Michael Clayton




Het is te merken dat het weer winter begint te worden. Niet
alleen omdat het continu giet van regenen, je elke ochtend de ijzel
van je voorruit moet schrapen en je je thermisch ondergoed opnieuw
moet bovenhalen (van die sexy lange wollen onderbroeken die zo
lekker knetteren van de statische elektriciteit als je ze in een
vlaag van passie probeert uit te trekken, heerlijk!), maar vooral
ook door de films die er uitkomen. Na een zomer van
sequels die in meer of mindere mate suckten
(iemand nog zin in ‘Pirates of the
Caribbean’
?), krijgen we immers weer een vlaag bloedserieuze
thriller-drama’s voorgeschoteld, die – blijf vooral rustig, niet
panikeren – van zinnens zijn om u zowaar aan het denken te zetten.
Elk jaar in oktober beginnen dat soort films de zalen binnen te
druppelen, en dat duurt dan tot pakweg april, waarna het weer tijd
wordt voor de gebruikelijke big budget Hollywood drek. Het
spreekt voor zich dat ik altijd weer tevreden ben wanneer ik de
bladeren zie verkleuren. Met ‘Michael Clayton’ is het alvast raak:
George Clooney levert hier zijn jaarlijks gewetensvol,
maatschappijkritisch project af (na ‘Syriana’ en ‘Good Night and Good Luck’
begint het een traditie te worden), en hoewel het natuurlijk weer
erg makkelijk zou zijn om daar cynisch over te doen – de brave man
draaft immers ondertussen wel op in spotjes voor Nespresso en
Martini – dwingen zijn keuzes toch een immens respect af. Ook hier
zit hij immers weer in een intelligent, onderhoudend en relevant
drama, dat je achterlaat met behoorlijk wat stof voor
conversatie.

Michael Clayton (Clooney dus) is een fixer voor het
prestigieuze advocatenkantoor Kenner, Bach & Ledeen. Zijn job
bestaat erin om de rommel op te ruimen die legitieme juristen
moeilijk kunnen aanraken. Een rijke zakenman rijdt een fietser aan
met z’n wagen? De vrouw van een klant wordt betrapt op
winkeldiefstal? Dan is Clayton je man. Kenner, Bach & Ledeen is
onderhand al zes jaar bezig met de verdediging van U/North, een
bedrijf dat pesticiden maakt. U/North wordt aangeklaagd door enkele
honderden mensen die beweren dat één van hun producten
kankerverwekkend is. Arthur Eden (een intense Tom Wilkinson), leidt
de verdediging van het bedrijf, maar wanneer hij sluitend bewijs
onder ogen krijgt dat U/North al 15 jaar lang wist dat hun
producten schadelijk waren voor mensen, zonder dat ze er iets aan
deden, trapt hij door. Eden dreigt de hele zaak openbaar te maken,
en Clayton wordt er nu op afgestuurd om de boel te bedaren. Hij
wordt dan ook gedwongen om een keuze te maken tussen zijn
loyaliteit aan Eden en zijn financiële toekomst.

Tony Gilroy, de scenarist achter de ‘Bourne’-films, maakt
zijn regiedebuut met ‘Michael Clayton’, en heeft zich zowel in de
opbouw van zijn verhaal als in de stijl van filmen duidelijk laten
beïnvloeden door de kwaliteitsthrillers van de jaren zeventig. (De
films uit dat tijdperk, zoals ‘All the President’s
Men’
, ‘Klute’ en ‘The Parallax View’, worden trouwens steeds
vaker gebruikt als lichtende voorbeelden, zie ook ‘Syriana’ en ‘Zodiac’.) Gilroy legt
opvallend veel gevoeligheid en nuance aan de dag in de manier
waarop hij zijn personages afbeeldt. Hij is niet geïnteresseerd in
zwart-wit tegenstellingen tussen goed en kwaad. Zo verwacht
iedereen in het publiek dat Clayton het verontwaardigde geweten van
de film zal vertegenwoordigen, maar dat klopt slechts gedeeltelijk.
Hij heeft immers ook dringend geld nodig, en wanneer zijn corrupte
baas (gespeeld door Sydney Pollack) hem een cheque van 80.000
dollar aanbiedt, accepteert hij. Hij loopt daarna wel rond met een
blik van zelfwalging op z’n gezicht, maar hij accepteert. En aan de
andere kant van het spectrum krijgen we Tilda Swinton als juridisch
adviseur van U/North, die zichzelf langzaam maar zeker ziet
wegzakken in totale criminaliteit om het bedrijf te beschermen. Wat
ze doet is crapuleus, maar Gilroy bouwt kleine momentjes in waarin
we zien hoe onzeker ze eigenlijk is. Hevig zwetend zit ze te
hyperventileren op een toilet, terwijl ze zich duidelijk afvraagt
hoe ze haar angst en twijfels moet verbergen voor haar collega’s.
Wanneer ze wordt geïnterviewd voor tv, repeteert ze op voorhand
zorgvuldig haar antwoorden omdat ze vooral goed wilt overkomen.

