Small Gods




Twee mannen en twee vrouwen zitten rond een kampvuur, met achter
zich een camper. Eén van de mannen, een bebaarde dertiger, is
geagiteerd aan het praten, zijn handen flapperend als vissen op het
droge. “Jezus heeft tegen mij gesproken,” zegt hij, “en hij heeft
me verteld om Zijn woord, wat dus eigenlijk ook mijn woord is, te
verspreiden!” Hij grijpt achter zich, waar hij tegen de wand van de
camper een kruis heeft neergezet – geen klein kruisbeeld ofzo, nee
hoor, een volschalig, levensgroot kruis. Hij begint er liefkozend
over te wrijven terwijl hij verder spreekt. Da’s dan de liefde van
de Heer, veronderstel ik. Tegen het einde van de scène zal dat
kruis in brand staan. Welkom in de wereld van ‘Small Gods’, zonder
meer de vreemdste Belgische films sinds… wat, ‘Calvaire’
misschien? Staan op het menu: een boksmatch met de heer onze God
zelve (!), enkele gruwelijke moorden en (om wat tegengewicht te
bieden) een paar knuffels met volslagen vreemden. Yup, dit
is er eentje die duidelijk gemaakt is onder het motto: “het kan ook
niet alle dagen ‘Firmin’ zijn”.

Het verhaal draait rond Elena (een goeie Steffi Peeters), een
jonge vrouw die na een autocrash haar zoontje verliest. Ze wordt
ontvoerd uit het ziekenhuis door David (Titus De Voogdt), een
mysterieuze man die haar nooit uitlegt waarom hij haar nu precies
uit haar bed is komen lichten. In een aftandse camper trekken ze
door een onbestemd landschap (waarschijnlijk Wallonië en
Noord-Frankrijk, maar het kan overal zijn), onderweg naar… Wie
weet? In de tussentijd pikken ze ook Sara op, een jong meisje dat
in het midden van een verlaten veld op het punt staat verkracht te
worden wanneer David tussenbeide komt. De drie ondernemen samen een
road trip door een surreële wereld: drie zwaar beschadigde
mensen in een al evenzeer kapotgebeukte camper, van wie we
gaandeweg meer te weten komen via bizarre flash-backs. Hoe
langer de reis duurt, hoe groter de waanzin wordt die de personages
omringt.

Je kunt van regisseur en scenarist Dimitri Karakatsanis (probeer
dié naam maar eens uit te spreken met een paar ouzo’s achter de
kiezen) veel zeggen, maar niet dat het hem ontbreekt aan
creativiteit of lef. De meeste Belgische regisseurs klampen
angstvallig vast aan het naturalisme dat ze met de paplepel hebben
meegekregen – ze willen toch zo graag volstrekt realistisch zijn,
moesten ze kunnen, ze zouden zelfs de camera afzetten om de
werkelijkheid niet te verdraaien. Karakatsanis daarentegen, wentelt
zich in zijn eigen surrealisme. Hij kondigt vanaf de eerste minuten
luid en duidelijk aan dat dit een film zal worden waarin de
werkelijkheid verraderlijke vormen zal aannemen en vaak moeilijk te
duiden zal zijn, en die proclamatie maakt hij vervolgens anderhalf
uur lang meer dan waar.

Dat surrealisme merk je enerzijds gewoon aan de plot en de
personages: erg plausibel is het om te beginnen al niet dat een
vrouw die door een volslagen vreemdeling uit haar ziekenhuisbed
wordt ontvoerd, zich daar zelfs geen vragen bij lijkt te stellen.
“David zorgde voor alles,” horen we haar achteraf vertellen, “dat
was genoeg. Ik vertrouwde hem.” Het Stockholm-syndroom gaat verdomd
snel te werk in ‘Small Gods’. Maar het wordt nog veel gekker eens
de achtergrondverhalen van de personages eraan te pas komen: David
heeft namelijk ooit een robbertje gevochten met de Onbewogen
Beweger zelf, en sindsdien kan hij de pijn van andere mensen
aanvoelen. Uh-huh. En de manier waarop Sara bij het duo
terechtkwam, is dan weer zó gruwelijk dat het bijna grand
guignol
wordt. ‘Small Gods’ verloopt wel degelijk volgens een
soort van interne logica, maar het is ook van begin tot eind
duidelijk dat de regisseur zijn verhaal en personages alleen wilt
gebruiken als pionnen in een uitgebreid complex aan metaforen en
symbolen. Het gaat helemaal niet over Elena, David en Sara als
geloofwaardige personen in een realistische situatie, want
geloofwaardig zijn ze niet en realistisch is hun situatie niet.

Waar gaat het dan wél over? Wel, dàt is dus iets waar de maker
zelf het schijnbaar ook nog een beetje moeilijk mee heeft: hij weet
een tamelijk interessant (en in ieder geval behoorlijk
freaky) schouwspel op poten te zetten, maar hij blijft te
veel steken in loutere weirdness, zonder dat de bedoeling
er achter echt duidelijk wordt. Je krijgt de vage indruk dat het
allemaal ergens naartoe leidt, maar naar waar? Als Karakatsanis al
een overkoepeld thema heeft, een groot inhoudelijk punt dat het
surrealisme rechtvaardigt, dan gaat het minstens gedeeltelijk
verloren onder de bizarre wendingen, die vaak behoorlijk met elkaar
botsen. Wat mij betreft, gaat ‘Small Gods’ voor een groot deel over
mensen die proberen af te rekenen met het verleden, zich ervan
proper te wassen, en als je op je eentje niet sterk genoeg bent om
dat te doen, dan heb je soms wat hulp nodig. Maar wie zal het
zeggen? De film gaat immers veel te veel kanten tegelijk uit: we
krijgen een flash back naar een scène waarin Elena
ontslagen wordt omdat ze continu te laat op haar werk komt, wat een
tragikomische impact heeft op het verhaal (Johan Heldenbergh is
immers hilarisch in een cameo als wezelachtige chef). En zo’n scène
moet dan in dezelfde film passen als één waarin David uit pure
empathie een paard knuffelt, of de scène met de gek met zijn kruis,
of een bloederige finale, die zwaar over de top gaat. ‘Small Gods’
wisselt met z’n bizarre episodes zo vaak van tempo en toon, dat het
moeilijk wordt om door de bomen het bos nog te zien, en een enkel
doel te onderscheiden waar het allemaal naartoe werkt.

Visueel is de film nochtans wél dik in orde. De fotografie van
Nicolas Karakatsanis (broer van de regisseur) maakt veel gebruik
van close-ups en tegenbelichting. In combinatie met een korrelige
filmstock en mooie herfstkleuren zorgt dat voor een intieme,
poëtische look. En die kan de film ook best gebruiken –
uiteindelijk is dit een soort spirituele road movie,
waarin het landschap waar de camper doorheen sjeest weinig meer is
dan een mentaal decor. Broer Nicolas speelt wel net iets te gretig
met de focus van zijn camera (door scènes vaak bewust out of
focus
te filmen), maar goed, dat weze hem vergeven.

‘Small Gods’ is een interessant experiment, maar daarom nog niet
een geheel geslaagd exemplaar. Er zitten boeiende dingen in en je
verveelt je niet, maar de prent springt met z’n gekheden zodanig
van de hak op de tak dat het punt ervan verloren gaat. Maar bon, je
ziet hier tenminste mensen aan het werk die films willen maken waar
nog eens iets over te vertellen valt. Het zit er vaak vierkant
nevens, maar het is tenminste niet banaal.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − 6 =