Willy Mason :: If The Ocean Gets Rough

In tijden zoals deze, waarin we die loodzware winterdepressie maar niet van ons afgeschud krijgen, durven we wel eens beweren geen nieuwe platen meer nodig te hebben. Wat moet je immers met die nieuwe rommel als zoveel andere albums nog meer dan een oppervlakkige beluistering verdienen? Voor de nieuwe Willy Mason hebben we onze tijd genomen, en laat dat zowat de verstandigste beslissing van de voorbije week geweest zijn.

Een goeie twee jaar geleden wist Mason met Where The Humans Eat aardig wat indruk te maken, maar echt aanslaan deed zijn muziek enkel aan de andere kant van de Noordzee, waar meer dan 100.000 exemplaren over de toonbank gingen. Het was waarschijnlijk daarom dat Mason begin dit jaar ook Groot-Brittannië en Ierland uitkoos voor een House Party Tour: in een Nissan Micra volgestouwd met een geluidsinstallatie en een gitaar reed de zanger van huis naar huis (ga de Britse en Ierse woonkamers gerust eens bekijken op YouTube) om liedjes te spelen voor desnoods een half gezin en een paardekop. Zolang er maar elektriciteit was, maakte het allemaal niet uit. Meermaals gaf hij te kennen meer plezier te beleven aan dergelijke kleinschaligheid dan het leven vol rock-’n-roll dat veel van zijn generatiegenoten najagen.

Net zo bescheiden gaat het eraan toe op If The Ocean Gets Rough. Mason, intussen nog altijd maar 22, had het zich makkelijk kunnen maken door de slaapkamerspontaniteit van het debuut intact te houden, maar in plaats daarvan koos hij voor de aanpak die hem commercieel gezien het minste gaat opleveren: een traditionele, volwassen verzameling songs. Zulke termen hebben iets klefs en beredeneerds, al is Mason er wonderwel in geslaagd een album op te nemen dat misschien wel de charme van het debuut en uitschieters als "Oxygen" en "All You Can Do" ontbeert, maar dat ruimschoots weet goed te maken met een elegantie en rijkdom die zich pas na meerdere beluisteringen laten kennen. If The Ocean Gets Rough mag dan wel een sterke, aanstekelijke single ("Save Myself") en meerdere uitstapjes richting pop voorleggen, het is bovenal een luisterplaat.

Opener "Gotta Keep Walking" (de eerste song op het debuut heette "Gotta Keep Moving") begint rudimentair met losse drumslagen en akoestische gitaar, maar al snel komen er opsmukkingen aan te pas. Viool- en pianopartijen duiken daarna ook vaker op, net als liedjes die bijna onopgemerkt het folkpad verlaten: zo had het halfwakkere "I Can’t Sleep" op de witte van The Beatles kunnen staan, gaat "When The River Moves On" door de prominente backing vocals (van o.m. Rosanne Cash en Masons eigen moeder) vervaarlijk dicht tegen de gospel aanleunen (zie: Howe Gelb), en weten het luie ritme en de subtiele melodieënpracht van het titelnummer zowel Fleetwood Mac als popmeister Josh Rouse op te roepen.

Ondanks die snoepjes blijft If The Ocean Gets Rough toch vooral doordrenkt van melancholie, met teksten en verhalen die doen vermoeden dat de voorbije twee jaar voor Mason geen 24/7 party waren. "The World That I Wanted" is een ontroerende ode aan een overleden vader (die mandoline!), "We Can Be Strong" gebruikt een akkoordenreeks die van Elliott Smith had kunnen komen om het loserschap te beschrijven ("One by one my friends dropped out, now I got brothers to share my doubts, on what this business is all about, waiting on tomorrow"), en "Simple Town" en "The End Of The Race" weten elk op hun manier ongemak tot iets moois om te vormen. Blijf er onbewogen onder, we vertoeven duidelijk in een verschillende wereld.

Masons ietwat nonchalante zangstijl mag bij een eerste beluistering vooral onverschilligheid uitdrukken, de plaat is wel degelijk een doorleefd werkstuk geworden. Het eindigt een beetje in mineur (met een al te uitgerekt "When The Leaves Have Fallen"), weet als geheel niet helemaal te overdonderen en weegt net als zijn voorganger iets te licht om van een classic te kunnen spreken, maar het is wel een mooi staaltje van pure ambacht, en een volgende stap op weg naar de tijdloze overdondering die we zeker nog van hem mogen verwachten. Tot het zover is, en zolang de zon weigert te schijnen, is If The Ocean Gets Rough een ideale metgezel voor uw dagdagelijkse peinzerijen. Laat die kans dan ook niet schieten.

Willy Mason speelt op 28 mei in de AB Club.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 3 =