Okkervil River :: The Stage Names

“Life's but a walking shadow, a poor player, that struts and frets his hour upon the stage and then is heard no more; it is a tale told by an idiot, full of sound and fury, signifying nothing”, schreef Shakespeare ooit. Over het leven als holle theateract schreef nu ook Will Sheff van Okkervil River een straffe plaat.

"It's just a life story, so there's no climax”, opent Sheff The Stage Names. Het leven is geen film met perfecte cadrages en de juiste belichting, maar een slecht toneelstuk dat nergens heengaat en met soms bedenkelijke acteerprestaties. “Our Life Is Not A Movie Or Maybe”? Sheff geeft geen eenduidig antwoord, maar serveert een negental observaties over “het leven”, van kleine momenten als het lezen van het dagboek van een dochter tot de dramatische daad van een mislukte zelfmoord.

Na de gotische fabel Black Sheep Boy moest The Stage Names van Sheff nadrukkelijk een “moderne plaat over echte mensen” worden. Geschreven in New York, focussen de songs op de entertainmentindustrie, en dan vooral op de mensen er achter, éénmaal de lichten uit zijn gegaan en het publiek naar huis is. De lucht is dan ook niet vrij van televisiemetaforen of cinematografische knipogen, maar uiteindelijk vertelt Sheff gewoon over eenzame mensen die ook maar wat aanmodderen.

Muzikaal mogen ramen en deuren open en hoeft het allemaal niet zo duister-americana meer als voorheen. De gewéldige single “Our Life Is Not A Movie Or Maybe” klinkt met zijn over zijn eigen snaren struikelende en gehamerde piano als iets tussen Phil Spector en John Cale in dat door de gedreven zang van Sheff wel wat naar Arcade Fire neigt. Ook het met een Herman Düne-achtig meisjeskoor gezegend “A Hand To Take Hold Of The Scene” is één en al vrolijkheid. Aangenaam meewiegen is het op “Plus Ones”, een fijne tekstuele spielerei met sequels op “99 Luftballons”, “50 Ways To Leave Your Lover”, “96 Tears”, en zovele andere.

In dat laatste nummer trekt Sheffs eigenzinnige manier van tekstschrijven ook alle aandacht naar zich toe: geen strak strofe-refreinschema, maar een cascade van zinnen die elkaar uitlokken en opvolgen en zo doorheen de muziek naar de uitgang stommelen. Het tekstboekje leest dan ook eerder als een novelle met zijn doorlopende verhalen. Ook van postmoderne spelletjes is de frontman niet vies. Had de band op zijn e.p. Sleep And Wake Up Songs al een “There Is No Hidden Track”, op The Stage Names heet de titeltrack gewoon “Title Track”.

Op The Stage Names is Sheff ook definitief baas geworden van zijn eigenzinnig, wat rauw stemgeluid. Met veel zelfvertrouwen gaat hij in overdrive waar dat gepast is, en houdt het beestje elders koest. De band rond hem speelt los uit de pols, geeft hem de ruimte om zijn verhalen te vertellen en integreert in het prachtig afsluitende “John Allyn Smith Sails” — over de zelfmoord van dichter John Berryman — vlotjes een groot stuk van The Beach Boys’ “Sloop John B.” Klasse.

Vorig jaar verbaasde Okkervil Riverlid Jonathan Meiburg vriend en vijand met Palo Santo (waar Sheff ook op meespeelde) van zijn Shearwater, dit jaar was Sheff duidelijk toe aan een tegenzet. The Stage Names is niet perfect — af en toe meandert een song als “A Girl In Port” iets te hard — maar wel een knappe plaat die mag gehoord worden. In al hun wijsheid beslisten de AB-bonzen dat Okkervil River in de club mag spelen tegelijk met het gelijkaardige The National in de grote zaal. We hopen dat het alsnog een late nite-show wordt, zodat u en ons een pijnlijke keuze wordt bespaard.

Okkervil River speelt op 12 november in de AB in Brussel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − 4 =