De terugkeer van de Vikingen :: hoe Denemarken zijn popmuziek aan de wereld verkocht

Mew, Raveonettes, Under Byen, Efterklang, … het lijstje Deense bands dat hier het mooie weer komt maken, begint ondertussen een aardige lengte te krijgen. Allemaal het resultaat van een doorgedreven exportgerichte aanpak, zo blijkt. "Als je uit een klein land komt, kun je maar op één manier van je muziek gaan leven en dat is door ook in het buitenland voet aan de grond te krijgen", klinkt het unisono. Belgische artiesten nemen best nota, want de Denen hebben duidelijk een succesvol recept gevonden.

Met zo’n vijf miljoen tellen de Denen slechts de helft van de Belgische bevolking, maar ze weten ons wel hun waar te verkopen. Hoe komt het dat wij Efterklang et les autres maar al te goed kennen, terwijl "onze" Daan en Gabriel Rios daar nauwelijks voet aan de grond krijgen? "Wij staan nu eenmaal meer open voor andere culturen, zij niet", bromt een Vlaamse promoman. Volgens Christian Hald Buhl van The Rocking Factory, dat Deense muziek in de Benelux promoot, ligt het nog net iets anders.

"Vele Denen kennen wel Belgische groepen als dEUS, maar weten niet dat ze Belgisch zijn. Ze gaan er van uit dat die Frans zijn of zo. Dat is iets wat wij wel altijd hebben gedaan: branding. We hebben van Deense muziek een sterk merk gemaakt. Daardoor raken mensen ook geïnteresseerd in andere Deense bands."

"We hebben natuurlijk het geluk dat er dankzij Sigur Rós en andere bands een hype is rond Scandinavische muziek", geeft Johannes Andersson van ROSA, het Deense Muziekcentrum, toe: "daar surfen we gretig op mee, al zijn er verschillen: Zweedse bands scoren met singles, Deense acts winnen hun publiek door te touren. Vandaar dat wij bands toursupport geven. Er is in Denemarken een goed livecircuit met gesubsidieerde zalen, dus onze groepen hebben meestal ook een goede livereputatie."

ROSA werd dan ook door de Deense regering opgericht om Deense bands te steunen bij hun eerste pasjes. "Naast die toursupport voor jonge bandjes, organiseren we ook het grote SPOT-showcasefestival in Arhus", zegt Andersson. "Veel internationale journalisten en concertprogrammatoren komen daar naartoe en bands hebben dan ook veel kans om daar opgepikt te worden. In het verleden werden er onder andere Under Byen en Raveonettes opgepikt door Rolling Stone-journalist David Fricke. Daarnaast zijn we ook aanwezig op andere showcasefestivals als MIDEM en Eurosonic om Deense acts te promoten. Alle medewerkers van ROSA hebben eerst in de platenindustrie gewerkt en hebben dus al een groot netwerk. Dat helpt enorm."

"Zo’n netwerk hebben is belangrijk als je uit een kleine markt komt", zegt ook Emil Jorgensen van DUP, de koepel van Deense Onafhankelijke Platenfirma’s. "Als je het als band uit zo’n land wil maken op een grote markt, dan moet je mensen kennen. Maar het begint al intern: je moet alle spelers in eigen land op één lijn krijgen. Dat was misschien nog het moeilijkste: iedereen — regering, platenfirma’s, managers, … — ervan overtuigd krijgen dat we ons moeten focussen op de export: datgene wat ontwikkeld moest worden."

Uiteindelijk toonden groepen als Mew en Saybia, die het nog op eigen houtje deden, de weg. In 2005 werd Music Export Denmark (MXD) opgericht, dat zich moet bezig houden met het promoten van Deense pop- en rockmuziek in het buitenland. "Ja, ik denk wel dat Denemarken een pioniersrol vervuld heeft bij de ontwikkeling van onze directe muziekexport", klinkt het bij Lisa Marxen van de organisatie. "Bands kunnen niet overleven van optredens in eigen land alleen, maar als je in alle landen van Europa een béétje bekend bent, dan kun je dat wel. Daarom nemen wij het van ROSA over als bands iets groter worden. Zij focussen op beginnende bands, wij bieden al wat meer gevestigde bands hulp bij het opzetten van een tour."

