Steak Number Eight :: When The Candle Dies Out…

Eigen beheer, 2008

Zijn het de obussen die nog over de akkers verspreid liggen of is
het de zuurtegraad van de bodem die nog steeds niet hersteld is van
het mosterdgas? We hebben er uiteraard het gissen naar, maar het
lijkt wel of er een verband bestaat tussen de restanten van de
Tweede Wereldoorlog en de monsters die uit de onderste lagen van de
West-Vlaamse grond naar boven komen gekropen. Amen Ra laat nu al
enkele jaren donkere wolkenformaties samenpakken boven de vochtige
klei en het lijkt of de Kortrijkzanen tijdens een heidense mis een
kleine demon hebben gebaard die gevonden vreten is voor menige
onheilsprofeet. Vanwege hun jonge klauwen opereert Steak Number
Eight nog in het voorgeborchte van de hel, maar de
postrock/sludge-uithalen van de Wevelgemnaren komen nu al aan als
mokerslagen.
De scalp van Westtalent 2007 hangt aan hun gordel en ook de jury
van Humo’s Rock Rally moest onverbiddelijk voor de bijl. Steak
Number Eight smeedt de postmetal duidelijk als ze heet is, want na
hun glorieuze zege in HRR is hun eerste langspeler al
klaargestoomd. ‘When The Candle Dies Out…’ is een groeistuip van
een plaat: een pletwals die niet gespeend is van wisselvalligheden,
maar niettemin het talent van het piepjonge duivelsgebroed meer dan
bevestigt.

Verdedigers van de stelling dat op rock geen leeftijd staat, kregen
met de laatste editie van Humo’s Rock Rally voldoende argumenten
aangereikt om hun theorie hard te maken. Vele tieners dongen mee
naar een plaatsje in de annalen van de Belgische rock, maar hun
akoestische gitaartjes, zoemende synths en popmelodietjes werden
als donzige veertjes weggeblazen door een West-Vlaamse wervelstorm
van laaggestemde gitaren, drumbombardementen en gebrulde
manifesten.
De 14- tot 16-jarige jongens van Steak Number Eight zijn geen
slagerszonen met een brilletje, maar niettemin ontbenen ze reeds
als de beste. De Wevelgemnaren zijn lucide genoeg om te beseffen
dat postrock ondertussen zo ranzig is geworden als gestold vleesnat
en dus drenken ze hun sound in dampend sludge-en postcore-bloed,
een vermorzelende combinatie die langzamerhand meer en meer in trek
raakt. Steak braadt z’n sound ongetwijfeld in dezelfde pan als
Isis en
Pelican, maar
toch zal de muziekcarnivoor ook graag z’n tanden in enkele filet
purs van dit album zetten. De stijloefening is nooit veraf op ‘When
The Candle Dies Out…’, maar wat Steak ontbeert aan originaliteit,
compenseren ze ruimschoots met emotie, passie en enkele mokerslagen
van composities die qua sfeerschepping, opbouw en spanningsbogen de
grootheden van het genre al behoorlijk dicht benaderen.

Opener ‘The Sea Is Dying’ is zo’n linkse directe die de luisteraar
10 minuten doet zwijmelen. De song vaart door woelige sludge- en
postrock-wateren, maar houdt middels de verslavende metronomische
potigheid van drummer Joris Casier de handen stevig om het roer.
Het is een compositie met een brute kracht die schepen kan doen
vergaan, maar tegelijkertijd zelf de ijsschotsen van de
voorspelbaarheden behendig ontwijkt. Korter, maar even
indrukwekkend is ‘My Hero’ dat van een atmosferische
midzomernachtsdroom geleidelijk aan transformeert tot een infernale
postmetal-nachtmerrie met een verpletterende finale. In
tegenstelling tot Amen Ra laat Steak Number Eight door melodieuze
passages af en toe licht binnen in hun dichtgebetonneerde bunker,
maar het plaatbegin baadt in een verstikkende donkerte die naar de
keel grijpt.

Dan is er ook ‘On The Other Side’ waarbij er op de melodieuze
gitaarspiegel zoveel sludge-etter spat dat zelfs een overdosis
Clearasil geen oplossing zou bieden. Daarmee hebben we Humo’s Rock
Rally-songs gehad en zijn tegelijkertijd de toppers van de plaat de
revue gepasseerd. Toch beeldhouwt Steak ook met ‘Blood On Our
Hands’ een aardige song uit het metaalrijke gesteente waarbij er
naar het einde steeds grover met de beitel wordt te werk gegaan en
mist ‘Falling Out Of A Dream’ ondanks een wat geforceerde sfeer en
dito vocals van Brent Vanneste zijn effect niet door de grommende
riffs.

Steak gaat slechts twee keer uit de bocht. ‘The Holy Truth’ wil een
dromerig en emotioneel oog van de gitaarstorm vormen, maar drijft
als een doorzichtig wolkje al te snel weg. Terwijl de gitaren
pingelen met het postrockhandboek bij de hand, vlijt Vanneste zich
tegen de stem van z’n zus, maar het is duidelijk dat hij vocaal
veel meer indruk maakt wanneer hij rauwe strijdkreten uit de
diepste krochten van z’n lijf trekt. Dan is er ook nog ‘After You’,
een coda van 13 minuten die al na 4 minuten uitverteld is. Hier
hadden nog twee gitaarmonsters kunnen pronken, maar Steak vult de
plaat tot aan het gaatje met zachte noise zonder kompas.

Dit einde in mineur zet echter geen grote domper op ons
enthousiasme. Het kaarsvet van postrock is al lang gestold en
begraven, maar Steak Number Eight bewijst dat de kaars van haar
sound nog lang niet opgebrand is, ook al is ze dan duidelijk geënt
op die van haar voorbeelden. Meer zelfs, ‘When The Candle Dies
Out…’ zou wel eens het vuur aan de lont kunnen steken van een
donderende carrière in de sector van het grimmige gitaargeweld.
Spread the word: Steak houdt steek!

http://www.myspace.com/steakn8

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 − twee =