SPOT Festival :: 4-5 mei 2012, Arhus

Zoals elk jaar in mei, zoekt goddeau het even in het buitenland. Weg van de overvloed aan Brits en Amerikaans geweld, in de luwte van de stortvloed aan vaderlandse releases, gaan we in het Deense Arhus de sfeer in de Scandinavische muziekscene opsnuiven. Net als de voorbije jaren bleek de spoeling soms akelig dun, maar net zo goed waren er aha-momenten die het allemaal waard maakten.

Omdat de bus met Belgische en Nederlandse journalisten laat aankomt, en er op donderdag eigenlijk nog niets gepland is, beginnen we SPOT dit jaar met een afterparty. Eentje met een oude bekende, want in Train, een club in de haven van Arhus, komt Lucy Love met een kort concert haar nieuwste single voorstellen. Drie jaar geleden begon het voor haar allemaal op SPOT met een explosief optreden in de nu geschrapte Officers Scenentent, ondertussen is ze een bekend artieste in eigen land met een aantal grote hits (“Thunder” en “Who You Are”) op haar naam.

Met dat laatste nummer wordt donderdagavond van wal getrapt, en meteen is duidelijk dat La Love in de afgelopen jaren gegroeid is. Alsof het niets kost, neemt ze het podium in, drukt ze handjes op de eerste rij, en rapt ze het behang van de muren. Een flink dronken publiek — het is ondertussen drie uur voorbij — laat het zich welgevallen, en keelt alles met veel enthousiasme mee. Vroeg radiohitje “Daddy Was A DJ” krijgt herkenningsapplaus. En dan is er nog dat nieuwe “We Are The Stars”, voorbode voor een nieuw album na de zomer, en live een stuk beter dan op plaat, waar de gezongen hook minder sterk overkomt. Hier wordt het een pompende dancetrack die doet wat hij moet doen: efficiënt, maar geen hoogvlieger in de collectie.

“Ik wilde meer zingen, dus ja, de balans tussen rap en melodie is hier omgeslagen”, vertelt ze ‘s anderdaags op het terras van het Musikhuset. “Die zanglijn kwam gewoon eerder. En verwacht nog meer verrassingen voor de nieuwe plaat. We weten nog niet helemaal wat de plaat wordt, want we zitten nog maar in het demostadium, maar ze zal soms zeker anders klinken.”

Opvallend is wel hoe Love voor een nieuw imago heeft gekozen, dat voor het eerst toch ietwat vrouwelijkheid durft uitspelen. Niet langer in vormeloze overgooiers, maar als een kruising tussen Marie-Antoinette en de diva uit The Fifth Element, in een soort baljurk met edelstenen over het gezicht, raast ze over het podium.

“‘t Is gewoon de look van de videoclip van ‘We Are The Stars’ die we eens wilden tonen”, zegt Love. “Maar meer sexy? Ach, we tonen nog altijd geen bloot vel. We’re still the most covered band. (lacht) Maar we gaan voor een meer organische look, ja, maar toch nog steeds met science fictioninvloeden.”
Yo-Akim (producer en tweede man in Lucy Love): “Plavalaguna, de diva, is altijd een grote invloed geweest op ons imago.”

Ok, die naam kennen was geeky, yo-Akim, tijd om aan het werk te gaan en nieuwe bands te ontdekken. Beloftes van “floaty, dreamy pop die in rock kan ontaarden” drijven ons vrijdagmiddag naar de Atlaszaal, waar Age Of Giants dat ook waar probeert te maken. Nog tijdens de soundcheck noteren we dat de zanger de bastaardzoon van King Monkey Ian Brown lijkt, en dat blijkt hij ook qua ongeïnteresseerde, coole attitude.

Muzikaal zaten we er ook niet ver naast, want wat Age Of Giants brengt, doet meer dan eens aan vroege britpop denken. “Space And Time” mag dan een weinig overtuigende opener zijn, later horen we toch de licht-psychedelische gitaar van de vroege Boo Radleys of het dromerige van Spiritualized. Neen, het is nog niet helemaal af, maar hier schuilt een belofte in die op een debuutalbum misschien wel ingelost kan raken. In februari 2013 moet dat in de winkel liggen. Wij noteren alvast dat we die dag eens moeten luisteren.

Een zaal verder, de iets kleinere Voxhal, probeert The Megaphonic Thrift de leeggekomen plek van Sonic Youth in te vullen. De jagende rock speelt met dissonantie, ontspoort in plotse uitbarstingen, maar alles gebeurt helaas met zo weinig originaliteit — haast elke riff is terug te voeren tot een nummer van de grote voorbeelden — en zoveel volume dat niemand bedot kan worden. Te vergeten en snel door te spoelen met een pint.

