Chimaira :: Chimaira

Homeros beschreef de Chimaera ooit als "een goddelijk wezen dat met verschrikkelijke kracht vuur spuwt". Chimaira — met veramerikaniseerde "i", inderdaad — haalt die metafoor nog niet, maar diept met z’n laatste naamloze worp wel een indrukwekkend levensecht pakje op uit de verkleedkoffer. Carnaval was nog nooit zo grimmig.

"Wat een monster van een plaat is het geworden". Zo besluit de review die Roadrunner een tijdje geleden op de wereld losliet. Van promopraat als dit krijgen wij normaal gezien spontaan het vliegende schijt, maar ergens moeten we schoorvoetend toegeven dat de brave mens er niet zo ver naast zat: Chimaira heeft een dijk van een plaat afgeleverd die in het metalcore-circuit z’n gelijke niet kent.

Chimaira is altijd een beetje een raar beestje geweest. De band evolueerde door de jaren heen van een vervaarlijk met nu metal flirtend schoothondje tot een gerespecteerd lid van de New Wave of American Heavy Metal. Met The Impossibility Of Reason leverde het indertijd een opwindend album af dat volgestouwd zat met rechttoe rechtaan-riffs waar het testosteron vanaf droop. Machine Head voelde de enthousiaste hete adem van het zootje jonkies al in de nek en kwam toen aanzetten met het erg gesmaakte Through The Ashes Of Empires, waarin het het inmiddels stuurloos ronddobberende gebeuk afzwoer.

Met Chimaira gooit de streekgenoot nu even radicaal het roer om. De band lijkt eindelijk beseft te hebben dat het tijd is om op te leven naar z’n mythische naam en kieperde het aan nu metal schatplichtige riffwerk zonder genade terug het ijskoude middelmaatwater in, om het met veel bravoure te vervangen door meer doordachte composities. Dat maakt van het album in eerste instantie een harde dobber: de ondertussen in het wereldje bijna obligaat geworden hardcorebreaks buiten beschouwing gelaten, biedt het immers geen enkele houvast, waardoor het bij de eerste luisterbeurten vooral een kwestie is het auditieve slip-, glibber- en valwerk vol te houden. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, want het eigenzinnige en erg herkenbare, maar in eerste instantie ook vrij snel vervelend wordende geluid van deze plaat vergt enig ijsbreekwerk.

Die inspanning is echter een goede investering, want Chimaira levert in ruil een interessant werkstuk af. De gitaren scheuren alle kanten op en klinken, op enkele onwaarschijnlijk inspiratieloze loopjes na, brutaal en gedreven. Een glansrol is weggelegd voor Rob Arnold, die z’n in speed metal gedrenkte soleerstijl aanlengt met enkele pittige ingevingen, terwijl hij op "Bloodlust" samenspant met ritmegitarist Devries, en het fretbord eens insmeert met een flinke laag bruine zeep. Resultaat zijn de typisch rollende uitglijriffs die ook Dimebag Darrell op het hoogtepunt van Pantera’s succes wel eens uit z’n gitaar wist te persen, en eerlijk is eerlijk: dat is een aangename afwisseling op het verder erg strakke gitaarwerk. Drummer Kevin Talley verdiende dan weer z’n sporen bij grindmonument Dying Fetus en mokert de stevige fundering uit de grond die van Chimaira een ritmisch feestje met weinig noemenswaardige dode momenten maakt.

Jammer genoeg wordt al die muzikale luister wat overschaduwd door de vocalen, die zelfs na verschillende luisterbeurten nog steeds erg zwaar op de maag blijven liggen. Nu kunnen we een flinke growl of grindcore-grunt wel verdragen en — godbetert — zelfs appreciëren, maar wat zanger Mark Hunter hier uit z’n keelgat sleurt wint het qua verdraagzaamheidsfactor moeiteloos van een roestige kettingzaag in overdrive. Interessant kan het allemaal nauwelijks genoemd worden, want het gekrijs is gespeend van enige variatie.

Die niet onaanzienlijke smet tekenen we met pijn in het hart op, want ondertussen hebben we Chimaira liefdevol aan de borst gedrukt. Terwijl de middelmatige Amerikaanse metalcorebandjes ondertussen uit de grond blijven schieten — denken we maar aan het MTV-vehikel "Road To Ozzfest" — slaat Chimaira hard met de vuist op tafel. Metal hoort weer pijn te doen, en dat zal u geweten hebben.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 2 =