The Piper At The Gates Of Dawn :: De kinderkamer van de psychedelica

Veertig jaar geleden schreef Syd Barrett zichzelf niet alleen de geschiedenis maar ook de vernietiging in. Met zijn groep Pink Floyd leverde hij zowat de blauwdruk voor alle psychedelische platen die zouden volgen. Maar wat maakt The Piper At The Gates Of Dawn dan zo verschillend van andere platen uit die periode?

Terwijl in Amerika groepen als The Holy Modal Rounders, 13th Floor Elevators, The Fugs, The Red Crayola … experimenteerden met hallucinogenen en die ervaringen daarna verwerkten in hun muziek, bleef het op dat vlak aanvankelijk stil in Groot-Brittannië. Donovan zou in 1966 als een van de eerste resoluut voor een "psychedelisch/flowerpower"-imago kiezen met de single "Sunshine Superman", maar in vergelijking met zijn Amerikaanse collega’s hield hij zich nog in.

The Beatles lieten een jaar later met Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band in 1967 hun "psychedelische" plaat horen. De opnames daarvan gebeurden in dezelfde gebouwen én in dezelfde periode als deze voor The Piper At The Gates Of Dawn van Pink Floyd, dat live niet alleen een indrukwekkende reputatie had opgebouwd door lang uitgesponnen nummers te spelen, maar onder leiding van songleverancier en frontman Syd Barrett, met "Arnold Layne" en "See Emily Play" ook al twee ijzersterke singles had uitgebracht.

Uit het niets kwam de groep dus niet en evenmin was het geflirt met psychedelica en LSD baanbrekend te noemen. Verschillende rock- en folkgroepen deden immers net hetzelfde en waren Pink Floyd vaak zelfs voorafgegaan. Het tijdperk was er rijp voor en de drugs waren vrij te verkrijgen. De elementen die Pink Floyd in zijn muziek incorporeert, zijn eigenlijk niet zo verschillend van andere epigonen uit dat tijdperk.

Het Britser dan Brits van Barrett is bijvoorbeeld ook te horen bij The Incredible String Band, de kinderliteratuurinslag kan teruggevonden worden in Jefferson Airplanes "White Rabbit" (een verwijzing naar Lewis Carrols Alice In Wonderland), The Beatles durfden al eens te experimenteren met geluiden en The Doors blonken als geen ander uit in lang uitgerekte rocksongs doorspekt met de meest bevreemdende klanktapijten en zwevende uitstapjes.

Dat Pink Floyds debuut veertig jaar later nog steeds zo anders klinkt, heeft dan ook alles te maken met Syd Barrett die op een heel andere manier naar de wereld keek dan zijn acid slikkende collega’s. Zo was drugsgoeroe en getormenteerde poëet Jim Morrisson een charismatische persoonlijkheid die pure seks uitstraalde waar Barrett — weliswaar al even charismatisch — zijn introvertere persoonlijkheid verstopte achter een extraverte kunstenaarspose. Deze twee psychedelische uithangborden leken wel in alles elkaars tegenpool.

Morrisson bijvoorbeeld werd niet zonder reden The Lizard King genoemd, per slot van rekening deinsde hij er niet voor terug om zijn nummers te doorspekken met seksuele en/of incestueuze toespelingen en zichzelf letterlijk bloot te stellen aan zijn publiek. Barrett daarentegen sloot zichzelf steeds meer op in zijn eigen wereld. Live-optredens liepen meer dan eens in de soep doordat Barrett zichzelf volledig verloor in een vreemde gedachtegang. Hoewel het publiek dergelijk gedrag wist te appreciëren, greep de groep in door David Gilmour "in te huren" als extra gitarist.

Dat Morrisson in tegenstelling tot Barrett op zevenentwintigjarige leeftijd overleed, is dan ook veeleer te wijten aan het rockleven dat hij leidde dan aan welke innerlijke demon dan ook. Volgens Roger Waters was Barrett een schizofreen wiens ziekte nog versterkt werd door het veelvuldig slikken van LSD. Het mag niet verbazen dat "Jugband Blues", het enige Barrett-nummer voor de tweede plaat A Saucerful Of Secrets zijn voortschrijdende afdaling in de waanzin vorm gaf.

Tekstueel verschilt het nummer dag en nacht van de songs op The Piper At The Gates Of Dawn. Het kinderlijke en sprookjesachtige element werd ingeruild voor een droefgeestig testament: "I don’t care if the sun don’t shine. And I don’t care if nothing is mine. And I don’t care if I’m nervous with you. I’ll do my loving in the winter." De ooit zo vrolijk en naïef klinkende Barrett leek volgens Matthew Scurfield (een oude vriend) de wereld van Alice In Wonderland ingeruild te hebben voor die van Franz Kafka.

Natuurlijk is ook een nummer als "The Scarecrow" uit het debuut dubbelzinnig: "The black and green scarecrow is sadder than me", maar toch klonk er ook hoop in: "But now he’s resigned to his fate. ’Cause life’s not unkind – he doesn’t mind." En ook al blijft het gevaarlijk om met de latere feiten in de hand naar de teksten te kijken en daar allerlei voortekenen of bewijzen in te zien, feit is dat Barrett zelf een pak vrolijker klonk op het debuut dan op zijn latere soloplaten (The Madcap Laughs, Barrett en Opel), en zeker tekstueel nog niet eenzelfde duisternis had opgezocht.

