Planet Terror





Met
Freddie Rodríguez, Rose McGowan, Michael Biehn, Marley Shelton,
Josh Brolin, Michael Parks e.a.
105 min. / VS
/ 2007

Toen ‘Grindhouse’, hét cultproject van het decennium, in tweeën
werd gekliefd voor de internationale markt, waren de fans een klein
beetje pissig. Maar nog geen halve vervloeking van de
Weinstein-testikels later, of ze stonden al aan te schuiven voor
‘Death Proof’,
Tarantino’s brok van de exploitatie-en horrorhommage. En wat kregen
de kwijlende geeks? Een twee uur durende indommelrit met
veel blabla en weinig splat splat. ‘Death Proof’ had zijn
aanhangers, maar de algemene consensus was er toch één van ‘hmm,
een aflevering van Villa Politica is nog leuker dan deze
snoozeshit‘. Om maar te zeggen dat de Grindhouse-hype een
ernstige deuk heeft gekregen de afgelopen maanden. Tot nu. Waar
Tarantino teleurstelde, triomfeert Robert Rodriguez op onnavolgbare
wijze met de losgeslagen zombieroetsjbaan ‘Planet Terror’. Weinig
blabla, veel splat splat, welkom op de crazy planeet van
Rodriguez.

Het verhaal, hoe bollocks het ook mag klinken, begint
bij een mysterieus gifgroen zenuwgas dat verspreid wordt over een
boerengat. In datzelfde gat schudt Cherry (Rose McGowan) voor de
laatste keer met haar derrière als go-go-danseresje. Ze trekt de
baan op en ontmoet, toevallig, haar oude vlam El Wray (Freddie
Rodríguez). Niet veel verderop wordt een ziekenhuis overspoeld door
mensen met etterende builen en pusontstoken wonden. Dokter William
Block (een heerlijke evil Josh Brolin) en zijn vrouw,
dokter Dakota (Marley Shelton, die het pijnlijkste moment van de
film mag beleven met een verlamde pols) hebben hun eigen problemen,
maar het zal uiteindelijk allemaal weinig uitmaken. De lokale
bevolking is namelijk druk bezig met het muteren in hersendode
zombie’s (hoera!). Een kliek overlevenden, waaronder Cherry, El
Wray, een sheriff (Michael Biehn) en zijn broer, een
barbecuespecialist (Jeff Fahey), proberen de braindead
motherfuckers
tegen te houden met alle mogelijke middelen. En
dat terwijl Cherry alleen maar standup-comediènne wou worden.

Bruce Willis (zie hem grijnzen van plezier!) die met zijn veel
te stoere kop uit een militaire wagen stapt, terwijl Sayid van
‘Lost’ (Naveen Andrews) hem staat op te wachten met een vers zakje
afgeknipte teelballen. Sappig. Oh yeah, de toon van
‘Planet Terror’ wordt onmiddelijk gezet in een relatief brave, maar
niettemin veelbelovende openingssequentie. Tarantino mag dan zijn
doel voorbij zijn geschoten met het overgekookte ‘Death Proof’, Rodriguez
weet maar al te goed hoe hij een ironische hommage moet maken aan
de crap die in zijn kelder ligt weg te rotten. Niét door een
postmodern referentiegeval te bricoleren, maar door gewoon een
grappige en nooit aflatende zombiefilm in elkaar te hakken waar de
fun even hard van afspat als het pus uit de levende doden.
‘Grindhouse’ is een geweldig concept, dat eerst werkt verneukt door
Tarantino, maar nu helemaal in ere wordt hersteld door de creatieve
en speelse vondsten van de puber in Robert Rodriguez.

