Mon Meilleur Ennemi (My Enemy’s Enemy)





87 min. /
Frankrijk – VK / 2007

Klaus Barbie (u mag één keer gniffelen met de naam, dat u er van
af bent), de Nazi-officier gespecialiseerd in folterpraktijken die
algemeen bekend kwam te staan onder de naam “Slager van Lyon”,
bracht het grootste deel van zijn leven na de Tweede Wereldoorlog
door in Bolivië. In ‘Mon Meilleur Ennemi’, de nieuwe documentaire
van Kevin Macdonald (‘Touching the Void’),
horen we zijn buurman daar aan het woord: “In het begin deed Klaus
echt lastig, tot op het punt dat ik hem voor het gerecht wilde
slepen wegens pesterijen. Maar toen besefte hij dat ik geen jood
was, en toen deed hij plots veel vriendelijker. Nadien heb ik nooit
nog last van hem gehad.” Waarmee natuurlijk heel wat duidelijk
wordt, niet alleen over Barbie – schijnbaar zelfs op zijn oude dag
nog steeds een onverbeterlijke antisemiet – maar vooral ook over
die buurman. Barbie had mannen, vrouwen en kinderen willens en
wetens de dood ingestuurd, hij had nieuwe, creatieve manieren
verzonnen om mensen te martelen en achteraf in Zuid-Amerika
fascistische dictaturen gesteund. “Maar goh ja, zolang hij mij
persoonlijk niet te veel lastig valt, lig ik daar allemaal niet van
wakker.” Over dat soort morele gemakzuchtigheid gaat Macdonalds
film – slechte daden worden schijnbaar alleen bestraft als men er
voordeel bij heeft om dat te doen. Is dat voordeel er niet, dan
volgt er ook geen straf. Tenzij de persoon in kwestie een lastige
buur is, natuurlijk.

Barbie was een alter Kämpfer, die al vroeg bij de
Nazipartij ging en na het uitbreken van de oorlog in Frankrijk
gestationeerd werd. Zijn specialiteit was het opsporen en
ondervragen van verzetsleden – hij was dé ultieme specialist in het
toedienen van de maximale hoeveelheden pijn die een mens kon
doorstaan zonder te sterven, en hij had klaarblijkelijk een stevig
instinct om joden, homoseksuelen en verzetsleden te traceren. In
Lyon, het centrum van het Franse verzet, was hij rechtstreeks
verantwoordelijk voor de dood van zo’n 4.000 mensen en de
deportatie van nog veel meer. Onder de 4.000 zat Jean Moulin, één
van de sleutelfiguren van het verzet, die nu nog als een held
herdacht wordt. Een ander berucht wapenfeit was de deportatie naar
Auschwitz van 44 kinderen uit een weeshuis in Izieu.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam Barbie in handen van de
Amerikanen, maar in plaats van als oorlogscrimineel berecht te
worden, rekruteerde de CIA hem om in Duitsland een
anti-communistische cel op te richten, min of meer als geheim wapen
in de beginnende Koude Oorlog. Dat duurde tot begin jaren vijftig,
toen de Fransen zijn uitlevering vroegen en de CIC (Counter
Intelligence Corps) hem naar Bolivië hielp vluchten. Daar bracht
Barbie het grootste deel van zijn verdere leven door – hij steunde
extreem-rechtse coup d’états, nam deel aan
anti-communistische en anti-linkse terroristische aanslagen en
droomde zelfs hardop van een Vierde Rijk in de Andes. Pas in de
jaren tachtig werd hij eindelijk gearresteerd en uitgeleverd aan
Frankrijk. In 1987 volgde zijn proces en in ’91 stierf hij aan
kanker in de gevangenis.

