Patrick Wolf :: The Magic Position

Volgens verschillende biografieën, internetsites en officiële
documenten is Patrick Wolf 23 jaar jong. Om maar meteen met de deur
in huis te vallen: wij geloven dat niet! Drieëntwintigjarige
muzikanten zitten in punkbandjes, of kijken vloekend naar posters
van snotneuzen als Arctic Monkeys, zich
afvragend waarom zij nog steeds elke zaterdag in het clubhuis van
de plaatselijke provinciale voetbalclub spelen. Die ene meer
getalenteerde man met blazer en wazige blik mag elke maand een
deuntje produceren in de plaatselijke Irish Pub. Het gros van de
prille twintigers zit dan aan de bar, bewonderend naar de
vingerplaatsing van de artiest tijdens de altijd moeilijke
akkoorden te kijken.
Patrick Wolf heeft op die leeftijd zijn derde cd uit. Na het wat
volgepropte ‘Lycantropy’ en het ijzersterke want gematigdere
Wind in the
Wires
(Wolf nam zelfs even de tijd om toegankelijke songs te
schrijven) volgt nu ‘The Magic Position’. Zonder meer een
baanbrekend album.

Beginnen doet Wolf met ‘Ouverture’, een woord dat in menige
encyclopedie (Wiki het zelf maar eens) meteen verwijst naar
Schubert, Wagner en Brahms. Niet meteen wat je van een postpuber
mag verwachten, maar de link naar klassiek zal niet voor het laatst
gemaakt worden. Toch is ‘Ouverture’ een van de meest poppy nummers
op het album. Het begin mag dan wel wat vreemd aandoen, het is
ongetwijfeld het meest hitgevoelige van de hele cd, al blijft de
kans dat Peter Van de Veire het draait nog steeds ongemeen
klein.
Voor wie nog niet gelooft dat Patrick Wolf anders is, giert hij
twee van zijn drie andere popnummers – broederlijk achter elkaar
gezet op de plaat – letterlijk naar de start. ‘Magic Position’ is
zo’n nummer waarbij je meteen verliefd wordt op het meisje/de
jongen (of in Wolfs geval eventueel het paard, zoals hij in
interviews laat optekenen) naast je. Al is verliefdheid eigenlijk
veel te banaal om aan Wolf te linken, het is ooit anders geweest.
‘Accident and Emergency’ leidt de rest van de cd min of meer in,
wat daarna komt is meer back to the old house, moeilijker,
en zeker niet slechter.

‘Bluebell’ mag dan al een rustpunt zijn, ‘Bluebells’ (het ís een
ander nummer!) is pure avant-garde, met duizenden onherkenbare
geluiden (hoorden we daar vuurwerk ontstoken worden?) en kippenvel
over onze volledige kathedraal. Eat this Kandinsky!
Na zes nummers weet je al dat je een van de betere platen van het
jaar in handen hebt, en het beste moet dan nog komen. ‘Magpie’
begint op piano, maar dan meer Mozart dan Coldplay, en brengt
halverwege heldin Marianne Faithfull ten tonele. Het stemverschil
tussen de doorleefde ex-groupie en het jonge veulen maakt dit het
beste nummer van de cd, de maand, en – wie zal het zeggen? – het
gezegende jaar 2007. Geruisloos volgen ‘Kiss’ en ‘Augustine’ – dat
zich als ballade meet met een Villon in betere dagen – om over te
gaan in ‘ Secret Garden’. ‘Treefingers’ meets ‘Everything In Its
Right Place’ – dit kon inderdaad zo op Kid A.

Potentieel hitje ‘Get Lost’ had voor ons dan misschien niet perse
gehoeven, het eindspel dat volgt is pure schoonheid. ‘Enchanted’ is
de rockende Costello of een voor een keer gezonde Waits, ‘Stars’
een best of van alle talenten die de goede man bezit (en het zijn
er véél) en ‘Finale’ sluit het doek met een naar Beethoven neigende
Chopin.

Snel nog een conclusie, want onze aardappelen koken over. De meeste
artiesten waarnaar hierboven verwezen wordt, zijn dood of minstens
in verregaande staat van ontbinding. Dat een man van drieëntwintig
tot een meesterwerk als ‘The Magic Position’ in staat is, geeft
hoop in deze erg barre tijden. Meneer Markus Niementhaler vroeg
zich twee jaar geleden af waar Wolfs muzikale oddysee eindigen zou.
Wij durven er geen pot zwartgeblakerde patatten op verwedden, maar
de andere popmuziek heeft gedurende 40’46” niet bestaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien + vijftien =