En Belgische bands dan? "Natuurlijk kan dat voor Belgische bands ook lukken", zegt Jim Q. Holm, die met zijn Merger Management ook DAAU in Denemarken vertegenwoordigt. "Als de muziek goed genoeg is, kan alles. Ik heb DAAU ooit ontdekt nadat ze een overrompelend concert hebben gegeven op Roskilde. Het kan dus zeker." Ook dEUS en Soulwax — in al zijn vormen — zijn succesverhalen, net als Front 242 dat in het verleden was en Lords Of Acid binnen zijn nichemarkt. Toch lijkt het voor Belgische bands een stuk moeilijker.

"Het probleem is dat er in België twee markten zijn", zegt Stef Coninx van Muziekcentrum Vlaanderen. "Dat is zo gemaakt door de media, die in beide taalgebieden erg verschillend zijn. In Vlaanderen heb je een sterke openbare omroep, over de taalgrens wordt alles gedomineerd door de commerciële zenders." "Er is wel degelijk een Belgische scene", protesteert directeur Philippe Decoster van het Waalse label 62TV en distributiefirma Bang!: "vergeet niet dat dEUS eerst bij Bang! werd getekend, voor de band doorbrak in Vlaanderen."

"Er is inderdaad een soort Belgische identiteit die het verschil kan maken in het buitenland", bevestigt Maarten Quaghebeur van managementfirma Rock’ o co (o.a. Styrofoam, Mintzkov, The Go Find). "Er is iets surrealistisch aan onze muziek, wat voor een deel het gevolg is van het feit dat Studio Brussel indertijd erg gedurfd draaide. Onze jonge muzikanten werden blootgesteld aan meer alternatieve muziek, waardoor ze er meer gewoon aan werden. Daardoor heeft België een veel grotere alternatieve scene dan commercieel eigenlijk mogelijk is."

Sterk merk

Maar hoe verkoop je dat in het buitenland? De verspreide slagorde van alle deelnemers lijkt het grootste probleem. Een festival als Les Nuits Botanique programmeert wel heel wat bands van eigen bodem en fungeert zo enigszins als showcasefestival, en Wallonie Bruxelles Musique (de Waalse tegenhanger van Muziekcentrum Vlaanderen) organiseert elk jaar in februari concerten van Waalse en Brusselse bands voor de buitenlandse pers. "Ook het jaarlijkse Stubru.Uit kan als een staalkaart van de Vlaamse muziek verkocht worden", stelt Coninx. Maar met die communautaire opdeling schieten we onszelf in de voet, zo blijkt.

"Stop met die Vlaams-Waalse tegenstelling", zegt Mads Vraa van het Deense Good Tape Records. "Daar snapt geen hond iets van. Jullie zijn Belgen en jullie beheersen allemaal het Engels. Organiseer een Belgisch showcasefestival en je zult zien hoe vlot het gaat: België is een sterk merk, Vlaanderen en Wallonië zijn dat niet."

Uiteindelijk zal er ook een grote portie geluk nodig zijn, klinkt het bovendien. "Daar heeft het veel meer mee te maken dan met imago", zegt Decoster. "We moeten ook niet overdrijven", zegt muzikaal directeur Morten Pankoke van de Deense openbare omroep. "Hoeveel mensen kennen bands als Under Byen en Efterklang? Dat zijn er niet zoveel hoor, maar ze zijn zo bijzonder dat ze overal wel een klein publiek kunnen veroveren."

Maar geluk kun je natuurlijk altijd een handje helpen. Misschien is het dat wat de Denen hebben ingezien en wat hier nog moet doordringen. "Managements, labels en overheid zullen moeten leren met één stem te spreken," zegt Coninx, "zo is het ook begonnen voor Denemarken toen ze enkele jaren terug de openingsavond van MIDEM verzorgden. Een muziekexportinstelling als MXD mag er dus ook bij ons komen. We zijn daar over aan het nadenken, maar we zijn er nog niet."

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien + negentien =