Dagen Zonder Lief




Terwijl de rest van de Vlaamse filmwereld nog steeds
hopeloos op zoek is naar een betekenisvolle identiteit, waait
‘Dagen Zonder Lief’, ironisch genoeg een film over een zoekende
generatie, als een verfrissende lentebries door ons suffe
tranendal. Na de blockbusterhelicoptertjes, een zinloze
Brusselmansverfilming en een bokseur die er meer naast
klopt dan erop, kunnen we zo’n verademing écht wel gebruiken. De
nieuwste worp van stroppendrager Felix Van Groeningen is eindelijk
nog eens een Vlaamse film die effectief iets te vertellen heeft. Op
een geheel relaxte manier bevestigt de maker van ‘Steve + Sky’, een film
die zo rock & roll is dat zelfs Marco fucking
Borsato er hip uitkomt, zijn natuurtalent voor het vinden van
poëzie langs de Vlaamse wegen. En het moet geleden zijn van die
scoutsfuif op het veldeken van boer André dat de stomende
beats van Lasgo zo verrukkelijk tot hun trashy recht kwamen.
There is something indeed.

Twee Kelly’s, een blonde (Ann Miller) en een geblondeerde zwarte
(Wine Dierickx), de Kurt (Pieter Genard), de Frederic (Jeroen
Perceval) en de Nick (Koen de Graeve). Vijf vrienden van vroeger
die elk hun eigen weg zijn gegaan en nu het leven doorworstelen als
twijfelende twentysomethingers. De terugkeer van zwarte
Kelly uit het fantastische New York (dat blijkbaar toch niet zo
fantastisch bleek te zijn) brengt de kliek na lange tijd terug
samen. Kurt, de ex van zwarte Kelly, is nu met blonde Kelly en
samen hebben ze een schattige baby, een terminale hond en een
gezellig stekje (mét schattig voortuintje!). De lichtjes
afgestompte Frederic geniet, dankzij een rijk lief, van een hol
luxeleventje en Nick blijft als cafébaas tussen de studentjes
hangen om de zorgeloze tijden van weleer met een aantal jaar te
verlengen. Vervlogen herinneringen, vergeten gevoelens en
opborrelende spanningen zullen het ooit zo hechte groepje
confronteren met hun verleden, heden en toekomst.

Voor zijn opvolger heeft Felix Van Groeningen de mythische
Kortrijksesteenweg ingeruild voor het moderne Sint-Niklaas. De
bijna surrealistische no mans’s lane maakt plaats voor de
desolate open ruimtes van een middelgrote stad die zoveel meer wil
zijn dan het eigenlijk aankan. De ideale setting om het leven van
de vijf geïsoleerde protagonisten wat extra onvervuld verlangen en
weemoed mee te geven. Want ook al biedt ‘Dagen Zonder Lief’ een
aantal heerlijk spontane (de eerste ontmoeting tussen zwarte Kelly
en Frederic) en grappige momenten (de nu al legendarische
boerwedstrijd!), nog geen halve laag eronder schuilen donkere
wolken van pijnlijke en wrange emoties. ‘Dagen Zonder Lief’
evolueert subtiel en bijna onopmerkzaam van gezapig voortkabbelend
reüniefilmpje naar een wanhopige coming of age-zoektocht
die nog even blijft nazinderen. De half in slaap gedommelde
laat-twintigers (check maar eens hoe Frederic in een constante roes
door zijn banale leventje strompelt en mompelt) worden wakker
geschud door katalysator zwarte Kelly (Wine Dierickx is betoverend
op haar fuck me-botjes) en uit die gevoelige chemiewerking
weet Van Groeningen een oprechte dramedy te puren die
vooral zal scoren bij de leeftijdsgenoten van de frisse
hoofdpersonages.