In één van de kleinere zalen van het nieuwe Godsbanencomplex — het hart van het festival vanaf dit jaar — stellen vier Europese groepen zich voor in het kader van het Exite-project. “Dat geeft een Deense, een Vlaamse, een Schotse en een Nederlandse band speelkansen op een viertal showcasefestivals doorheen Europa”, vertelt Stijn Lemaître van Poppunt die ons eigen Polaroid Fiction begeleid. De winnaars van het Limburgse popconcours Limbomania mogen hier de nationale kleuren verdedigen.

Bij de eerste noten gaan de deuren van de zaal open, en mag de groep zieltjes proberen te winnen. Dat gebeurt met veel overtuiging, en een set die helaas een beetje baadt in gelijkvormigheid. Dat de groep met “Butterflies” het geluid van Metal Molly doet herleven — die samenzang! die baslijn! — is niet erg; het is lang geleden. Maar dat we dat zelfde hoekige geluid vervolgens een set lang krijgen, is wat minder. Songs verliezen gezicht, lijken wat op elkaar, en de groepsleden verliezen zich regelmatig in richtingloze jams als in het meanderende “Black Widow”. Zelfs een vleugje gekte op zijn Evil Superstars of een cover van Paul McCartneys “Live And Let Die” kan slechts voor weinig variatie zorgen. Niettemin raakt de zaal aardig vol, en lijkt een tweetal Deense pubers op de eerste rij helemaal overtuigd. Het is een begin.

Neen, dan waren de Deense Exitecollega’s van Nelson Can een pak sterker. Deze drie vrouwen houden het graag basic: songs drijven op niet meer dan bas en drum, en af en toe tamboerijn of een speelgoedfluit om ietwat te vullen. De band tekent voor het soort geluid dat naar vroege PJ Harvey zweemt, die dit soort potigevrouwenrock bijna eigenhandig uitvond. Of de groep een plaat lang kan boeien met dit soort minimalisme, blijft op basis van de paar songs die we meepikten een vraag, maar over dat laatste kwartier geen klachten.

Weer een paar zalen en een half uur aanschuiven verder — het is niet altijd gemakkelijk om op SPOT in een zaal binnen te raken — is het tijd voor de “live drum ‘n bass” van Bottled In England. Wat op papier een interessante benadering leek, blijkt op het podium echter niet te werken. De beats zijn weinig verbeeldingsvol, met het strijkerskwartet dat de groep aanvult, wordt weinig aangevangen. Na een paar nummers houden we het voor bekeken en lopen we een gang verder even binnen bij Svin dat een soort mathrock probeert te maken met bas, drum en blazers. Hoe ambitieus dat plan ook lijkt, in de praktijk zorgen de moeilijke ritmes voor nummers die voortdurend in elkaar lijken te storten, en nooit weten te boeien.

Nog maar eens een podium verder, in de tuin, speelt het in Denemarken waanzinnig populaire Veto een verrassingsoptreden. Ook hier blijft echter vooral de vraag “waarom?” hangen. Songteksten als “you get off, so I get off” klinken vooral kig, en de dansrock van de groep is te middelmatig om dat te verhullen.

Dan maar al postvatten in de Blackbox, waar Tako Lako als een Deense Merdan Taplak een feestje bouwt met opzwepende Balkanbeats en veel enthousiasme. Dat lukt wel: het zweet druipt van de muren wanneer de gezette frontman van Servische afkomst Ognjen Curcic uiteindelijk van het podium komt. “We zijn al vijf jaar bezig, en stonden zelfs al op Glastonbury, maar een plaat opnemen lukte ons nog niet”, vertelt hij achteraf in de kleedkamer. “We wilden meer dan zomaar wat livecuts verzamelen, en het is niet gemakkelijk die livevibe ook in de studio te recreëren. Maar na de zomer komt die plaat er eindelijk aan. Het is tijd nu.”

Afsluiten doen we met de revelatie van vorig jaar. Reptile Youth heeft sindsdien naar het schijnt een sterke livereputatie opgebouwd, en dat daar geen woord van is gelogen, blijkt uit de energie waarmee zanger Mads Damsgaard meteen alle hoeken van het podium opzoekt. Dit is het soort echte frontman waarvan er te weinig zijn. Eén met een strot die niet moet onderdoen voor die van Robert Plant, ook, die hij gebruikt voor wazige teksten als “We are the hippies who fell in love with the sheep”. Helaas blijkt hij voor een middelmatige discorockgroep te staan, die wel weet wat een goed refrein is, maar voorts ook niets vernieuwends weet te brengen. Goed voor een opwindend feestje, zeker als Damsgaard een duik in het publiek neemt, maar of het ook op plaat kan boeien? We hebben onze twijfels.

