Queens Of The Stone Age :: Era Vulgaris

Een nieuwe Queens Of The Stone Age, een feest? Tot nog toe stond een nieuwe QOTSA garant voor een opwindende brok rock-’n-roll, maar met vijfde plaat Era Vulgaris laten Josh Homme en co zich van hun minder geïnspireerde kant zien.

Als we deze recensie enkele dagen eerder geschreven hadden, zou het een vernietigende tekst geworden zijn. We kregen absoluut geen greep op Era Vulgaris en wisten absoluut niet wat we met de plaat moesten aanvangen. Na een week non-stop in de cd-speler kunnen we niet enkel de teksten opzeggen als waren het de tafels van vermenigvuldiging, maar hebben we eindelijk ook zicht gekregen op het wezen van het album. En dat is, we moeten het onder ogen zien, hoe dan ook bedroevend. Era Vulgaris is misschien niet de stinker die we in eerste instantie hoorden, een klepper zoals de vorige studioplaten is het evenmin geworden. Weg zijn het overrompelende effect van het titelloos debuut, de drug trip van R, de mokerslag die Songs For The Deaf ons leverde en weg ook het kolossale rockgeluid dat Lullabies To Paralyze kenmerkte. In de plaats daarvan is een stuurloze groep verschenen die niet lijkt te weten van welk hout pijlen gemaakt en die rücksichtloss een wanhoopspoging onderneemt om een volgende deel aan het rijtje kleppers toe te voegen, maar daarbij zwaar in het zand bijt.

Single "Sick Sick Sick" vormde al een voorbode van de neergang: een krampachtige poging tot sterk uit de hoek komen, maar niet meer afleveren dan een willekeurig samenraapsel riffs, wat niet noodzakelijk hetzelfde is als een straffe song, een ziekte waar Homme, Troy Van Leeuwen en Joey Castillo — officieel vormt dit trio nu QOTSA — zowat het hele album last van lijken te hebben. "Battery Acid", "I’m Designer" en "3’s & 7’s" klinken alsof ze nog snel op band gezwierd zijn een half uur voor de groep definitief de studiodeuren achter zich dichtrok. Bij het laatste nummer moest het blijkbaar zelfs zo snel gaan dat gauw de riff van "Smells Like Teen Spirit" gebruikt werd om het inspiratiegat te vullen.

Gelukkig zijn er ook lichtpuntjes: het afsluitende "The Fun Machine Took A Shit And Died" bijvoorbeeld, oorspronkelijk bedoeld voor Lullabies, maar toen zoekgeraakt, een ietwat vreemd verhaal dat evenwel niet moet onderdoen voor dat van het titelnummer van deze plaat: het is namelijk een van de betere nummers van het album, met Trent Reznor in een gastrolletje. Wie het nummer wil horen, moet echter het net op: Homme schrapte het namelijk van de plaat. Haalden het album wel: gastbijdragen van Mark Lanegan en Julian Casablancas, al is het zoeken naar een speld in een hooiberg om de heren daadwerkelijk te horen.

Dan maar Chriss Goss: samen met Homme zet de woestijngodfather met "Into the Hollow" een klepper van een nummer neer dat ons enigszins geruststelt: als ze willen, kunnen de Queens het absoluut nog! Ook in "Run, Pig, Run", een motherfucker van een song, klinkt de band fenomenaal en als dit de single was geweest, hadden we naar deze plaat gesnakt als een uitgehongerde baby naar de moederborst. Helaas is "Run, Pig, Run" niet de single en evenmin speelt de band een heel album op dit niveau. Een aardige, doordeweekse rockplaat is het resultaat, maar dat is uiteraard ondermaats als het gaat om Queens Of The Stone Age. Zeer jammer.

Queens Of The Stone Age speelt op vrijdag 29 juni op Rock Werchter.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − 7 =