Goldfrapp :: Tales Of Us

Een nieuwe plaat, weer een nieuwe richting. De jaren tachtig-synthesizerpop van voorganger Head First kan iedereen maken tegenwoordig, toch? Maar een meesterwerk van mélancolie noir als dit bijlange niet.

Dat de pastiche van die vorige plaat Alison Goldfrapp achteraf gezien toch niet zo lag. De tournee duurde dan ook iets te lang met muziek die te ver van haar af stond. Teruggrijpen naar, teruggraven in zichzelf, dat wou ze op deze zesde plaat. Terug naar de basis van Felt Mountain en als het even kon nog wat dieper. Er zijn vergelijkingen te maken, al is het op Tales Of Us allemaal nog wat uitgepuurder. Goldfrapps zesde begint waar “Clown” op Seventh Tree eindigde. De zachtaardige folk maakt plaats voor intimistische, verkillende en filmische grandeur.

Deze tien songs zijn delicate soundtracks bij kortverhalen die draaien rond specifieke personages – en er op “Stranger” na ook naar genoemd zijn. Centraal staan melodieën die zich tergend traag prijsgeven, elke luisterbeurt een kledingstuk dat uitgaat. Strijkers en Goldfrapps vaak opvallend hoge stem gaan in elkaar op en worden slechts door piano terug bedeesd op de grond gezet. Als er al eens een beat aanklopt (“Thea”) vraagt die eerst of die niet stoort, om dan pas naar voren te schuifelen – maar nog steeds met de blik naar beneden. Samen met de spaarzame drums in “Simone” en slotnummer “Clay” zorgt Goldfrapp er zo tijdig voor dat het nooit te ijl wordt.

Al zijn de songs daar überhaupt stuk voor stuk te sterk en aangrijpend voor. Alison Goldfrapp liet zich beïnvloeden door literatuur (Patricia Highsmith, Kathleen Winter), film, brieven die ze las. “Clay” gaat zo over twee soldaten die verliefd op elkaar worden aan het front, waar een van hen sterft (“We wanted only to love / How will I find you again fate or chance”); “Annabel” over een androgyn kind dat tegen z’n zin als jongen wordt opgevoed (“Why they couldn’t let you be both”); “Thea” over een koppel dat de bruid van de bedriegende echtgenoot vermoordt (“I want you there I want you gone”); “Laurel” over een beginnende actrice die haar klim naar de roem gefnuikt ziet door haar moordende vriend (“Strange how he’s cold behind his smile”); “Simone” belandt dan weer in de armen van de minnaar van haar moeder (“You are the younger me in his arms”).

Niet alleen de muziek, maar ook de teksten van Goldfrapp laten de verhalen over smachten alle ruimte om verteld te worden. Door de sprookjesachtige sfeer worden de personages zachtjes uit deze wereld getild. En van daaruit is alles mogelijk. Troost en onwennigheid gaan hand in hand, beklemming en weidsheid evenzeer. De piano van “Alvar” doet meteen denken aan “Ces gens-là” van Brel. Maar op “Tales Of Us” wordt het nooit bombastisch. De strijkers stappen rustig de song binnen, vullen dan eerst de kamer om uiteindelijk het hele huis te warmen. In “Ulla”, “Alvar” en vooral “Stranger” bereikt dat de perfectie – Goldfrapps stem als een sirene waar alle aardse lelijkheid schipbreuk door leidt.

Geen discokitsch meer dus voor Goldfrapp en Gregory tijdens de komende tournee, wel een strijkersorkest dat deze plaat grijpbaar moet maken in concertzalen. Of misschien net niet. Die vrijheid laat Tales Of Us. Dit is niet alleen Goldfrapps mooiste plaat tot nu of een van de mooiste van dit jaar. Dit wordt een van de ijkpunten voor alle muzikale schoonheid van dit decennium.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 − 1 =