An American Haunting




Regisseur Courtney Solomon heeft het niet gemakkelijk. Ten
eerste al omdat hij een man is die rondloopt met de naam Courtney,
wat, hoewel ik hiervoor geen tastbare bewijzen heb, ongetwijfeld
voor een puberteit heeft gezorgd met meer seksuele verwarring dan
die van een blinde hermafrodiet. En ten tweede omdat hij als
schrijver, producent én regisseur betrokken was bij twee van de
grootste filmische drollen sinds de eeuwwisseling: het hilarische
fantasy crap fest ‘Dungeons and Dragons’, en nu deze
‘American Haunting’. Het is te zeggen, “nu”… ‘An American
Haunting’ werd al meer dan een jaar geleden uitgebracht in de rest
van de wereld, waar hij vrijwel unaniem werd gekraakt. Na veel
getwijfel en met een jaar vertraging werd dan toch maar besloten om
de film ook bij ons de zalen in te smijten, allicht onder het motto
“baat het niet, dan schaadt het niet”. Het is tenslotte niet alsof
Solomon nog een reputatie te redden heeft.

De crapuleuze cineast onderneemt met ‘An American Haunting’ een
poging tot een klassiek gothic spokenverhaal (ik vermoed
dat in Solomons overambitieuze brein Tim Burtons ‘Sleepy Hollow’
ergens op de achtergrond speelde). We schrijven 1818. In Red River,
Tennessee wordt gerespecteerd zakenman John Bell (Donald
Sutherland) door zijn buurvrouw Kathe Batts aangeklaagd omdat hij
haar een woekerrente zou hebben aangerekend op een geleend
geldbedrag en een slaaf. Bell komt er van het gerecht met een tik
op de vingers van af, maar Batts, die in de buurt bekend staat als
een heks, spreekt een vloek over hem en zijn gezin uit. Bell trekt
een beetje bleek weg, en gelijk heeft hij: al gauw beginnen in zijn
huis deuren op eigen kracht open en dicht te gaan, vloerplanken
kraken dat het een aard heeft, kaarsen worden plots vlammenwerpers
en vooral Bells dochter Betsy (Rachel Hurd-Wood) krijgt het zwaar
te verduren.

In zekere zin doet Solomon hier iets gelijkaardigs aan wat
Alejandro Amenabar deed toen hij jaren geleden ‘The Others’ maakte:
ook die film keerde terug naar een aantal van de oudste tradities
uit de (al dan niet Amerikaanse) griezelverhalen: dingen die lawaai
maken in de nacht, vervloekingen, mysterieuze aanwezigheden en
machteloze kerkvaders die met een crucifix zwaaien in de hoop er
wat aan te doen. Deuren, planken, ramen, wind… You name
it.
In ‘The Others’ werkte dat wonderwel, en het resultaat was
een beklemmende retro-thriller waar eigenlijk nauwelijks speciale
effecten in zaten, maar die wel behoorlijk spannend wist te worden.
Niet zo voor ‘An American Haunting’ – was het maar waar.

Het verschil lijkt ‘m vooral te zitten in de sfeerschepping.
‘The Others’ was één en al suggestie; de momenten waarop je
effectief iets zag waren op één hand te tellen. ‘An American
Haunting’ daarentegen lijkt zo snel mogelijk alle rendement uit
zijn status van spokenfilm te willen kloppen, en slaat je om de
oren met de éne scène na de andere waarin de geest van dienst aan
het haar van Betsy trekt, haar de dekens van het rillende lijf
sleurt of haar simpelweg een ferm pak klappen geeft. Solomon volgt
het aloude Hollywoodadvies: put the freaks up front. Hij
laat ons in feite vanaf het begin àlles zien dat hij in huis heeft,
en achteraf heeft hij niks meer om daar aan toe te voegen. De
eerste aanval van het spook lijkt verdacht sterk op elke aanval die
daarop volgt. Dat houdt in dat ‘An American Haunting’ continu in
herhaling valt: het spook sjeest door het huis van de familie Bell,
en fluistert en passant de naam “Betsy”, keer op keer
opnieuw. Hij slaat met een paar deuren, hij jaagt Betsy de stuipen
op het lijf en hij is weer weg. En zo gaat dat een uur lang door:
het verhaal blijft ondertussen ter plaatse trappelen, omdat het
helemaal nergens naartoe kan. Zo zie je maar – suggestie laat
manoevreerruimte, speciale effecten doen dat niet. Tegen de tijd
dat je nóg maar eens die camera door de huiskamer van het gezin
Bell ziet sjezen terwijl iedereen gilt dat ze toch zo’n schrik
hebben, ben je bijna klaar om in slaap te vallen.