Solipsistisch

Een veel te korte nacht later krijgen we onze tweede dosis Sonic Youth van het weekend. Ook het Noorse Hypertext heeft immers goed naar Thurston Moore en de zijnen geluisterd, maar combineert dat nog meer met het soort motorik-beat waar ook Radiohead zich op zijn laatste twee platen in verloren heeft. Het resultaat is even solipsistische muziek die voortdurend in zijn eigen navel dreigt te verdwijnen en nooit connectie maakt. Toch is dit nooit te vervelend om weg te wandelen, daarvoor zijn de plotse uitbarstingen die een nummer even uit de rails duwen, altijd net weer goed genoeg getimed. Conclusie? Moeilijk groepje.

Wie wél een connectie weet te maken is de IJslandse Lovísa Elísabet Sigrúnardóttir die als Lay Low charmant giechelende countrypop aflevert. Songs als “Why Should I Worry” worden door een getalenteerde band achter haar boeiend ingevuld met rijke arrangementen. Sigrúnardóttir zelf toont zich een zelfzekere frontvrouw die een belangrijke show als deze kan dragen en een aangename stem heeft die al eens iets van het vertrouwelijke van Isabel Monteiro (Drugstore) in zich draagt. Eentje om te onthouden.

Na Hypertext daarnet, nu nog meer krautrock vandaag. Het Finse Kap Kap weet echter minder te boeien. Met een zanger die steeds net onder de lat schiet, en songs die uithuizig blijven, houden we het ook hier snel voor bekeken. We duiken slechts een zaal verder weer op, voor Annasaid, aangekondigd als “math pop”, en dat is het zonder enige twijfel. Songs als “Jua” of “Balloon Field” bulken van de tegendraadse tempowisselingen, maar vergeten ook nooit een aanstekelijke melodie te voorzien. Noem het de kleine broertjes van Foals, met nog meer zin in echte pop.

Van Sky Architects hadden we op papier veel verwacht, maar de beloofde “Doom Pop” blijkt uiteindelijk niet meer dan doorsnee postrock. Niet dat de groep niet alle registers opentrekt. Er zijn gasten meegebracht, als strijkers, een zangeres, en een ex-toetsenist die nog één keer komt meedoen. Toch stijgt het nergens boven de middelmaat uit, laat staan dat ze het de postrocksubcultuur overstijgt. Zelfs een als dubstepnummer aangekondigde song met dj maakt dat niet waar. Middelmaat die niet stoort, maar ook zijn bestaansrecht niet echt weet te bewijzen.

En toch gaan we nog een laatste keer vroeger weg, maar wat de apotheose moest worden, eindigt als zo één van die typische SPOT-frustraties: met nauwelijks een handvol mensen voor ons in de rij gaat de deur van de Grote Zaal van het Musikhuset onherroepelijk dicht, en dus kunnen we u niets melden over de speciale verjaardagsshow van The Raveonettes. Hoe graag we ook hadden bericht over dit concert, waarin de oorspronkelijke bezetting de integrale eerste EP — en geen noot meer dan die 21 minuten — Whip It On nog eens zou uitvoeren; het mocht niet zijn. Voor ons eindigde SPOT in een klein mineurakkoord.

Sowieso was dit niet de sterkste editie van het showcasefestival. We hebben jaren gekend dat we met meer goeie platen naar huis kwamen, en soms met herinneringen aan soms letterlijk legendarische shows waarvan je weet dat ze voor de groep iets hebben gestart. Niets van dat alles dit jaar. We noteren de vage belofte van Age Of Giants, de aangename warmte van Lay Low, en beloven die EP van Nelson Can zeker eens te beluisteren.

De vraag dringt zich dan ook op of Denemarken zijn hand niet overspeelt door elk jaar zo’n overdaad aan groepen te willen presenteren. Ook in Vlaanderen — met een gelijkaardige bevolking — is het niet mogelijk elk jaar opnieuw bijna honderd straffe nieuwe (want gevestigde waarden passeren slechts zelden op SPOT) bands van eigen bodem te vinden. Misschien kan het festival dus beter iets strenger selecteren in de toekomst.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × vier =