Goldfrapp :: Seventh Tree

Goldfrapp verraste in 2003 vriend en vijand door de feeërieke folk
van hun debuut ‘Felt Mountain’ in te ruilen voor de poppy electro
van opvolger Black
Cherry
. Na op het twee jaar later uitgebrachte Supernature nog
steeds duchtig gebruik te hebben gemaakt van dezelfde synths met
retrorandje, passen ze nu het omgekeerde kunstje toe. Met hun
vierde studioalbum ‘Seventh Tree’ keren Alison Goldfrapp en Will
Gregory terug naar de ingetogen sound van de begindagen.

Die terugkeer valt onmiddellijk op in ‘Clowns’, de sfeervolle
opener van het album. In dit nummer doet Alison een beetje denken
aan dat andere engelstemmetje, Katie Melua. Meteen
daarop bewijst ‘Little Bird’ echter dat Goldfrapps charismatische
frontvrouw vocaal nog heel wat meer te bieden heeft dan
laatstgenoemde. Lichtelijk hees zingend verheft ze het op zich al
erg mooi nummer (let op de ‘Strawberry Fields Foreve’r-achtige
intro!) naar een nog hoger niveau. Ook in ‘Happiness’ flirt
Goldfrapp met het sixtiesgeluid van The Beatles. ‘Road to
Somewhere’ is het soort song waarmee we Goldfrapp destijds leerden
kennen, en – hoe geweldig decadent de vorige twee albums soms ook
waren – ook het soort song dat we de laatste jaren een beetje
gemist hebben bij het duo. ‘Eat Yourself’ kabbelt eveneens aan een
rustig tempo voort. Ondanks de charmant krakerig gemaakte vocalen,
is het toch één van de mindere momenten van het album.

Dat kleine dipje wordt voortgezet in het aangename, maar ietwat
duffe en te lang aanslepende ‘Some People’. Deze kleine inzinking
wordt echter gauw vergeten wanneer de eerste single ‘A&E’
meteen daarop volgt. We hebben immers te maken met het zeldzame
soort song dat het adjectief “adembenemend” een geheel andere
dimensie geeft. In nog geen drieënhalve minuut wordt de luisteraar
meegesleept in een schitterende, enigszins psychedelische
muziekstroom die het folky aspect van het debuut weet te verenigen
met het wijdse van de twee vorige cd’s. Alison zingt mooier dan
ooit, en tekst en muziek gaan perfect in elkaar over. “I’m in a
backless dress on a pastel ward that’s shining/Think I want you
still, but there may be pills at work.” Of: “How did I get to
accident emergency?/All I wanted was you to take me out high”
,
met een wanhopige nadruk op “high”.
Hartverscheurend.

Het is een praktisch onmogelijke opdracht om een dergelijk
prachtnummer te evenaren, maar ‘Cologne Cerrone Houdini’ houdt
moedig stand. De cabaretière in Alison Goldfrapp komt weer naar
boven, en ook de fluisterzang van Jane Birkin is niet ver weg.
‘Caravan Girl’ staat redelijk los van al wat de band voordien ooit
gemaakt heeft en is ook het meest poppy nummer van ‘Seventh Tree’.
Het gaat niet bepaald door merg en been, maar blijft wel voor de
rest van de dag in je hoofd hangen. Zulke nummers zijn altijd prima
om een wat breder publiek naar je toe te trekken, in de hoop dat ze
ook de rest van je muziek zullen omarmen. Afsluiter ‘Monster Love’
is een beetje een domper op de euforie, want het is zonder meer het
minste nummer op de plaat. Hier wordt ‘dromerig’ gewoonweg ‘saai’
en is ook het etiket ‘inspiratieloos’ niet misplaatst.

‘Seventh Tree’ is misschien wel het beste dat we tot dusver te
horen hebben gekregen van het duo uit Bath. Ook al ligt de focus
opnieuw op het sprookjesachtige waarmee ze hun carrière gestart
zijn, het is duidelijk dat de twee muzikanten inmiddels veel meer
in hun mars hebben dan acht jaar geleden. Het is nu al uitkijken
naar wat de toekomst voor dit duo brengen zal.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien + 12 =