Gravenhurst :: The Western Lands

Nick Talbot, de man achter Gravenhurst, heeft nooit onder stoelen of banken gestoken dat hij niet alleen een meer dan gezonde fascinatie voor het morbide heeft, maar ook dat hij wel eens een goed boek ter hand neemt. Het is geen toeval dat The Western Lands ook de titel is van de laatste roman die beatauteur William S. Burroughs neerpende.

Op het lenen van de titel na heeft Talbot echter weinig aangevangen met Burroughs erfenis. Want waar deze laatste bijna veertig jaar na zijn klassiek geworden boek Naked Lunch bewees het nog steeds in de vingers te hebben, stelt Talbot nauwelijks drie jaar na zijn “doorbraakalbum” Flashlight Seasons al teleur met een matige plaat. Wie er tijdens de laatste Feeërieën bij was, kreeg tijdens de akoestische set met “Saints” en “Trust” twee van de betere nummers van die plaat voorgeschoteld.

“Saints” klinkt in volle groepsbezetting niet zoveel harder, maar raakt wel de juiste snaren. De ijle gitaarpartijen en een boven alles zwevende Talbot zijn vintage Gravenhurst inclusief de duistere tekst die scherp contrasteert met de dromerige song: “At seventeen I heard my calling/ to suffocate with my embrace/ murder ten to save a hundred”. Ook “Trust” klinkt zacht en rustig, zeker in vergelijking met het vorige album. Talbot houdt de touwtjes strak in handen en laat de groep weinig ruimte voor uithalen of andere ongein, al lijkt hij op deze plaat niet echt goed te weten wat hij moet aanvangen met zijn groep.

“She Dances” bijvoorbeeld klinkt niet onaardig, maar weet evenmin echt te inspireren. De song kabbelt verder zonder het bezwerende van de oudere verstilde songs in zich en zelfs de scheurende gitaar op het einde klinkt bedroevend braaf. In het rockende “Hollow Man” doet Talbot een eerste poging om een stevige rocker neer te zetten maar uiteindelijk blijft hij steken in een degelijke Britse rocksong die nergens de massa weet te overstijgen. Het noisy intermezzo klinkt zelfs belachelijk vergezocht, hoewel dat ooit toch anders was.

Helaas komt er daarna niet veel beterschap, want het instrumentale titelnummer klinkt al evenzeer ongeïnspireerd en middle of the road. Gelukkig is er de ballad “Song Among The Pine” waar Talbot nog eens zijn rol van duistere minnestreel bovenhaalt. Aan de cover “Farewell, Farewell” (Fairport Convention) weet Talbot weinig toe te voegen. De feedback op het nummer mag dan wel refereren aan de “See My Friends”-cover, toch haalt de song nergens dat niveau. Hetzelfde kan gezegd worden over de donkere fluistersong “Hourglass”, die op zijn einde loopt zonder ooit zijn dreiging waar te maken.

Met nog maar twee nummers op overschot lijkt het pleit al beslecht. En toch weet Talbot nog te verrassen met het onaardse “Grand Union Canal”, dat enkele intrigerende gitaarmelodieën aan elkaar koppelt en daar sporadische zanglijnen tussen weeft. Ook “The Collector” weet te charmeren. Een laatste maal worden de klassieke ingrediënten van stal gehaald. Het is een verstilde song geworden die zich met mondjesmaat ontplooit en steeds dieper in de verwrongen ziel van een eenzaat durft te turen. Helaas klampt Talbot zich stevig vast aan de realiteit waardoor er nooit echt begrip getoond wordt.

Toen Warp Talbots tweede album Flashlight Seasons opnieuw uitbracht, werd aan Talbot gevraagd welke richting Gravenhurst zou uitgaan. Hij zou zelfverzekerd geantwoord hebben dat het luider en harder zou klinken. Op Fires In Distant Buildings maakte hij die belofte waar, maar nu klinkt hij vooral ongeïnspireerd. Een handvol goede songs redden de plaat maar kunnen niet verbergen dat The Western Lands eigenlijk een grote sof is, vooral voor wie Gravenhurst al even volgt.

Gravenhurst spelt op 19 november in de Botanique.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + twintig =