Dat zijn de feiten, maar wat Macdonald nog meer lijkt te
fascineren dan een eenvoudige opsomming van historische
gebeurtenissen, is de gedachte dat de Amerikaanse overheid zo
onvoorstelbaar cynisch is kunnen omspringen met haar overwinning.
Als democratische mogendheid wierpen ze zich op als de morele
autoriteit in de Tweede Wereldoorlog – een regering van en voor het
volk die een fascistische dictatuur omver ging werpen. Maar de
oorlog was nog niet afgelopen of ze wisten al dat er een conflict
met Rusland ging volgen. Terwijl de vredesverdragen nog werden
afgesloten en de Amerikaanse en Russische soldaten broederlijk
samen feestvierden in de straten van Berlijn, werden er heimelijk
al voorbereidingen getroffen, en de mentaliteit waarmee dat gedaan
werd, had niets te maken met de officiële propaganda – zoals de
titel van de film al aangeeft: “de vijand van mijn vijand is mijn
vriend”. Het kon de Amerikanen niets schelen hoeveel doden Barbie
op zijn geweten had. Hij was nuttig, en daarmee uit. Barbie’s
advocaat, de beruchte verdediger van de onverdedigbaren, Jacques
Vergès, noemde de overheid hypocriet tijdens het proces – Barbie is
immers pas opgepakt kunnen worden eens hij niets meer kon betekenen
voor de instanties waar hij zo lang voor gewerkt had. En Vergès had
gelijk – niet dat dat Barbie’s veroordeling tot levenslang minder
terecht maakte. De geschiedenis, lijkt Macdonald te suggereren,
wordt niet geschreven aan de hand van grote idealen, het is niet
gebaseerd op goed en kwaad. Geschiedenis is een opeenvolging van
pragmatische beslissingen: mensen en instanties die doen waar ze
zelf het meeste baat bij hebben, en al de rest kan de boom in.

Naar de normen van Macdonald is ‘Mon Meilleur Ennemi’ (gedraaid
met voornamelijk Frans geld, vandaar de titel en de Franse
voice-over) een verrassend conventionele documentaire. De
regisseur toonde immers altijd al de neiging om zijn werk zo
cinematisch mogelijk te maken. Eerst in ‘Touching the Void’,
waarin het verhaal van twee bergbeklimmers in de problemen werd
gereconstrueerd om het spannender te maken, en daarna natuurlijk in
‘The Last King of
Scotland’
, zijn geslaagde fictiefilm over Idi Amin. ‘Mon
Meilleur Ennemi’ is daarentegen een klassieke documentaire, die
niet zou misstaan op Canvas, ergens op een avond wanneer er al geen
andere WO II-docu geprogrammeerd staat. Archiefbeelden, foto’s en
talking heads-interviews wisselen elkaar af om een helder
geformuleerde geschiedenisles te vormen. Zo formeel gaat Macdonald
zelfs te werk, dat hij aan het begin expliciet een thesis geeft
(“deze film zal het leven van Klaus Barbie nagaan en zijn banden
met de Amerikaanse overheid blootleggen”), die hij daarna
systematisch begint te staven. Dat zorgt ervoor dat ‘Mon Meilleur
Ennemi’ absoluut een goed geïnformeerde, grondige documentaire is,
maar met al dat nog niet echt wat je noemt “opwindende cinema”. Nu
goed, je moet weten wat je wilt, natuurlijk – dit is een film waar
je naartoe gaat om geïnformeerd te worden.

Waar je mee naar huis gaat, is een onrustwekkend portret van een
man die nooit ook maar een seconde spijt heeft getoond voor de
ettelijke duizenden doden die hij op z’n geweten had. Blijkbaar is
het echt mogelijk om mensen dood te folteren en vervolgens rustig
te gaan slapen. De psychologie van Klaus Barbie wordt in de film
nooit uitgelegd, buiten dan een algemene drang die hij had om zich
te laten gelden, om autoriteit te kunnen uitoefenen. Je kunt het
als een gebrek aan de film aanrekenen dat er nooit verder wordt
gegaan in die psychologische tekening, maar let’s face it,
een heel leger aan psychologen zou hier waarschijnlijk nog niet
uitkomen. Barbie wordt door overlevenden van zijn terreur een
monster genoemd, een beest, noem maar op. Woorden als een ander,
die ook aangeven dat ze het niet kunnen begrijpen. En door nog
anderen werd hij een bruikbare kracht genoemd, een wapen in de
strijd tegen de communisten. Op zichzelf ook een teken van een
ziekelijke geest.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − 4 =