Dealer

Don’t do drugs kids!

Het regiedebuut van Jeroen Perceval is meteen een keiharde binnenkomer in het Vlaamse filmlandschap. Met Dealer brengt hij een indirecte ode aan Uli Edels Christiane F. – Wir Kinder vom Bahnhof Zoo uit 1981.

 Jeroen Perceval schitterde eerder al als acteur in meesterwerken zoals Tabula Rasa (2017), De Dag (2018) en Rundskop (2011) maar ook als regisseur beheerst hij de kneepjes van het vak. In Dealer zijn er geen ‘Kinder vom Bahnhof Zoo’, wel een kerel van 14 jaar uit de Scheldestad. Johnny (Sverre Rous) groeit op in een tehuis voor kinderen die het thuis niet makkelijk hebben. Zijn vader is een onbekende en zijn moeder Eva (Veerle Baetens) voert een strijd tegen haar eigen demonen.

Wie denkt dat Dealer de zoveelste film is die over drugs en marginaliteit gaat, zou zich wel eens stevig kunnen vergissen. Op het eerste gezicht lijkt het alsof Perceval vooral het stoere en het ruige aspect van de drugswereld in beeld wil brengen. Maar al snel wordt duidelijk dat hij per ‘shot’ de laagjes van de oppervlakte wegschraapt en de dieptestructuur blootlegt. Hij toont ons op een heel pakkende manier de ruwe, trieste kant van deze fantasiewereld. Al dealt Johnny voornamelijk voor het geld, toch is dat eerder een vlucht om niet met zijn eigen emoties te moeten ‘dealen’. Diep vanbinnen verlangt hij naar warmte en geborgenheid. Snakt hij naar liefde en rust. Zou hij op het einde van de dag gewoon willen vertoeven in het gezelschap van zijn moeder.

Maar in Dealer komen niet alleen de gevoelens van Johnny bloot te liggen, ook die van Antony Ophoff (Ben Segers), een internationale artiest die zichzelf verliest in drank, drugs en vrouwen. Overdag wordt hij omringd door duizenden mensen die hem aanbidden en begeren. Maar van zodra hij thuiskomt in zijn luxueuze loft, wordt hij overspoeld door eenzaamheid en zelfmedelijden. Via de Sos (cocaïne) die Johnny aan hem verkoopt, komen beiden met elkaar in contact. En precies op dat moment, komen de twee leefwerelden van Perceval perfect in beeld: die van de artiest en die van de drugs. Geen van beide wordt aantrekkelijk weergegeven. Maar ze hebben wel één iets gemeen, de hunkering naar liefde en begrip, ongeacht je leeftijd, achtergrond of sekse.

Inhoudelijk weet Perceval zijn publiek omver te blazen, maar dit alles zou nooit zo sterk binnenkomen bij de kijker mocht de cinematografie niet navenant zijn. Via een afstotelijk kleurenpalet  , denk aan fuchsia en neon roze, dringen Perceval en de camera binnen in de artificiële wereld die het drugsmilieu rijk is. De hele sfeer die wordt opgeroepen via bolletjes en poedertjes geeft niet alleen de personages een wazige slag in het gezicht, maar dit hele goedje wordt ook uitgespuwd in het gezicht van de kijker. Dealer laat je als kijker niet onberoerd, het doet je balanceren op de rand van verwachting en radeloosheid.

Jeroen Perceval mag dan wel zijn eerste langspeelfilm hebben gemaakt, qua niveau mag hij zich zeker naast de broers Dardenne zetten. En net het bittere einde van Dealer getuigt dat Perceval iemand is die én een sterk script kan schrijven én dat kan vertalen naar het beeld. Een vernieuwende stijl die bijna even verslavend werkt als, wel ja, drugs!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − 6 =