Hoe speels klinkt "The Gnome" ("I want to tell you a story about a little man if I can. A gnome named Grimble Crumble. And little gnomes stay in their homes, eating, sleeping, drinking their wine.") niet in vergelijking met bijvoorbeeld "No Good Trying" uit The Madcap Laughs dat een nieuw staaltje geeft van Barretts pijnen: "It’s no good trying to hold your love where I can’t see because I understand that you’re different from me." Zelfs muzikaal is het verschil voelbaar, zonder zijn oude kompanen van Pink Floyd was Barrett een zwalpend schip geworden.

De kracht van Pink Floyd lag tijdens het debuut dan ook in het samenspel, en zelfs al waren de groepsleden, zoals producer Norman Smith later in een interview zou stellen, zeker en vast niet de beste muzikanten, samen wisten ze het materiaal van Barrett wel tot prachtige songs om te smeden. Maar die songs van Barrett waren wel nodig. Want zonder afbreuk te willen doen aan Roger Waters’ talenten, is het wel duidelijk dat zijn "Take Up That Stethoscope And Walk" de vreemde eend in de bijt is op The Piper At The Gates Of Dawn.

De duidelijke ironie in de tekst ("Doctor doctor! I’m in bed. Doctor doctor! Achin’ head. Doctor doctor! Gold is lead. Doctor doctor! Choke on bread.") verschilt sterk van Barrett-composities als de magistrale opener "Astronomy Domine" ("Blinding signs flap,
Flicker, flicker, flicker blam. Pow, pow. Stairway scare Dan Dare who’s there?") of het sprookjesachtige "Mathilda Mother" waarin Barrett zijn fascinatie voor verhalen opnieuw blootlegde: "There was a king who ruled the land. His majesty was in command. With silver eyes the scarlet eagle. Showers silver on the people. Oh Mother, tell me more."

Toch waren het niet alleen de teksten van Barrett die het verschil maakten. Want ook het door de hele groep geschreven instrumentale "Interstellar Overdrive" — dat de livesensatie die Pink Floyd was het beste wist weer te geven — en het bij momenten hilarische en met vreemde keelgeluiden — courtesy of Waters — gevulde "Pow R. Toc H." missen in belangrijke mate die charmerende mix van kinderlijke verwondering en spontane klankexperimenten die de andere nummers zo kenmerken.

Dat was de grote kracht van Pink Floyd tijdens het debuut: de speelse onschuld en kinderlijke naïviteit van Syd Barrett gekoppeld aan de steun en kracht die hij kreeg van Roger Waters, Nick Mason en Richard Wright. De vier leden hadden elkaar nodig en elk van hen had een specifieke rol te vervullen. Als geen ander wisten ze de klassieke elementen van de psychedelica om te vormen tot iets geheel aparts zonder de aansluiting met de beweging te missen.

Er waren uiteraard genoeg groepen die net als Pink Floyd de muziek verder verkenden, maar alle haalden ze hun inspiratie uit hun academische kunstachtergrond (AMM), of uit ervaringen met esoterie en sjamanisme (Morrissons fascinatie voor de Indianencultuur) of gewoon uit de tegencultuur en het druggebruik (grosso modo alle bands). Wanneer deze groepen verwezen naar pakweg Alice In Wonderland deden ze dat omdat het boek volgens hen volstond met verwijzingen naar drugs. Barrett daarentegen greep gewoon terug naar een gelukkige kindertijd.

The Piper At The Gates Of Dawn is een uniek werk, niet alleen binnen de geschiedenis van Pink Floyd of Syd Barrett maar ook binnen de geschiedenis van de psychedelica. De muziekstroming van de vrijheid van geest, de onschuld van het kind en "de verbeelding aan de macht" slaagde er immers nooit echt in om die idealen muzikaal waar te maken. De muziek bleef uiteindelijk te berekend en te gezocht om echt onschuldig te zijn.

Dat The Piper At The Gates Of Dawn daar wel in slaagde, was net omdat Barrett zonder het te willen of bewust op te zoeken al deze idealen in zich droeg en wist te vertalen naar muziek. Jammer genoeg betekende die ontvankelijkheid ook zijn neergang. Het druggebruik en succes dreven Barrett steeds verder weg in zijn eigen kleine hel. Het kind dat op "Bike" nog zo vrolijk "I’ve got a bike, you can ride it if you like. It’s got a basket, a bell that rings. And things to make it look good. I’d give it to you if I could, but I borrowed it." was niet meer.

Hoe goed Pink Floyd en Syd Barrett later ook hun best nog deden, ze haalden nooit meer het niveau van The Piper At The Gates Of Dawn. Zelfs de vele copycats wisten alleen maar Barretts vorm en stijl over te nemen zonder ooit aan de essentie van zijn onschuld te raken. Dit was een plaat die Barrett in een speciale kinderkamer had geschreven. Of zoals het op het einde van de plaat weerklinkt: "I know a room full of musical tunes. Some rhyme, some ching, most of them are clockwork. Let’s go into the other room and make them work." Helaas werd na één plaat al die kamer definitief gesloten, de speeltijd was voorgoed voorbij.

The Piper At The Gates Of Dawn is naar aanleiding van zijn veertigste releasedatum opnieuw uitgebracht in een fraaie cd-box met drie cd’s. Naast de aan te raden monoversie, zit ook de stereoversie erbij en een resem singles ("Arnold Layne", "See Emily Play") en outtakes.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 + twaalf =