The Wombats :: A Guide To Love, Loss & Desperation

Meezingbare pop, catchy gitaarlicks en vooral massa’s hemelse backing vocals. The Wombats manifesteert zich op zijn eerste langspeler als een groepje met een formule. Het grote verschil tussen The Wombats en de andere formulebands? Bij The Wombats werkt het.

Nog geen seizoen is het geleden dat de jonkies van The Wombats zichzelf manifesteerden met een titelloze debuut-e.p. en hier zijn ze alweer met een eerste volwaardige plaat. De e.p. vonden we, in al zijn onschuld, absoluut aardig en het is een aangename constatering dat het trio nog niet besloten heeft een koerswijziging door te voeren.

Al is het even schrikken bij het opzetten van het album: A Guide To Love, Loss & Desperation opent met het gevaarlijk hard naar Voice Male neigende “Tales Of Girls, Boys & Marsupials”, wat ongetwijfeld een als intro vermomd stukje ongein is van de band. Want direct daarna lanceert “Kill The Director” het album en wie de e.p. in huis haalde, weet dat er nummers zijn die een slechter denkbare start vormen.

Wat ons meteen bij het enige dubieuze element van deze plaat brengt: wie de e.p. kocht, kan bij deze in zijn pen kruipen om een consumentenorganisatie aan te schrijven, aangezien élk nummer van het kleinood hier hernomen wordt. Maar goed, als het om puike songs gaat, is zulks detailkritiek.

Prima songs hebben, wil echter nog niet zeggen dat je band geniaal is. Want als er één ding is dat The Wombats kan worden aangewreven, dan is het plat populisme. Of dat goed dan wel negatief is, laten we aan uw eigen beoordelingsvermogen over, maar feit is dat het drietal songs kan schrijven en dat het zich met hun vrolijke poprock manifesteert als de toegankelijke broertjes van Arctic Monkeys.

Zo is er het van een aanstekelijk tempo en sfeervolle “ooh ooh’s” voorziene “Party In A Forest (Where’s Laura?)” dat je hoe dan ook niet onberoerd laat. Meewiegen, meezingen, het kan allemaal op dit sprankelende nummer en voor wie dat allemaal wat te veel van het goede is: in “School Uniforms” schakelt The Wombats een versnelling hoger en vallen echo’s van zowel The Clash als The Big Hatband te rapen.

Bovenal klinkt The Wombats echter vooral als The Wombats, wat als gevolg heeft dat de songs onderling zowat allemaal inwisselbaar zijn, zonder echter in de voorspelbaarheid van pakweg Pennywise te belanden, een band waarbij tijdens het prikken van de naald op een vinylplaat zelfs geen verschil tussen de songs gehoord kan worden. Zo ver gaat dit bandje niet en er zijn uiteraard enkele songs die zich net van de rest weten te onderscheiden, niet in het laatst de fijne single “Let’s Dance To Joy Division” en “Dr Suzanne Mattox Pho”. In dat laatste nummer laat The Wombats zich van zijn meest inventieve kant zien en krijgen we, naast de al standaard geworden aanstekelijke backings, heerlijke gitaarriffs en een baslijn om U tegen te zeggen.

Talent zat in deze band, met andere woorden. Op zich speelt The Wombats natuurlijk op veilig en wordt er helemaal nergens buiten de lijntjes gekleurd, maar nuchter beschouwd zijn het niet altijd de platen die grenzen leggen die vlotjes beluisterbaar zijn. En een mens moet tenslotte toch iets opleggen terwijl hij de afwas aan het doen is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × vijf =