Portishead :: Third

Third: alsof sinds Portishead — ook al zo’n nuchtere, droge titel — niéts veranderd is. Alsof een hiaat van elf jaar normaal is en wij gewoon maar even geduld moesten hebben, noemt Portishead haar derde plaat droogweg "de derde". Gelukkig is de groep wél geëvolueerd, en is deze terugkeer meer dan een herhalingsoefening.

Dat moest ook want het triphopgenre waarin de groep groot geworden is, staat al even in de vitrinekast der voorbije modes. Kapotgemaakt — zoals dat altijd gaat — door de yuppies die er mee uitpakten in hun hippe lofts en dito loungebars. Het leverde brein Geoff Barrow zo’n haat voor zijn eigen muziek op dat hij uiteindelijk in een creatieve kramp sloeg. Het leek er dan ook op dat Portishead tot de voorbije verhalen uit de muziekgeschiedenis hoorde. Sex Pistols (1976-1978), Nirvana (1989-1994), Portishead (1994-1997); zo’n rijtje.

Tot dan toch plots die berichten over een nieuwe cd de kop opstaken. En neen, dat ging dan niet over dat Alien waar geruchten de ronde over deden, maar wel degelijk een concrete, echte, in staat van afwerking zijnde plaat. Zelden is met zoveel verwachting, angst en beven naar een plaat uitgekeken als naar dit Third, het eerste echte teken van leven (we tellen een verschijning op een Gainsbourg-tributeplaat even niet mee) in elf jaar; kon de groep die het aangezicht van de muziek in het midden van de jaren negentig had bepaald vandaag nog wel relevant zijn?

Er is geen reden tot paniek: in tegenstelling tot debuut Dummy leent Third zich in de verste verten niet tot muzikale begeleiding van al uw lasagne- of gourmetavonden. Daarvoor heeft de triphop te veel plaatsgemaakt voor een meer beklemmende sfeer. Portishead post-911 maakt komaf met de sixties-detectivesfeer en biedt iets rauwer en donkerder.

Portishead is nochtans zichzelf gebleven: de archetypische triphopbeats mogen dan grotendeels verdwenen zijn (enkel in "Hunter" is nog iets van het oude geluid te horen), toch klinkt de groep nog altijd als geen ander. Van bij de eerste beats van de groezelige opener "Silence" weet je dat hier Barrow en co aan het spel zijn. Wanneer zangeres Beth Gibbons stem de strijkerssample messcherp doorbreekt is geen twijfel meer mogelijk dat dit nog altijd de groep is die ons briljante songs als "Mysterons" en "Sour Times" schonk. Dat bewijst ook single "Machinegun": het drumsalvo dat de song beheerst is bepaald niet radiovriendelijk, Gibbons klinkt kil en eenzaam als vanouds en onder dat alles weeft Barrow onheilspellende ratels. Enkel naar het einde toe bloeit het nummer dan toch wat open, maar Barrow wringt het al verrassend snel de nek om: Portishead zal geen easy listening meer zijn.

Regelmatig zoekt Third de folky oorden op die Gibbons bewandelde op Out Of Season, de plaat die ze tussendoor met Paul Webb (alias Rustin’ Man) maakte. Dan krijgen we een kort op ukulele gebracht "Deep Water" of het ingetogen "The Rip", waar de fingerpicking van gitarist Adrian Utley het hoge woord voert en Barrow zich tot halverwege inhoudt. Waarna hij in een bloedmooie overgang beiden overstemt, Gibbons zich toch weer doet gelden, maar uiteindelijk zonder strijd het laatste woord aan de elektronica zal laten.

Dat Portishead ook meer een rockgroep is geworden, bewijst "We Carry On": een minimale, bezwerende ode aan de vergeten sixtiesgroep Silver Apples. Barrow laat een hypnotische drone zes minuten lang aanzwellen, Utley gaat almaar woester tekeer daarover. En tussen dat alles probeert Gibbons zich staande te houden. Een absoluut hoogtepunt dat straks Vorst Nationaal ongetwijfeld helemaal van zijn melk zal brengen.

Portishead is altijd sterk geweest in afsluiters en op Third is dat niet anders. Threads heeft zijn voeten nog wel in de triphop, maar al snel kweekt de band spieren. Terwijl filmische strijkers de spanning opdrijven, bouwt de band op naar een donker einde. Gibbons stem sterft weg en laat ons achter met onheilspellende oceaangeluiden; het ongewisse in: nog eens elf jaar wachten of definitief orgelpunt?

Waren Dummy en Portishead twee platen die de tijdsgeest van midden jaren negentig vastprikten als verzamelaars hun vlinders, dan is Third een moeilijker geval. In dit 2008 is Third een anomalie: noch tijdloos als dat Out Of Season, noch nostalgietrip naar de jaren negentig. Maar de plaat heeft ook niets te maken met deze tijd. Deze groep heeft zich losgerukt van al dat soort omstandigheden; is uniek en staat volledig op zichzelf. De autonome planeet Portishead heeft toevallig de baan van onze tijd opnieuw gekruist; is net niet ingeslagen maar haar impact zal opnieuw elf jaar voelbaar zijn. Briljante terugkeer.

Portishead speelt op 8 mei in een uitverkocht Vorst Nationaal.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 + drie =