Being John Malkovich

1999 was een jaar van opvallende debuten en doorbraken. Sam
Mendes won meteen een resem oscars voor zijn eersteling ‘American Beauty’, M.
Night Shyamalan maakte ‘The Sixth Sense’, wat
niet zijn debuut was maar wel absoluut zijn carrière lanceerde, en
Spike Jonze blies zowat de hele wereld omver met ‘Being John
Malkovich’. Sindsdien hebben die filmmakers wisselend succes gekend
– Sam Mendes blijft respectabele films afleveren, hoewel hij de
triomf van ‘American
Beauty’
nooit heeft kunnen evenaren, Shyamalan begon zichzelf
steeds meer te onthullen als een one trick pony tot hij
met ‘Lady in the
Water’
definitief op z’n bek ging. Jonze daarentegen, volgde
‘Malkovich’ op met ‘Adaptation’, een film
die zo mogelijk nóg beter was (hoewel het sindsdien onrustwekkend
stil rond hem is gebleven). Het verrassingseffect van ‘Malkovich’
lag niet alleen in de bizarre, surrealistische premisse ervan
(hoewel dat al meer dan genoeg was), maar vooral ook in het feit
dat niemand de makers op voorhand in het oog had gehouden. Jonze
was één van de twijfelachtige breinen achter ‘Jackass’ en andere
MTV-producties, en scenarist Charlie Kaufman (voor wie we sinds
‘Eternal Sunshine of
the Spotless Mind’
elke avond uit dankbaarheid een kaarsje
branden) had voordien voornamelijk gewerkt als comedy
schrijver voor Dana Carvey, beter bekend als Garth uit ‘Wayne’s
World’. Nu niet bepaald de grappigste mens ter wereld. Het was een
groepje first-timers dat samenkwam om één van de meest
merkwaardige, originele en vreemde films van de jaren negentig te
maken. Niemand zag hen aankomen, maar reken maar dat hun namen
daarna iets te betekenen hadden.

John Cusack speelt Craig Schwartz, een gefrustreerde
marionettenspeler die leeft voor zijn kunst, maar er geen cent aan
verdient. Hij is getrouwd met Lotte (een vrijwel onherkenbare
Cameron Diaz), die een dierenwinkel heeft en bijgevolg chimpansees,
leguanen, vogels en honden in huis houdt. Uit armoe neemt Craig een
job aan als dossiersorteerder in een bedrijf op de
zeven-en-een-halfde verdieping van een kantoorgebouw in New York.
Al snel krijgt hij gevoelens voor zijn collega, de cynische
ijskoningin Maxine (Catherine Keener), maar wat haar betreft had
hij net zo goed teenschimmel kunnen zijn. Craig blijft een
loser in een winner’s world, tot hij op een dag,
achter een dossierkast, een piepklein, ‘Alice in Wonderland’-achtig
deurtje aantreft. Hij kruipt er doorheen en ontdekt dat hij
plotseling in het hoofd van acteur van John Malkovich zit. Hij ziet
wat Malkovich ziet en voelt wat Malkovich voelt. Samen met Maxine
besluit Craig munt te slaan uit de ontdekking, door dure ritjes te
organiseren door het hoofd van de acteur. Maar de dingen komen al
gauw veel ingewikkelder te liggen.

Het vergt altijd bijzonder veel moed om te durven afwijken van
de realiteit – zodra je van het publiek verlangt om emotioneel of
intellectueel te investeren in een wereld die afwijkt van wat je
gewend bent, begeef je je nu eenmaal op erg glad ijs. Maar dat is
wel wat Jonze en vooral Kaufman hier doen (net als in hun andere
projecten): ze vertrekken vanuit de dagelijkse wereld en naarmate
hun verhaal vordert, beginnen ze de realiteit te forceren en er
steeds meer surrealistische toetsen aan toe te voegen. Jonze en
Kaufman maken al vanaf de eerste minuten duidelijk dat dit geen
naturalistische film zal worden – ze creëren erg doelbewust een
wereld waarin alles mogelijk is. Hoe langer de film duurt, hoe
extremer de uitzinnigheden. Ze beginnen door het kantoor op de
zeven-en-een-halfde verdieping te introduceren, daarna krijgen we
een dove secretaresse die daar werkt en de grote baas van het
bedrijf, die 105 jaar oud is maar zijn seksuele fantasieën nog
graag mag vertellen aan eender wie die luistert. Dat alles wordt
met een straight face op het publiek afgevuurd: de
personages hebben geen flauw idee dat ze grappig zijn, de film
geeft nergens knipoogjes naar het publiek onder het motto “kijk
eens hoe postmodern en vindingrijk wij wel bezig zijn”. Nee, het
hoort gewoon allemaal bij de wereld die voor ons wordt gemaakt. En
gaandeweg wordt dat dan allemaal gekker, tot we met een situatie
zitten waarin Lotte in het hoofd van Malkovich kruipt om op die
manier seks te hebben met Maxine. Wat dus eigenlijk wilt zeggen dat
John Malkovich een lesbiënne is.

