadat de
helderziende garagist hun diepste trauma met zijn handen heeft
aangeraakt (bij Yvan de dood van zijn broer en bij Elie de
verstandshouding met zijn vader) en het allemaal wat terug naar
boven is geborreld, wordt hun tocht een zoektocht naar iets dat
misschien niet bestaat, maar waar ze wel graag in willen geloven.
Een beetje als een gouden stad die alleen leeft in de dromen van
wie ernaar verlangt.

En dan de visuele verwennerij: Wallonië zag er nog nooit zo
fabelachtig uit: donkere, zware wolken die elk moment op je hoofd
kunnen vallen, de wind die door het graan ruist en het hier en daar
doet trillen (zoals in die Palmreclame), het mysterieuze desolate
caravanpark en de eindeloze boerenwegen… hoppend op het ritme van
een stevige rock-‘n-roll soundtrack (met o.a. An Pierlé), die nauw
aansluit bij de eigenaardige sfeer die in heel de film hangt. Het
is geen verrassing dat Bouli naast acteren (‘Aaltra’, ‘Les convoyeurs
attendent’, Cowboy, etc) en regisseren ook graag schildert en
wandelingen maakt: ‘Eldorado’ is alvast een licht surrealistisch
tekenwerkje geworden met een juiste kleurenbalans tussen humor en
serieuze kost. Een rustig opgebouwde film, die meer een sfeer
schept en korte sketches aanbiedt dan een groot verhaal vertelt,
maar niettemin een heel mooi filmpje.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 + negentien =