Badlands

Geef hem een in avondlicht badend struikgewas en hij zal er een
van melancholie doordrenkt gedichtje van maken. Terrence Malick, de
regisseur die liever wolken telt dan dat hij interviews geeft,
maakt geen filmproducten, hij maakt cinema als kunst. Noem hem dus
gerust een eigenzinnige artiest, die het canvas bewerkt met
meditatieve mijmeringen en boven dit tranendal overstijgende
aspiraties. Voor sommigen is hij een pretentieuze kluizenaar, voor
anderen is hij een poëet die schildert met lyrische beelden. Hoe
dan ook, met vijf films op vijfendertig jaar tijd blijft Malick één
van de zeldzame cineasten die telkens opnieuw zonder compromissen
en zonder rekening te houden met doelgroepen en andere
marketingspinsels, een eigen en unieke visie lijkt na te streven.
Malicks odyssee begon in 1973, met ‘Badlands’, een op ware feiten
geïnspireerde karakterstudie over een apathische seriemoordenaar en
het naïeve vriendinnetje aan zijn zijde tijdens een moordtocht
langs de woeste landschappen tussen South Dakota en Montana. Denk
aan ‘Bonnie and Clyde’, maar dan gezien door de transcendentale
oogjes van Malick. Begin maar al te zweven.

South Dakota, 1959. Kit (Martin Sheen in een doorbraakrol) is
een verveelde twintiger in een James Dean-outfit die achter de
vuilniskar loopt. Zijn leventje van niks wordt van de straat
gehaald wanneer hij zijn oog laat vallen op de vijftienjarige Holly
(Sissy Spacek in, jawel, een doorbraakrol). De aantrekking is
wederzijds en de twee tortelen er op los. Na een onvermijdelijke en
fataal aflopende ruzie met haar vader (Warren Oates) zijn de twee
geliefden genoodzaakt om te vluchten. In een dromerige roes
verkennen ze de Amerikaanse prairie, leven ze in een boomhut
(no shit), en laten ze een poëtisch gespreid spoor achter
van lijken. Op zoek naar iets wat ze niet kunnen vinden, en
verloren in de eindeloze woestenij van de badlands.

Na vijf auteurfilms is ‘Badlands’ wellicht iets eenvoudiger te
situeren op de Malickmeter dan vijfendertig jaar geleden, toen
niemand nog had gehoord van het fenomeen Terrence Malick.
‘Badlands’ werd gepromoot als een misdaadfilm à la ‘Bonnie and
Clyde’, en hoewel er oppervlakkig gezien zeker raakpunten zijn, is
dit toch een heel ander beestje, dat het eigenlijk niet verdient om
aan klassiek genre vastgepind te worden. Dit is een rasechte
Terrence Malick-film, puur en simpel. Of moet dat net “complex en
ambigu” zijn?

Alles wat later typich ‘Malickiaans’ zou worden genoemd, is
aanwezig in dit intrigerende debuut van een negenentwintigjarige
schuchtere jongen die aan de slag ging als filmmaker met een
filosofiediploma. Van het rustig kabbelende tempo (no way
dat Malick zich gaat opjagen), over de zweverige voice-over, die in
dit geval een contradictorische functie meekrijgt, tot de
doordringende fascinatie met de mens en zijn relatie met de natuur.
Dat laatste uit zich, uiteraard, in de prachtige breedbeeld-en
dieptecomposities die nog prominenter zouden terugkeren in zijn
latere werk. Het vaak geïmiteerde maar zelden geëvenaarde magic
hour
-effect, waar de laagstaande avondzon wordt gevangen om
als een warme gloed over het scherm te glijden, is zelden zo
hypnotiserend mooi als in ‘Badlands’. En het wordt pas echt
interessant wanneer de mooifilmerij en de romantische toon in
contrast wordt gebracht met het koude en brutale verhaal dat onder
de Malick-verpakking verstopt zit.

