Halloween





109 min. / VS /
2007

Durf het zeker geen remake te noemen, deze ‘herinterpretatie’
van de genreklassieker ‘Halloween’ uit 1978. En inderdaad, wat
rocker en schlocker Rob Zombie heeft uitgespookt met de
slasherblauwdruk van John Carpenter is eerder een moderne,
alternatieve visie dan een slaafse studioremake. Niet dat het
resultaat daardoor een meer boeiend, spannend of stimulerend
schouwspel is geworden. Met zijn gekende fetisj voor het groteske
in de white trash-huiskamer, heeft Rob Zombie zowaar een
ernstige poging ondernomen om de psychopaat achter het masker een
gezicht en voorgeschiedenis te geven. Van een horrorfan als Zombie
zou je nochtans denken dat hij weet dat er echt niemand zit te
wachten op een deconstructie van een mythe (kuch ‘Hannibal Rising’
kuch). De nieuwe ‘Halloween’ is een ongeïnspireerde en al snel tot
generische drek afdalende remake die nauwelijks verschilt van de
tientallen andere horrorremakes die de laatste jaren ostentatief
van de lopende band zijn gerold. Zelfs het overaanbod exploitatieve
blote borsten brengt hier bitter weinig soelaas. En dat zijn de
beste borsten die je te zien kan krijgen in films.

We maken kennis met een jonge Michael Myers (Daeg Faerch heeft
heel nauwgezet zijn creepy blik ingeoefend) die zijn
huisrat aan stukjes snijdt. De jongen heeft problemen en de oorzaak
is niet ver te zoeken. Moeder (Sheri ‘halve trouwboek van Rob
Zombie’ Moon) is een stripper, zus hangt de slet uit en stiefvader
(William Forsythe) gedraagt zich als een vloekende dronkenlap die
hem sporadisch uitmaakt voor ‘mietje’. Als daar maar geen
ongelukken van komen. Alsof dat nog niet genoeg is, wordt hij ook
nog eens lastig gevallen door de obligate pestkoppen op school
(jammer maar helaas, geen cameo van Titus De Voogdt). Soit, de
stoppen slaan door bij Mikey en op Halloweennacht moordt hij zo’n
beetje de halve familie uit. Hij wordt in een instelling geplaatst
waar hij zorgvuldig onder de loep wordt genomen door Dr. Loomis
(Malcolm McDowell neemt het over van wijlen Donald Pleasance), die
klinisch verantwoorde analyses als ‘de ogen van dit kind zullen u
vernietigen!’ mag debiteren.

Na vijftien jaar is Mikey een grote Michael (worstelaar Tyler
Mane mag achter het iconische masker kruipen) geworden en zit hij
opgescheept met een bebrilde Danny Trejo als bewaker. Omdat we dan
toch al een dik uur ver zitten in de film en de mensen een beetje
ongeduldig beginnen worden, ontsnapt Michael Myers uit de
instelling. Het is dan nog eens, geheel toevallig, Halloween en
aldus keert de getormenteerde jongen huiswaarts om daar wat
giechelende trienen met een keukenmes te bewerken. Eigenlijk is het
dus allemaal een beetje zoals die film uit ’78, maar heeft Rob
Zombie gewoon wat meer tijd nodig om tot de leuke dingen
(gratuit borsten, hoera!) te komen.

Het grote verschil met de oude ‘Halloween’ en de nieuwe, is de
opvallende focusverschuiving. Waar Carpenter in het origineel
vooral geïnteresseerd was in slachtoffer Jamie Lee Curtis (en haar
boezem) als Laurie Strode, kiest Rob Zombie voor de psychopaat.
Meer zelfs, de meisjes verschijnen pas in de tweede helft van de
film, en het overgrote deel wordt besteed aan het verhaal
behind the mask. Wie was Michael Myers, waar kwam hij
vandaan en wat dreef hem ertoe om zijn zus als een speldenkussen te
gebruiken? Dat soort zaken. Even zou je denken, met het goedkope
maar anarchistische ‘The Devil’s Rejects’ in gedachten, dat Rob
Zombie effectief een nieuwe, rauwe visie op een legende zou
serveren, maar op het sfeervol camerawerk en alweer een fijn
gekozen soundtrack (de Love Hurts-montage) na, kruipt Zombie
teleurstellend snel in de conventiegordijnen van het genre. Ik was
geen fan van ‘House of 1000 Corpses’ en ‘The Devil’s Rejects’, maar
met die twee vuile prenten bewees Zombie wel zijn gewicht in
ballen. Hij pakte het horrorgenre onconventioneel aan en kwam
tenminste op de proppen met iets dat afweek van de gladde
PG-13-Hollywoodhorror. Met ‘Halloween’ zakt hij naar het niveau van
een banale, door Michael Bay-achtige figuren geproduceerde,
slasherrommel.

Nu zou een ouderwetse, strakke slasher misschien nog kunnen
werken (hoewel die na de satire van ‘Scream’ echt wel moeilijk
serieus te nemen is), mocht Rob Zombie ook maar een beetje gevoel
voor opbouw, spanning (weg is de Michael-cam) en narratieve
structuur hebben. Uit de veel te lang aanslepende voorgeschiedenis
haalt hij enkel maar in spinnenwebben gewikkelde clichés en een
slecht acterend kind, terwijl het slashergedeelte aan een zodanige
rotvaart wordt afgewikkeld dat je tegen de aftiteling nauwelijks
nog de gezichten van slachtoffers kan herinneren. De borsten
daarentegen.

Maar het ergste is natuurlijk dat het allemaal niet bijster
spannend is. Door een rationele verklaring aan het monster te
geven, wordt Michael Myers veel minder eng (met zijn
papier-maché-maskertjes lijkt hij trouwens verdacht sterk op de
drummer van Slipknot), en door de slachtoffers tot het uiterste te
minimaliseren, zit je als kijker met de apathie van een grazend
kalf toe te zien op de viscerale gewelddaden. Enkel het memorabele
Halloweendeuntje laat bijna een rilling over de rug lopen, moest
Zombie niet constant onnozele dingen zitten doen met de
geluidseffecten. De enige die de grijssombere en
pseudopsychologisch getinte horror weet op te vrolijken is Malcolm
McDowell met zijn onbedoeld campy dialogen. ‘Evil is
here!’ zegt hij en je zal ‘m maar beter geloven, potnonde.

Zombie’s ‘Halloween’ verandert weinig aan de tanende status van
de franchise en is ongeveer even genietbaar als de rest
van de al lang vergeten sequels omtrent de traagste killer in
filmland. Misschien wordt het gewoon eens tijd dat Rob Zombie een
gezellige, kleffe romantische komedie maakt, want na al dat
doorgedreven sadisme en nihilistische gedachtegoed, begint de
inspiratie van de genrekenner en cinefiel (spot de bekende
cultgezichten!) op te drogen. Rommelig, trashy, onprettig,
allemaal goed en wel, maar een Rob Zombie die zich aanpast aan
studioconventies, dat is pas echt eng.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 + zeventien =