Ondertussen gedragen de personages zich met een stupiditeit die
grenst aan het ‘Temptation Island’-niveau: zo duurt het meer dan
uur voordat ze er zelfs maar aan denken om misschien eens te
proberen Betsy uit dat huis te halen. Tot op dat moment wordt ze
elke nacht lastiggevallen door een gewelddadige spetter ectoplasma,
maar wordt ze wel elke nacht braaf in bed gestopt alsof er niets
aan de hand is. Maar mijn favoriet is wel een scène waarin Donald
Sutherland scherpzinnig opmerkt: “Er zit iets kwaads in dit huis,”
waarna een kruisbeeld van de muur regelrecht naar de andere kant
van de kamer vliegt. Wel, wat kun je dan zeggen, behalve… de man
heeft een punt? Zo van die momenten zijn er nog, meer dan je in een
beduimeld notaboekje kwijtkunt. Ik stel dan ook voor dat we de dvd
van ‘An American Haunting’ voorzien van een commentaartrack in
Kempens dialect, al dan niet ingesproken door Bart Peeters en Hugo
Matthysen. “Something evil is in this house!” -“Da ís,
jong!”

De grootste grap van de hele film is nog wel de met uitgestreken
gezicht verkondigde boodschap dat de prent op ware feiten gebaseerd
zou zijn – toen die tekst in beeld kwam aan het einde, werd er
letterlijk luidop gelachen in de zaal waar ik zat. Het feit is dat
er ooit een familie Bell bestond wiens huis destijds bekend stond
als een spookhuis en dat de dood van één van de familieleden tot
nog toe de enige is in de Amerikaanse geschiedenis die officieel
werd toegeschreven aan bovennatuurlijke oorzaken. Het “Bell House”
is ondertussen een soort legende geworden, waar de fantasie in de
tussenliggende jaren behoorlijk mee aan de slag is gegaan. Wat er
nu écht van aan is weet niemand nog, maar ik mag hopen dat het
alleszins minder vervelend was dan wat je in deze film te zien
krijgt.

Nog een groter mysterie dan de historische waarheid rond dat
vermeende spookhuis, is wat klassebakken als Donald Sutherland en
Sissy Spacek (als diens vrouw) hier komen doen. Soms liggen script
en afgewerkte film mijlenver uit elkaar, fluistert de milde kant
van m’n persoonlijkheid me dan in. En soms, veronderstel ik, hebben
ook rasacteurs zin in een vette paycheck waar ze verder
weinig voor moeten doen. Zelf Rachel Hurd-Wood, die enkele jaren
geleden nog tomeloos charmant was in het evenzeer tomeloos
charmante ‘Peter Pan’, is ondanks haar jonge leeftijd en beginnende
carrière eigenlijk al veel te goed om nog in dit soort drek aan te
draven.

Voeg daar nog een volstrekt overbodige hedendaagse
raamvertelling aan toe, die werkelijk geen hol met de rest van de
film te maken heeft, en dat is dan ‘An American Haunting’. Ik zou
zeggen dat hij voorbestemd is om in m’n eindejaarslijstje van de
tien slechtste films te raken, maar de kans dat ik me tegen
december deze onzin nog kan herinneren, lijkt me zelfs vrijwel
onbestaande.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 5 =