Low :: Drums and Guns


De slowest band around
is terug. Het was een beetje afwachten
hoe ons favoriet mormonenpaar, Alan Sparhawk en Mimi Parker, zou
reageren op het vertrek van bassist Zak Sally, op de zenuwinzinking
van Sparhawk en op de verdeelde reacties op hun laatste album, ‘The
Great Destroyer’ (2005). Het antwoord luidt volmondig: goed! Met
Matt Livingston hebben ze een nieuwe bassist onder de arm genomen,
eveneens uit Duluth, Minnesota, door veelvuldig gebruik van
minimale drumloops herdefiniëren ze hun geluid en met ‘Drums and
Guns’ voegen ze een nieuw stukje schoonheid toe aan hun uiterst
genietbare collectie.

Vergeleken met ‘The Great Destroyer’ is ‘Drums and Guns’
minimalistischer. Low koos voor percussie als belangrijkste
begeleiding en beperkt die bij vele songs tot eenvoudige drumloops.
Inderdaad, er komt wat elektronica bij te pas en slechts een enkele
keer fronsten we onze wenkbrauwen bij de combinatie van hun trage
zanglijnen met de elektronische begeleiding. Als je de intro van
‘Always Fade’ hoort, en je denkt de baslijn even weg, komen de
woorden “My milkshake brings all the boys to the yard”
(Kelis) naar boven en over de connectie tussen r&b en Low kan
terecht geredetwist worden. Als één ding tegenvalt, zit het direct
allemaal tegen, want ook de anders zo pure samenzang tussen Parker
en Sparhawk verloopt aanvankelijk een beetje stroef. Vanaf het
eerste refrein echter, we zijn dan een minuut ver, neemt het niveau
zienderogen toe en horen we de verstillende kracht die deze band zo
populair maakt.

De klasse van Low passeert gelukkig een aantal keer de revue. Wie
net als wij houdt van een stukje uitgekiende pathos, en bijgevolg
van de vroegere Low, vindt met ‘Take Your Time’ een topmoment op
‘Drums and Guns’. Kerkklokken bouwen op tot een bezwerende raid van
schoonheid. Net minder bombastisch maar minstens even krachtig is
het korte ‘In Silence’. Het thema ‘geweld’ duikt hier op en
domineert de hele plaat, die niet voor niets het woord
‘guns’ in de titel draagt. Het album opent bijzonder
positief met ‘Pretty People’. Alan Sparhawk zingt met de
doodtrommels op de achtergrond – daar heb je de ‘drums’
over wie er allemaal zal sterven. Hij verhaalt over soldaten en
baby’s, over poëten en leeuwen om te besluiten dat “all you
pretty people, you’re all gonna die”
. Open hiermee voor een
zaal bejaarden en je hebt een heel concert gesnotter.

‘Drums and Guns’ is dan ook een stuk zwarter dan voorganger ‘The
Great Destroyer’, en daar kunnen wij, donkere zielen, wel iets mee
aanvangen. Het aardige ‘Breaker’ doet daar met beginzin “Our
bodies break”
een aardig schepje bovenop en wisselt handgeklap
af met lekker psychedelische gitaarfragmenten.
Om een specifieke markt in te palmen, is het altijd handig de naam
van een land in een titel te verwerken. ‘Belarus’ doet gelukkig
meer dan dat, want het brengt ons een van de meest geslaagde
interacties tussen Parker en Sparhawk. Mimi krijgt zelfs de vocale
hoofdrol in ‘Dust on the Window’, nog maar eens een tergend traag
nummer dat uw leeftempo even door elkaar zal halen. Tenzij u
sowieso een vegetatief leven leidt, that is. Jammer dat
dit vrouwelijke derde van Low andermaal niet meer vocaal aan de kar
mag trekken.

‘Drums and Guns’ is zo’n plaat waar je kan blijven over praten en
waarvan elk nummer eigenlijk een paragraaf verdient. Eenmaal je je
over de veelvuldige drumloops heen hebt gezet, ontdek je waarom Low
na zovele jaren nogmaals benadrukt dat ze de wet dicteren in het
slowcore genre. Hun methode mag in de loop der jaren wel eens
veranderd zijn, hun principes van minimalisme en rust zijn ze nog
steeds trouw. Laat je even wegzakken want the slowest band
is nog even hard als vroeger.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − tien =