The Angels of Light :: We Are Him



Lees het interview met Michael Gira!

In 1973 verscheen het boek ‘Great Jones Street’, een roman met
enkele onvergetelijke personages, allen neergepend door Don
DeLillo. Deze verwarde vertelling over een rockster bevatte
briljante, kille uiteenzettingen over Bucky Wunderlick, held van de
ondergrondse muziekcultus. Zo verklaart hij, tijdens een samenkomst
met pompeuze academici en andere literati: “What I’d like to do
really is I’d like to injure people with my sound. […] It isn’t
an easy thing to create, The right sound at the proper volume.
People actually collapsing in pain. […] That’s art, sweetheart. I
make it happen”
.

Zes jaar later kwam Michael Gira naar New York City met zijn eigen
ideeën over hoe hij muziek wou maken. Ook zijn Swans zouden in de
jaren ’80 (naar men zegt, uw dienaar bestond op dat ogenblik nog
niet of amper) voor een heus kabaal zorgen. De fans kennen het wel;
het waren tijden vol schreeuwerige narratieven over misbruik in
gevangenissen, ruwe chaos en bloed aan de muur. Naarmate de furie
wegebde – Gira zou het later afschrijven als onvolwassen exaltatie
– begon het enfant terrible van de no wave (logischerwijze) meer en
meer in de buurt te komen van de klank die hij heden ten dage
produceert onder de sluier van The Angels of Light. Naar goede
gewoonte kende de muziek kwalitatief gezien zijn hoogten en
laagten, maar dat was tevens symptomatisch voor Gira’s muzikale
dynamiek. The Angels of Light associëren met een bepaalde stijl is
niet zo gemakkelijk; we kunnen eerder spreken van een abstract
canvas dat Gira’s klank tot hiertoe begrenst.

Dan is er ook nog het label Young God Records, dat door mijnheer
Gira zelf gerund wordt, en sinds enkele jaren ook een breder
arsenaal aan artiesten aanbiedt, naast de huidige productie en oud
Swans-materiaal. Twee jaar geleden werd op deze wijze Akron/Family ontdekt,
die dat jaar ook vorm gaven aan The Angels of Light als band. Op
‘We Are Him’ vervullen ze deze rol opnieuw, iets wat met een
frontman als Michael Gira best opzienbarend is. We durven tevens
beweren dat het meteen de laatste keer zal zijn, gezien de
strubbelingen die zich ditmaal in de studio voltrokken. Wat er ook
van zij, deze plaat is vooral een amalgaam van stijlen en
persoonlijkheden geworden. Een echte synthese van reeds geleverd
werk kun je het dan weer niet noemen, maar het komt toch aardig in
de buurt. De dominante motieven uit platen als ‘Everything Is Good
Here / Please Come Home’, ‘How I Loved You’, en ‘Sing Other People’
zijn min of meer samengebundeld in ‘We Are Him’, aangevuld met oude
en nieuwe vrienden en vriendinnen.

‘We Are Him’ kan steunen op een goede sequentie. Zo opent de plaat
meteen met drie knappe tracks; ‘Black River Song’ bezit de typische
gitaargeluiden van Akron/Family, gecombineerd met Gira’s maniakale
vocals. Vervolgens brengt ‘The Promise of Water’ een constructieve
ode aan oorlog en anarchie (althans, zo denken wij er graag over).
“But there’s nothing to fear / because nothing here’s
real”
, zingt een spottende frontman, terwijl zijn volgzame
clan hem instemmend omringd. ‘The Man We Left Behind’ opent opnieuw
met een aardig staaltje Akron/Family, gevolgd door een uitgebreid
relaas begeleid op piano. De formule is simpel, maar eveneens op
impeccabele wijze uitgevoerd. Daarenboven geniet het nummer van
aardige poëzie – zoals wel vaker het geval is op deze en vorige
platen.

Soms loopt Gira helaas wat verloren in zijn eigen procédé, wat vaak
leidt tot slaapverwekkende of ronduit belabberde composities. ‘My
Brother’s Man’ is daar het eerste voorbeeld van; het is een nummer
dat eerst wel wat lijkt te hebben, maar al snel het masker verliest
en een rottend karkas blootgeeft. ‘Joseph’s Song’ is een gefaalde
variant van een ander motiefje dat vaker op ‘We Are Him’ voorkomt:
de tempowissel. ‘Star Chaser’ is dan weer een treurig slot voor een
oerdegelijke plaat; hier horen we een lome Gira, omringd door een
weinig geïnspireerde bezetting, wat overtollige repetitiviteit tot
gevolg heeft.

Toch is het nieuwste album er eentje om te koesteren, want de
hoogtepunten durven vaak danig imponeren. Titeltrack ‘We Are Him’
komt toch aardig in de buurt van de tribalistische extase die we op
enkele eerdere platen reeds konden ontwaren. ‘Not Here / Not Now’
geeft ons een onweerstaanbare combinatie van instrumenten en
vocalisten, aangezien Siobhan Duffy hier een wondermooie
performance aflevert.
Op dat elan kunnen we nog wel even doorgaan, maar u hebt inmiddels
wel begrepen dat deze plaat veel te bieden heeft. Toch durven we
niet al te zeer met superlatieven gooien. Het beste van The Angels
of Light kwam tot nu toe in de vorm van ‘Everyting Is Good Here /
Please Come Home’; daar heeft ‘We Are Him’ weinig aan veranderd.
Wat we wel kunnen stellen, is dat er hier een opmerkelijke
regelmaat hoorbaar is, ondanks de wilde productiegeschiedenis. We
hebben het over een kwalitatieve regelmaat, iets wat we net zozeer
mogen koesteren als het excentrieke meesterwerk. Wie Michael Gira
geen bruingebakken blaaskaak vindt, doet er dan ook
hoogstwaarschijnlijk goed aan ‘We Are Him’ zijn kans te
gunnen.

http://www.myspace.com/theangelsoflight

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes − twee =