Op die manier schetst Gilroy een akelig overtuigend portret van
een allesverterende corporate culture, waarin moraliteit
en menselijkheid steeds meer in het gedrang raken. Een bijster
vernieuwend thema is dat natuurlijk niet – mensen die hun ziel
verkopen om hogerop te geraken, malafide bedrijven die desnoods hun
eigen klanten vergiftigen als daar winst in zit en
advocatenkantoren die de duivel zelf zouden verdedigen als die daar
het geld voor had… Het is een smerige business, en ‘Michael
Clayton’ is zeker niet de eerste film die daar de aandacht op
vestigt. Denk maar aan prenten als ‘A Civil Action’, ‘Erin
Brokovich’, ‘The Rainmaker’ en ga zo maar door. De thematiek van
‘Michael Clayton’ is niet nieuw, maar wordt wel overtuigend
gebracht, zonder te vervallen in clichés of sentimentele ingrepen
(de slachtoffers van de producten van U/North komen nauwelijks in
beeld).

En dat is een tweede punt waarop de cinema van de jaren zeventig
z’n invloed laat gelden: Gilroy durft te rekenen op de
intelligentie van het publiek. Hij weigert op de voor de hand
liggende emotionele knopjes te drukken (zelfs de relatie tussen
Clayton en zijn zoontje zorgt niét voor tranerige momenten), maar
geeft ons een complex verhaal waar we zelf onze conclusies uit
moeten trekken. De structuur van de film (Gilroy begint bij het
einde en gaat dan terug) kan aanvankelijk misschien een beetje
verwarrend werken, maar wie er het kopje bijhoudt, zou uiteindelijk
geen problemen mogen hebben om alles in elkaar te puzzelen.

Clooney blijft bewijzen leveren dat hij één van de meest
charismatische acteurs ter wereld is. De laatste jaren heeft hij
een filmografie opgebouwd die wat kwaliteit en relevantie betreft
oprecht indrukwekkend is, en met ‘Michael Clayton’ zet hij die
traditie voort. Clayton is in feite een man die nooit zijn gedacht
kan zeggen, die altijd moet zwijgen voor de andere mensen in de
kamer, en dat zié je in zijn ogen. De frustratie staat dikwijls van
zijn gezicht af te lezen, zonder dat hij er in overdrijft – de
andere mensen in de kamer mogen het immers niet doorhebben. Tom
Wilkinson gaat dan weer lichtjes over de top als Arthur Eden, de
advocaat met acute gewetenswroeging (hoewel zijn openingsmonoloog
wél indrukwekkend is), terwijl Tilda Swinton ook weer op een knappe
manier de ambiguïteit van haar personage neerzet. Iemand die
eigenlijk geen slecht persoon wil zijn, maar plotseling van
zichzelf beseft dat ze dat wel geworden is.

‘Michael Clayton’ is een intelligente, spannende, intrigerende
thriller, met een paar uitstekende vertolkingen. Ja, oké, er zitten
een paar plotgaten in als je echt gaat zoeken, maar wie heeft daar
nu zin in? George Clooney for president, en snel een
beetje!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen + vier =