Waar hij met zijn opvallende debuutprent ‘Steve + Sky’ nog iets te
gretig beroep deed op visuele trucjes, lijkt Van Groeningen met
‘Dagen Zonder Lief’ scenariotechnisch zekerder in de schoenen te
staan (hij schreef het script deze keer niet alleen, maar samen met
theaterlegende Arne Sierens). De passende sobere filmstijl laat het
voorplan aan het verhaal en terloops laat de Gentse kwiet ook zien
dat hij een mooi shot of knappe scène in elkaar kan boksen (de
rotonde- en zwembadflashback!). Zonder echt beroep te doen op een
specifiek hoofdpersonage of een nadrukkelijke plot bloeit het
ensembledrama op een natuurlijke manier open. In het begin is het
wat zoeken naar de juiste toon en de precieze intenties, maar eens
de hele kliek is voorgesteld, wordt een raak geobserveerd beeld
geschetst van de identiteitsloze generatie die verloren loopt in de
schemerzone van de post-studententijd. We zien hoe Kurt en blonde
Kelly de gezinnetjesweg hebben ingeslagen, hoe diezelfde Kurt samen
met Frederic puberale fratsen uithaalt en hoe zwarte Kelly iedereen
om haar heen even terugneemt naar het caféleven om een nachtje door
te steken (meekwelen op Lasgo, yeah!). De typische volkse
dialogen, ook al prominent aanwezig in ‘Steve + Sky’, zorgen er
trouwens voor dat ‘Dagen Zonder Lief’ steeds levensecht overkomt.
Tot voor een aantal jaar geleden werden er twee talen gesproken in
de Vlaamse film: het gekunstelde AN (zet de tv aan en trek de oren
eens goed open bij wat die soapacteurs allemaal uit hun botten
slaan) of het platte Antwerpse dialect. In ‘Dagen Zonder Lief’ hoor
je eindelijk nog eens gesprekken die zo uit het échte leven
gegrepen konden zijn.

Op Ann Miller na (die ons hart al veroverde met het koddige
lachje van Liesje uit ‘Het Eiland’) wordt de vriendenkring vertolkt
door jonge theatermensen (Van Groeningen laat zich niet verleiden
om te vissen in de BV-vijver) die stuk voor stuk het beste van
zichzelf geven. Pieter Genard is sober en ingetogen als de ietwat
sullige Kurt die het meeste afziet van de terugkomst van zwarte
Kelly en mag de film steeds meer op zijn getormenteerde schouders
dragen. Jeroen Perceval krijgt als Frederic een meer showy
rolletje en steelt met zijn spaced out-gedrag (dat
tuinhuisje van de mémé toch) een paar absurde momentjes
(let erop hoe hij eventjes in het ijle durft staren vooraleer hij
zijn mond opentrekt). Koen De Graeve is dan weer aanstekelijk als
de goedlachse Nick die eigenlijk nog het meest tevreden door het
leven wandelt (hoewel hij tijdens de trip naar Frankrijk toch ook
eventjes wegdroomt). Maar het is Wine Dierickx die het grote kleine
hartje van de film moedig met zich meedraagt. Ook al wordt haar rol
beduidend kleiner in de tweede helft van de film, haar tedere
aanwezigheid blijft als een warm aura nog even rondhangen. Kortom,
een getalenteerde bende waar we hopelijk nog veel moois van mogen
verwachten.

‘Dagen Zonder Lief’ is bovenal een oprechte film. Een prent die
van zijn bescheidenheid een ambitie maakt om een herkenbaar en
eerlijk verhaal te vertellen. Een rijp verhaal dat zijn climax een
tikkeltje te vroeg afschiet en hier en daar een minder accentje
heeft (de relatie van Frederic met zijn volleyballmadam is even
long distance uitgediept als dat het afgebeeld wordt),
maar steeds voldoende waarheid en levenswijsheid weet te
verkondigen om niet in de makkelijke sentiment- of preekvallen te
trappen (tril mee wanneer zwarte Kelly een gesprek met Kurt
probeert aan te knopen). En dat allemaal op een sfeervolle
soundtrack van jazzpianist Jef Neve die zelfs ‘Something’ van Lasgo
omtovert tot de perfecte melancholische uitsmijter.

Als ‘Steve +
Sky’
een vree wijze film was, dan is ‘Dagen Zonder
Lief’ zonder twijfel een vree schone film. Een warmbloedig
kleinood om even hard te koesteren als de herinnering aan uw eerste
echte liefde. Maakt niet uit of ze blond of zwart was.

Lees ons
interview met Felix Van Groeningen!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × drie =