Chimaira :: Resurrection

‘Never change a winning team’, moet Chimaira gedacht
hebben na het floppen van hun vorige, titelloze album. Na het
succes van The
Impossibility Of Reason
besloot jeugdvriend en drummer Andols
Herrick namelijk te kappen met Chimaira en andere horizonten te
gaan verkennen, waardoor de band in een heuse drummerssoap
terechtkwam. Omdat Chimaira niet graag bij de pakken blijft zitten
en de platenmaatschappij de druk voor een nieuwe plaat alsmaar
verhoogde, ging de band naarstig op zoek naar een waardige
vervanger. Gelukkig kwam Chimaira na het vertrek van Herrick al
vrij snel uit bij Richard Evensand, een man die zijn strepen reeds
bij de Zweedse metalformatie Soilwork had verdiend.

De vreugde was echter van korte duur, want het opvliegende, ja
zelfs destructieve karakter van de Zweed paste absoluut niet binnen
een groep als Chimaira. Evensand werd dan ook binnen de kortste
keren aan de deur gezet. Omdat de plannen voor een nieuwe plaat nu
wel héél concreet werden en de band wéér zonder drummer zat, stond
Chimaira aan de rand van de afgrond. Dankzij een tip van ene Kerry
King kwam de band echter in contact met Kevin Talley (ex-Misery
Index, nu DAATH), een gerenommeerd sessiedrummer die het best zag
zitten om ful-time bij Chimaira de vellen te geselen. Talley mocht
al meteen alle nummers van Chimaira – de plaat –
inspelen en mee op tour. Eind goed, al goed, zou je durven zeggen.
Maar wat doe je als Andols Herrick, de persoon die mee aan de wieg
van je succes stond, vraagt of hij naar het ouderlijke nest mag
terugkeren? Juist, je huidige drummer bij het huisvuil zetten, het
verleden met de mantel der liefde bedekken en de eens verloren
gewaande zoon opnieuw welkom heten.

Maar goed, genoeg geleuterd over vroeger. We hebben het hier over
‘Resurrection’, het ondertussen al vierde werkstuk van dit uit
Cleveland afkomstige sextet. De plaat trekt zich furieus op gang
met de titeltrack: een logge openingsriff die, zodra brulboei Mark
Hunter zijn typische strot opentrekt, ontaardt in een lekker snelle
thrashsong, zonder het refrein ook maar één ogenblik uit het oog te
verliezen. Chimaira op zijn best, dus. Nummers twee en drie,
respectievelijk ‘Pleasure In Pain’ en ‘Worthless’, kennen ongeveer
dezelfde opbouw, ware het niet dat laatstgenoemde track gezegend
werd met een heuse deathmetal grunt. Met ‘Six’ zijn we al meteen
bij hét hoogtepunt van Resurrection aanbeland. Het nummer, dat
bijna tien minuten van de plaat in beslag neemt, werd geheel rond
gitaristen Rob Arnold en zijn compaan Matt Devries opgebouwd.
Beiden bewijzen voor eens en altijd dat ze, naast moordriffs
schrijven, ook een stevig potje kunnen soleren. Voeg daarbij de
lekker hard getriggerde voetjes van Herrick en Mark ‘Metal Moses’
Hunter, die zowaar een beetje afwisseling in zijn ‘stem’ tracht te
leggen, en we spreken over de beste Chimairasong tot op heden. Wie
vreest dat het niveau van de plaat na ‘Six’ de dieperik zou ingaan,
mag op beide oren slapen: het lekker groovende baslijntje van ‘No
Reason To Live’, de freaky drum- en blastsolo ergens op het einde
van ‘Needle’ en de zwartgeblakerde keyboards tijdens ‘Empire’ (met
dank aan Morgoth The Impaler) maken van ‘Ressurection’ namelijk één
groot muzikaal festijn waar de liefhebber van zware metalen maar
moeilijk aan zal kunnen weerstaan.

‘Only the strong survive’, brult Hunter meermaals tijdens
‘Six’ en we kunnen de man geen ongelijk geven. Chimaira zit
namelijk weer op het juiste spoor. Als de band erin slaagt om de
huidige bezetting bij elkaar te houden, ziet de toekomst er alvast
veelbelovend uit. ‘Resurrection’ is een must-have voor
iedereen die van harde, hedendaagse metal houdt en nu al één van de
betere metalreleases van 2007.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie − 3 =