The Coral :: Roots & Echoes

The Vines, The Datsuns, The Music, The Zutons, The Hives, The Libertines, The Von Bondies, The Streets, The Strokes. Enkele jaren geleden werden de charts overspoeld door een tsunami aan The-groepjes. Een ervan was The Coral, dat in 2002 met zijn titelloze debuut — vooral aan de overkant van het Kanaal — werd opgeklopt tot "hype van het jaar".

The Coral werd vooral geroemd om zijn maturiteit. James Skelly (geboren in het jaar dat Mark Chapman zichzelf de geschiedenis in schoot) en de zijnen schrijven doorgaans cynische, melancholische teksten over de liefde. Door zijn dartele mix van sixties psychedelicapop, folk met moderne rock-’n-roll-invloeden en old fashioned country, kreeg The Coral prompt de titel van eerste Britse band van de "guitar group revival" opgespeld.

Op Roots & Echoes, The Corals vijfde inmiddels, is het echter ver zoeken naar bovengenoemde troeven. Nergens is een spoor te vinden van de snedige melodieën en meebrulbare melancholische teksten die pakweg "Dreaming Of You" zo onweerstaanbaar maakten. Integendeel, tekstflarden als "We’ll stick together/ through the thick and thin/ lights go out/ that’s where I begin/ now I’m lost inside/ in the cobwebs of my mind" doen ons vrezen dat ene Luc Steeno zich alsnog aan een Engelstalig avontuur heeft gewaagd.

Opener "Who’s Gonna Find Me" zet al meteen de toon: Skelly’s net iets te klagerige, stroperige stem keelt teksten als "Who’s gonna find me/ tell me where I can go/ who’s gonna find me/ searching alone" boven een standaard Motown-melodietje dat nooit echt openbloeit. Ook single "Jacqueline" is in hetzelfde bedje ziek: een gitaarriedel die zichzelf niet zo bijster veel verheft boven het vreselijke jingle jangle dat dezer dagen op kerstmarkten overal te lande te aanhoren is, en een refrein van twee keer niks. Zoals bijna alle songs op Roots & Echoes kabbelt het nummer maar wat voort. Tegen beter weten in, zo lijkt het wel. Het is wachten op een climax die er nooit komt.

We hebben het geprobeerd, maar zelfs met de beste wil van de wereld vonden wij geen enkel lichtpuntje die naam waardig. Of het moet "Put The Sun Back" zijn, dat ergens in de verte wel iets mee heeft van Kinks-klassieker "Sunny Afternoon". Of "In The Rain", dat veelbelovend start met een uptempo gitaarpartij en puntige zang, maar al even snel opnieuw wegzakt in een poel van slijmerige sentimentaliteit en nog geen beetje geforceerd aandoende crève-coeur.

Voor de rest is het huilen met de pet op, met "Fireflies" als triest dieptepunt. Een song die zelfs nog te veel klad is om als psychedelische stijloefening te worden geboekstaafd. En hoe Skelly in "Rebecca You" dieppoëtische verzen als "You’re out of reach/ you’ve built a wall around you/I can’t breach/ there’s no way through/ Rebecca you" uit zijn strot krijgt, het moge ons voor altijd een raadsel blijven.

Net als op hun vorige platen probeert The Coral ook op Roots & Echoes al te geforceerd die typische retro-feel op te roepen, alsof in de sixties alles beter was, en er toen geen enkele stinker werd uitgebracht (Jefferson Airplane, iemandè). Van het spuuglelijke artwork tot de platgeproducete, luchtledige songs over vuurvliegjes, spinnenwebben of andere onbereikbare Rebecca’s: nergens raakt The Coral ons echt.

Daarvoor zijn de teksten te banaal, klinkt de muziek op geen enkel moment voldoende vitaal of urgent, en wil Skelly met zijn stem net iets te graag allerlei sentimentele manoeuvres uithalen. Hierdoor klinkt Roots & Echoes als The Magic Numbers ultralight, zonder de catchy melodieën en het (vrouwelijke) engelengezang, die de Magische Nummers zo aantrekkelijk maken.

Het niveau van zijn debuut heeft The Coral nooit meer bereikt. Elke plaat opnieuw verdwijnt een stukje van de wilde frisheid en geestdrift die The Coral zo aantrekkelijk maakte. Dat was al te horen op The Invisible Invasion, en veel beterschap brengt Roots & Echoes niet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 4 =