Freaky Age :: Every Morning Breaks Out

Ja, ze zijn jong en ja, ze klinken als The Strokes. Maar luister naar “Where Do We Go Now” en Freaky Age maakt deel van je muzikale wereld. En dan is er nog de rest van het sprankelende debuut om ontdekt te worden.

Hoezo de finalisten van deze editie van de Rock Rally zijn jong? Vanwaar de heisa? Stonden vorige keer immers The Blackbox Revelation en Freaky Age niet eveneens op het podium in de AB? De jeugdige leeftijd van veertien hadden de drie leden van Freaky Age bovendien toen ze in de finale speelden. Ondertussen zijn de leden niet alleen een stap dichter bij meerderjarigheid, het trio is benaderd door een Frans management, heeft een bassist aangeworven en komt, na een beloftevolle EP vorig jaar, met een loeier van een debuutelpee op de proppen.

Daarop mag de gitaarrock zichzelf in volle glorie ontpoppen, zij het dat er wel heel nadrukkelijk naar The Strokes wordt geknipoogd. Om maar niet te zeggen dat Every Morning Breaks Out meer als The Strokes klinkt dan de laatste van The Strokes zelf. Maar wat dan nog? Om te beginnen is Every Morning een alleraardigste plaat en alleraardigste platen mogen nu eenmaal net iets meer. Bovendien klinken The Strokes zelf als een postmoderne versie van Ramones en hebben die nozems op hun beurt alles gepikt van Ritchie Valens en Buddy Holly. Om maar te zeggen dat originaliteit ook niet alles is. Beter goed gepikt dan slecht verzonnen, nietwaar?

En verdomd dat die tieners van Freaky Age gladde vingers hebben. Maar hoor hoe die plaat uit de startblokken schiet met een titelnummer dat het niet alleen moet hebben van zijn aanstekelijkheid, heerlijk nonchalante feel en een tekst over meisjes in de klas, maar evengoed indruk maakt met tempowissels die zowel oersimpel als dodelijk efficiënt zijn, zoals dat ook in “They Never Lie” met beangstigende precisie wordt gedemonstreerd.

En die ingrediënten zijn de sterkhouders van Freaky Age: ze zorgen ervoor dat dit debuut op geen enkel ogenblik gaat vervelen. De onderwerpen mogen dan nogal gelinkt zijn aan het leven van tieners – D’uh! — nergens klinkt het belegen of melig zoals bij andere bands die we hier niet bij naam zullen noemen. Evenmin komt die aanpak bij Freaky Age ongeloofwaardig over. Eerder doet het, bijvoorbeeld in “John What’s The Use”, denken aan de gouden begindagen van Weezer: rock-‘n-roll zo fris en dartel dat je oprecht zou geloven dat dit bandje een toekomst voor zich heeft die niet kapot kan.

Alleen zit dan een nummer als “Time Is Over” mogelijk in de weg. Aan de song zelf is absoluut niets mis, integendeel: “Time Is Over” smeekt om op endless repeat gegooid te worden, maar het is evengoed een Strokesnummer dat de New Yorkers over het hoofd gezien hebben. Lenny Crabbé mag dan wel gouden vocalen hebben, in dit nummer komt hij net iets te dicht in de buurt van Julian Casablancas. Al is het flauw Crabbé tot zondebok te bombarderen, zijn groepsmakkers zijn net zo goed bezig met het coveren van The Strokes in dit nummer.

Maar als dat het ergste is, valt het al bij al nog mee. Zoals gezegd, een band kan nog altijd beter onorigineel dan ongeïnspireerd klinken. En laat Freaky Age wat dat laatste betreft geen enkele steek laten vallen. En wat die eigen klank betreft, met het talent dat in dit gezelschap aanwezig is, kan het niet anders of die komt vroeg of laat wel. Ook R.E.M. werd in de begindagen afgedaan als een Byrds-doorslag. Het heeft hen alvast niet tegengehouden om grootse dingen te doen.

Freaky Age speelt in de ABClub (22 april), op Les Ardentes (12 juli) en op Suikerrock (26 juli). Daarnaast is de band te zien in een concertzaal of op een festival in uw buurt. Op hun myspace vindt u de volledige concertagenda.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 + 3 =