John Vanderslice :: Emerald City

Amerikaan. Singer-songwriter. Veelschrijver. Politiek bewust. Straal genegeerd. Met die vijf trefwoorden zou er in een perfecte wereld door de Slimste Mens in spe geantwoord worden op volgende vraag van de schalkse Erik Van Looy : "Wie is John Vanderslice?"

Helaas is de wereld waarin wij leven tot nader order verre van perfect, en zullen er — Rik Torfs nog aan toe — serieuze mirakels moeten gebeuren vooraleer een vraag over John Vanderslice een massaal bekeken amusementsprogramma binnensluipt. Volkomen ten onrechte, zoals connaisseurs van Vanderslice’ oeuvre weten. Erg talrijk zijn die evenwel niet, waardoor Vanderslice zelfs te weinig bekend is om obscuur te zijn. Met Emerald City levert deze veertigjarige Floridiaanse bard nochtans alweer een prima plaatje af, zijn zesde al dit decennium.

Vanderslice, ooit frontman van het nooit doorgebroken mk Ultra, beleefde in 2000 zijn vijftien Warholse minuten roem dankzij het controversiële "Bill Gates Must Die" uit zijn toen net gereleaste debuutalbum, "Mass Suicide Occult Figuriness". Daarna verdween hij alweer even snel uit the picture als hij er was in gesleurd. Maar ergens in de grijze zone bouwde hij een behoorlijke reputatie als four tracker ("thuisopnemer") op en producete hij in zijn zelfgebouwde studio in San Francisco platen van minder goed bewaarde geheimen als Death Cab For Cutie en Spoon.

Rode draden doorheen Vanderslices razendsnel aandikkende oeuvre zijn zijn politiek non-conformisme en maatschappelijk bewustzijn. En ook op Emerald City tieren de sneren richting US Governement welig ("it was written years before/ same names/ same war") en zijn de — zelfs zes jaar na de feiten — nog steeds rabiate referenties naar 9/11 en zijn naweeën prominent aanwezig. Het begint al bij de titel: "Emerald City" is de cynische (want afkomstig uit L. Frank Baums sprookjesachtige Oz-boeken) benaming voor het brandpunt van de Amerikaanse bezetting in Bagdad, ook bekend als Groene Zone. Tijdens de opnameperiode voor Emerald City was Vanderslice overigens druk in de weer om zijn Franse vriendin, die de toegang tot het versterkte fort van Uncle Sam was ontzegd, van de nodige papieren te voorzien. Ver moest Vanderslice deze keer dus niet zoeken naar inspiratie.

Verwacht echter niet dat Vanderslice op Emerald City op een goedkope en simplistische wijze tegen de intussen alle kleuren van de regenboog uitslaande schenen van de Amerikaanse gezagshebbers schopt, of een wollig politiek betoog afsteekt over "de mensen" of "goed bestuur", laat staan dat hij in een melig "We Shall Overcome"-gejank uitbarst. Vanderslice heeft een stem die ergens tussen Elliot Smith en Jeff Tweedy in valt te situeren, en zijn songs zijn vaak even rijk gearrangeerd als die van pakweg Aimee Mann. Bovendien verstaat de man de kunst om lyrische regels als "Whatever you do/ you have to commit/ and whatever you do/ you have to put your blood into it" (uit het ingetogen slaapliedje "Tablespoon Of Codeine") te zingen zonder dat het potsierlijk wordt. Het resultaat is een bijzonder appetijtelijk amalgaam van melodieuze popliedjes, met voldoende variatie om te blijven boeien.

Of Vanderslice (gebackt door een puike band) nu zijn akoestische gitaren inplugt (de pulserende, agressievere songs "Time To Go" en "White Dove"), zich achter de piano schaart (het fr&ecircle "Central Booking") of gewoon erg fijne, welluidende popsongs ("The Parade", "The Minaret") op ons loslaat, altijd waart de schaduw van 9/11 wel ergens over zijn lyrics, met een uitgesproken persoonlijke staart, genre "Held up at Kennedy/ sent back to De Gaulle/ looks like September has won once again."

Maar nergens kiest Vanderslice resoluut voor of tegen een bepaald front, hoe verenigd ook. In het wondermooie openingsnummer "Kookaburra" (een vreemde vogel ergens down under) verwoordt hij het als volgt "Lightning shots from the sky/ It breathed life into every living thing(…) lightning shots from the sky/ it gives/ it takes away from/ every living thing." En ook in "The Minaret" (wees gerust pilaarbijters, er staat ook een song over "The Tower" op Emerald City) speelt hij even advocaat van de duivel: "I can see both sides now/ and it paralyzes me".

Wereldberoemd zal John Vanderslice allicht nooit worden, maar met Emerald City toont hij wederom dat politiek engagement niet per se militant of muf hoeft te zijn. Fijn plaatje.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − twee =