De reden waarom ‘Badlands’ een moeilijk te beschrijven en
bevreemdend effect opwekt ligt ‘m in zijn consequent volgehouden
paradox. De beelden zijn lyrisch (zelfs een brandend huis wordt een
sereen en feëeriek schouwspel), de monotone voice-over is naiëf en
kinderlijk (alles wordt verteld vanuit Holly’s onvolwassen
point of view), maar wat er zich eigenlijk afspeelt op het
scherm is een kille strooptocht van een seriemoordenaar die zonder
gevoel of moraal mensen in de rug schiet. En zijn vriendinnetje?
Die stond erbij en keek ernaar. Het is een dialectiek die Malick
nog vaker zou gebruiken (denk maar aan de poëtische voice
over
van Jim Caviezel tijdens de gruwel van de oorlog in ‘The
Thin Red Line’), maar in ‘Badlands’ werkt dat zowel onrustwekkend
en confronterend als, hoe bizar het ook mag klinken, betoverend en
rustgevend. Malick gebruikt visuele, auditieve (dat schattige
xylofoondeuntje) en narratieve tegenstellingen om de kijker met een
gevoel van onbehagen op te schepen dat eigenlijk niet zo
ongemakkelijk aanvoelt. Neem nu de koelbloedige seriemoordenaar
Kit. Hij verheft nooit zijn stem, is beleefd tegen zijn
slachtoffers (‘wat zou u ervan vinden moest ik u doodschieten?’) en
schrikt zelfs terug als hij uiteindelijk de trekker moet overhalen.
Eigenlijk is Kit een sympathieke antiheld in de meest zuivere vorm.
Wat dan weer inhoudt dat zijn gedrag overloopt van de morele
ambiguïteit. En kijk, we zitten terug gezellig te wezen in het
dialectische cirkeltje. Damn you, Malick!

Malick baseerde zich voor zijn debuut op de waargebeurde
killing spree van Charles Starkweather en zijn vriendin
Caril Anne Fugate (ze zouden ook de basis vormen voor het iets
minder magische ‘Natural Born Killers’), maar geeft geen
bevredigend antwoord op de waarom-vraag. Er wordt geen
psychoanalyse aangereikt, geen achtergrond van een mogelijke
misbruikte jeugd of andere tekenen die hun sociopathisch gedrag zou
kunnen verklaren. Halverwege hun killer road trip zegt
Holly ‘I didn’t feel shame or fear, but just kind of blah, like
when you’re sitting there and all the water’s run out of the
bathtub.’
Ze voelt zich leeg, zonder ook maar een greintje
gevoel of emotie. Verveling en de banaliteit van de dagelijkse
sleur hebben Kit en Holly op hun fatalistische pad gezet. Kit
moordt om een reputatie te krijgen (zie de grijns op zijn gezicht
wanneer hij als een celebrity wordt aanzien op het einde), terwijl
Holly de slachtoffers sussende maar holle woorden toefluistert. We
krijgen geen diepgaande verklaringen omdat die er soms, om niet te
zeggen meestal, gewoon niet zijn. Dat noemen ze het leven.

‘Badlands’ is een unieke en poëtische filmervaring om dagenlang
met een verwarde maar uiteindelijk voldane kop mee rond te lopen.
Een perfecte eerste kennismaking met een ontegensprekelijk
getalenteerd regisseur, een complexe psychologische schets met een
dubbele tijdsgeest (de jaren zeventig, waarin hij werd gemaakt, en
de jaren vijftig, waar hij over handelt) en gewoon één van de beste
debuutfilms tout court. ‘Badlands’ is prachtig
gefotografeerd (applaus voor Tak Fujimoto), schitterend vertolkt
(Martin Sheen is nooit beter geweest) en laat twee ontwrichte
individuen zoeken naar een betekenis om ze vervolgens geïsoleerd
achter te laten in de onvatbare badlands van hun eigen
bestaan. Moeilijk te absorberen, bevreemdend tot op het bot, maar
ook zintuigtintelend mooi om onder de huid en de ziel te laten
kruipen. Gelieve mij nu terug naar de grond te trekken, dank.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × een =