Jesse Malin + Willy Mason :: 28 mei 2007, AB Club

Wie er vroeg bij was om een ticketje te kopen voor het eerste Belgische optreden van Willy Mason kreeg een onverwacht cadeautje van de AB: Jesse Malin als opening act. Twee jonge honden met een toekomst voor de prijs van één: van een uitstekende Pinkstermaandag gesproken.

Jesse Malins broodje is intussen gebakken. Geruggensteund worden door alom geliefde platenkakker Ryan Adams zette z’n carrière al op het goede spoor, maar onlangs werd de New Yorker ook nog eens bijgestaan door The Boss op zijn nieuwe single “Broken Radio”. Reden genoeg om ervan uit te gaan dat het de kleine warkop intussen naar het hoofd is gestegen, maar niets is minder waar. Stipt om acht uur kropen Malin en zijn vierkoppige band het podium op met het enthousiasme van een stel punks dat niets te verliezen en alles te bewijzen heeft.

Van originaliteit kan je Malin moeilijk beschuldigen: classic rock is ’s mans favoriete stiel en z’n act is voor 50% geïnspireerd op de rockveldslagen die de baas van New Jersey twee decennia geleden nog ontketende. Wat het allemaal wat boeiender maakt is dat de overige vijftig procent worden opgevuld door een gretigheid die doet denken aan The Replacements, über-junkie Johnny Thunders en CBGB’s. Prima songs als “Riding On The Subway”, “Prisoners Of Paradise” en het stompende “Black Haired Girl” zijn op en top Amerikaanse testosteronrock. Geweldig is het niet, maar het werd wel prima gebracht.

Naast een degelijk songschrijver bewees Malin ook een aanstekelijke performer te zijn, eentje die amper z’n geluk lijkt te geloven, van plan is zieltjes te winnen (check!), er een aardig stuk op los lult (aan onvervalst Scorsese-tempo dan nog), en een vol uur plankgas geeft. Heel wat songs blijken inwisselbaar te zijn, maar het uitstekende “Brooklyn”, het seventies-geïnspireerde “Broken Radio” en nieuwtje “Promises” zorgen voor een meer dan geslaagde, potige performance.

Iets kalmer gaat het eraan toe bij snotneus Willy Mason, die niet iedereen, maar ons wél (en dat volstaat) wist te overtuigen met zijn moeilijke tweede. If The Ocean Gets Rough is een uitstekende liedjesverzameling die voortborduurt op het uitstekende debuut Where The Humans Eat en waarop Mason iets meer de kaart van de introspectie trekt. Net als Malin lijkt Mason erg tevreden om in de AB te staan, al is het maar om te ontsnappen aan de Engelse keuken, die hij uitgebreid mocht proeven de voorbije weken.

Mason, die werd bijgestaan door een gitarist, een bassist, zijn drummende broer Sam en een schattige minivioliste, opende met een obscuur b-kantje (“Into Tomorrow”) en einde met een nieuwe song die een iets gespierdere derde plaat voorspelt. Daartussen: een dozijn songs, evenredig gekozen uit de twee albums. Hier en daar kreeg een song extra potigheid aangemeten (“Our Town”), maar doorgaans bleef Mason trouw aan de vreedzame melancholie waarmee hij bekend is geworden. Het ontroerende “The World That I Wanted” was een eerste hoogtepunt en beloofde veel goeds.

Toch zou het even duren voor Mason echt op z’n gemak was: een kaal “We Can Be Strong”, single “Save Myself” en “Riptide” klonken prima, maar voegden weinig toe aan de albumversies. Het was bij het oudere “Fear No Pain” dat Mason zichzelf eindelijk begon te overstijgen. Een gezwollen “When The Leaves Have Fallen” lag, net als op de plaat, een beetje zwaar op de maag, al werd dat ruimschoots gecompenseerd door afsluiter “Oxygen”, waarschijnlijk nog steeds ’s mans beste song.

Even was er wat verwarring: Mason dacht dat er nog tijd was voor één song (een prachtige versie van “Hard Hand To Hold”), maar het publiek kreeg uiteindelijk ook nog “Where The Humans Eat” en een venijnige rocker getrakteerd. Geen van beide songschrijvers wist ons te overrompelen, al bleek Malin een uitstekende, ietwat theatrale performer, en Mason de songschrijver met hopen potentieel, waarvan we hopen dat hij ooit eens écht uit z’n schulp komt, met een moderne klassieker en al even indrukwekkende optredens.



DE FOTO’S









LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − 11 =