Eigenlijk werkt ‘Planet Terror’ zelfs zo goed dat de
Grindhousegimmicks (krassen en brandvlekken op het scherm, smerige
kleuren, overspringend geluid) bijna overbodig worden. Enkel de
‘missing reel’ tijdens de plagende seksscène is een kleine
briljante vondst, waardoor één van de grootste mysteries van de
film gewoon wordt overgeslagen. Het grote verschil met ‘Death Proof’ heeft alles
te maken met pretentie. Rodriguez probeert nergens nadrukkelijk een
specifieke B-film op een metaniveau te kopiëren, maar laat zich
gewoon even hard gaan als met zijn vampierenprent ‘From Dusk Till
Dawn’ (geen meesterwerk, maar na tien jaar nog altijd übercool).
Rodriguez is veel minder gefixeerd en obsessief bezig met het
concept achter zijn film, en geeft de prent een spontaan en
vrijblijvend toontje. ‘Death Proof’ had iets
heel experimenteels, terwijl ‘Planet Terror’ gewoon onnozele (en
rommelige) zombiepret aanbiedt. Tarantino mag zoveel pochen als hij
wil over zijn zogezegde ‘beste dialogen ooit’ die hij uit
mekkerende bekken van de ‘Death Proof’-geiten
heeft gekregen, Rodriguez laat Rose McGowan met een machinegeweer
als rechterbeen zombie’s omverknallen. No fucking contest,
mensen.

De acteurs mogen ook veel plezantere dingen doen dan in ‘Death Proof’, waarin
enkel Kurt Russell af en toe iets geinigs mocht uithalen. Het
personage van Josh Brolin zou trouwens de nog gestoordere broer van
Stuntman Mike kunnen zijn, maar dan effectief een badass
motherfucker
en niet een verdoken mietje. De acteurs acteren
slecht en krijgen de meest krullende dialogen in hun gladgestreken
smoel gepropt, maar ze ménen het wel. Ze zitten in pulp, ze acteren
op het niveau van pulp, maar ze weten niet dat ze in pulp zitten.
Luister maar hoe held van dienst El Wray (Freddy Rodríguez doet dat
goed) zijn stoere praat stoïcijns koel over zijn lippen laat rollen
en Michael Biehn zijn oneliners afvuurt alsof ze de grootste
wijsheden van het universum zijn (‘Don’t shoot yourself. Don’t
shoot each other. And especially… don’t shoot me.’
). Enkel
make-upicoon Tom Savini en, ja hoor, Quentin Tarantino (hij kan
echt niet acteren, zelfs niet slecht acteren) verpesten de mop een
beetje door het er te dik op te leggen dat het allemaal om te
lachen is. Jammer, want de scène met Quentin (en zijn bloedworst)
is er eentje om te onthouden.

Maar de ster van ‘Grindhouse’ is toch wel Rose McGowan die als
Cherry aka palomita een heerlijke cultgriet mag spelen. De
rosse die binnenkort als Barbarella de ruimte gaat veroveren is
niet gezegend met het grootste acteertalent, maar haar niet al te
snuggere, sexy blik (beter bekend als een ‘Maaike Cafmeyer’),
sletterige stripperslook (de opening credits, amaai) en het
vetcoole machinegeweer bombarderen haar tot hét personage dat vanaf
nu het eerste geassocieerd zal worden met The Grindhouse
Experience.
Ze is de vlees-en metaalgeworden natte droom van
iedere zelfrespecterende nerd en geek en krijgt
een niet te missen gloriemoment in de climax, die er nog veel
verder over gaat dan de rest van de film. En dat wil al wat
zeggen.

Een no-brainer met hersenen, ‘Planet Terror’ is zo
ongeveer alles wat ‘Death Proof’ had moeten
zijn. Tarantino wou coole pulp heruitvinden, terwijl Rodriguez
gewoon coole pulp heeft gemaakt. Geen taterende grieten, geen
irritant zelfbewust toontje, maar gewoon een allesvernielende
kickass zombiefilm met emmers bloed, nobelprijswinnende
goor (hou Fergie van The Black-Eyed Peas in de gaten) en het hipste
‘wijf’ van het jaar. Splatterfun was zelden vettiger of plezanter
dan in ‘Planet Terror’. It’s zombilicious.

PS: De fake trailer ‘Machete’ smeekt gewoon om een
langspeelversie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 + vier =