Her

Spike Jonze is één van de weinige regisseurs wiens films met het verstrijken van de jaren steeds kleinschaliger lijken te worden. Zijn samenwerkingen met scenarist Charlie Kaufman (Being John Malkovich en Adaptation, allebei briljante films), waren complex geconstrueerde fantasieën, waar heel wat visueel vernuft bij kwam kijken. Where the Wild Things Are toonde daarna een heel andere Jonze: het verhaal en de thematiek waren eenvoudiger en ook vormelijk leek hij een groot deel van zijn prestatiedrang verloren te zijn, met een erg vrije camera en monsters die niét uit een computer gerold kwamen, maar gewoon gespeeld werden door acteurs in pakken. Hij was, allicht bewust, in een lagere versnelling geschakeld, en leek op zoek te zijn naar iets anders. Voor zover Jonze zoekende was, heeft hij het nu, met Her, in ieder geval gevonden. Her is nog veel kleiner van opzet, maar is wel een miniatuur meesterwerkje geworden.

Joaquin Phoenix blijft de indrukwekkende rollen opstapelen en speelt hier Theodore, een eenzame man die in scheiding ligt met zijn ex Catherine (Rooney Mara). Voor zijn werk schrijft hij emotionele brieven in andermans naam – hij faket dus emoties voor de kost – maar in de werkelijkheid heeft hij nauwelijks nog contact met andere mensen. Daar komt (min of meer) verandering in wanneer hij een nieuw computersysteem aankoopt, voorzien van artificiële intelligentie. Dit systeem, dat hij Samantha noemt en dat spreekt met de stem van Scarlett Johansson, maakt vanaf dat moment integraal deel uit van zijn leven: ze sorteert zijn mails, plant zijn afspraken, is er bij wanneer hij een videogame speelt en wanneer hij het huis uitgaat. Het duurt niet lang voordat mens en computer op elkaar verliefd worden.

Jonze waagt zich hier dus, niet als eerste en wellicht ook niet als laatste, op het terrein van “liefde in tijden van Facebook”. Een veelzeggend shot aan het begin van de film toont ons hoe Phoenix de metro naar huis neemt. Iedereen kijkt op zijn eigen schermpje en luistert naar het luidsprekertje in zijn oor, maar niemand maakt op eender welke manier contact met de andere mensen in de wagon. Intimiteit heeft zich voor een groot deel verplaatst naar de digitale wereld, waar we dat alles veilig van op afstand kunnen beleven, en dat idee trekt Jonze nu door naar zijn meest extreme logische eindbestemming: een volbloed romance tussen mens en machine.

Maar mocht Her enkel een eenzijdige donderpreek zijn geweest tegen de invloed van technologie op menselijk contact, dan zou het lang niet zo’n interessante film zijn geweest. Eén van de grote krachten van de film is juist dat Jonze niet oordeelt, maar de relatie tussen Theodore en Samantha serieus neemt; hij behandelt het als een reële liefdesrelatie, en dat roept op zich dan weer interessantere vragen op: stel dat we als mensen op een punt komen waar virtuele contacten zowat het enige zijn dat we nog hebben… Zijn we dan niet min of meer verplicht om dat echte relaties te noemen? Kunnen mensen die je alleen kent via het internet, echte vrienden zijn? Kan een liefde die je alleen virtueel beleeft, echte liefde zijn? Jonze durft niet per definitie “nee” te antwoorden op die vraag, wat zijn film een boeiende extra ambiguïteit geeft.

Jonze heeft een misleidend eenvoudige visuele stijl ontwikkeld voor Her. Hij probeert Joaquin Phoenix zoveel mogelijk te isoleren in zijn beeldkaders, wat makkelijk is zo lang Phoenix alleen is in de scène (wat best vaak het geval is), maar al een stuk moeilijker wordt wanneer het personage zich buiten waagt. Jonze speelt met de scherpte van het beeld, zodat de achtergrond vaak wazig is, terwijl Theodore er scherp uit naar voren komt – hij bevindt zich in zijn eigen wereld, waar alle anderen irrelevant zijn geworden. Jonze gebruikt ook warme kleuren, die bijna uit een reclamespotje lijken te zijn weggelopen. Opnieuw een bewuste strategie: de nabije toekomst waarin Her zich afspeelt is er bij uitstek één waarin consumentengedrag alles bepaalt – uiteindelijk wordt Theodore verliefd op een commercieel product dat hij heeft gekocht. Als alle personages er vaagweg uitzien alsof ze figureren in een commercial, dan is dat vast geen toeval.

Joaquin Phoenix spendeert een groot deel van zijn tijd alleen op het scherm, met de stem van Johansson in zijn oren (op de set was het trouwens Samantha Morton die het computersysteem speelde; haar stem werd pas tijdens de montage vervangen). Phoenix bevestigt, voor wie dat nog nodig had, nogmaals zijn talent als wellicht de beste acteur van het moment (zeker nu Philip Seymour Hoffman is overleden). Hij brengt de kwetsbaarheid, onzekerheid en romantiek van Theodore knap naar voren, om een integer personage te brengen dat volstrekt geloofwaardig is. Johansson legt verrassend veel erotiek in haar voice over rol, terwijl Amy Adams kortstondig opduikt als één van de weinige real life vriendinnen van Theodore, die begint aan te pappen met haar eigen operating system. Ooit willen we Adams de hoofdrol zien spelen in een tragikomedie van een zelfde kaliber.

En nu we het er toch over hebben, even een puntje voor de duidelijkheid: Her is geen komedie. De humor die er toch is, vloeit op natuurlijke wijze voort uit de situaties, maar ga vooral niet kijken om een avondje te lachen. De toon is weemoedig, introspectief – Her is een verrassend ingetogen film – en teder. Een film die enkele scherpe observaties maakt over wat het betekent om een mens te zijn en wat ware communicatie is, maar die nooit bitter wordt. Een volwassen, soms zelfs poëtische, volgroeide film, van een volwassen, poëtische, volgroeide filmmaker.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − 12 =