Net zoals alle scenario’s van Charlie Kaufman, had ook dit
exemplaar erg gimmicky kunnen zijn, als het maar niet zo
oprecht en zelfrelativerend was. In principe gaat de film over de
kwestie van identiteit. De promotietekst voor de film was: Ever
wanted to be someone else? Now you can.
En dat vat het
basisidee erg goed samen. Zowat alle personages in deze film zijn
waanzinnig gefrustreerd met hun eigen, beperkte persoonlijkheid.
Craig is de getormenteerde kunstenaar die zijn artistiek ei niet
kwijt kan, Lotte blijkt plots te twijfelen aan haar seksuele
geaardheid, en Maxine is gewoon een ijskoude starfucker,
die het al bij al weinig kan schelen of ze nu met Craig of Lotte in
bed duikt, zo lang die zich maar in het lichaam van Malkovich
bevindt. Want laten we eerlijk zijn, bekende mensen zijn toch véél
interessanter dan gewone stervelingen zoals u en ik, of niet?

‘Being John Malkovich’ heeft het over enorm veel thema’s,
waaronder de aard van identiteit, de fascinatie met roem,
artistieke integriteit en uiteindelijk de wens om eeuwig te leven.
Maar het mooie is juist, net zoals bij ‘Adaptation’ en ‘Eternal Sunshine’, dat
Kaufman die gewichtige onderwerpen op een erg onderhoudende,
geestige en tóch emotioneel rijke manier weet te brengen, zonder
dat hij ooit drammerig wordt of naar z’n navel begint te staren.
Nadat Craig voor de eerste keer in het hoofd van Malkovich heeft
gezeten, zakt hij op z’n knieën voor Maxine en verkondigt hij
hoogdravend: “Dit werpt ongelooflijke filosofische vragen op!”
Maxine bekijkt hem met een spottende blik. Waarmee Jonze en Kaufman
hun eigen publiek even een spiegel voorhouden, om hen te zeggen:
“Neem het ook niet té serieus, jongens en meisjes.” De diepere
lagen zitten er zeker en vast allemaal in, maar de makers
verplichten je niét om een pretentieuze intellectuele trip te nemen
waar je verder maar weinig aan hebt. Kaufman zou na ‘Malkovich’ wel
nog verder evolueren – zowel ‘Adaptation’ als ‘Eternal Sunshine’ (zéker
die laatste) boden meer emotie, het was makkelijker om bij die
films iets te voélen. Maar dat neemt niet weg dat ‘Malkovich’ nog
steeds een prent is die perfect inspeelt op wat de Engelsen alweer
zo prachtig kunnen verwoorden: to carry one’s learning
lightly.
Wél vanalles te vertellen hebben, maar er je niet op
laten voorstaan. Een geweldige deugd is dat.

Heel die heerlijke mix wordt tot leven gebracht door acteurs die
hier een paar van hun beste rollen weggeven. John Cusack nam hier
even een pauze tussen twee suffe romantische “in een bankje op het
park in de regen”-komedies om een genuanceerde vertolking te geven
van een mislukkeling die verschrikkelijke dingen doet om geen
mislukkeling meer te zijn, maar wel sympathiek blijft. Cameron Diaz
durfde het aan om er lelijk uit te zien voor een rol en overtuigt
moeiteloos, en Catherine Keener speelde één van haar eerste echt
opvallende rollen als totale bitch Maxine. Sindsdien is ze
niet meer weg te denken uit de Amerikaanse independent
scene.

Hoewel ‘Being John Malkovich’ in ’99 werd uitgebracht, bleek hij
één van de definiërende films voor het nieuwe millennium te zijn:
de voorbode van een reeks films die zich naar het surrealisme
waagden om boeiende dingen te zeggen over onze eigen werkelijkheid.
De stijl zou later nog geperfectioneerd worden, maar dit is wél het
fenomenale beginpunt van één van de meest opmerkelijke
schrijfcarrières in de hedendaagse filmindustrie. Charlie
Kaufman, we salute you!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − een =