Jesse Sykes & The Sweet Hereafter :: Like, Love, Lust & The Open Halls Of The Soul

Country- en americanasongs die liggen te zonnen op het strand van
het ongebreidelde optimisme, het is meestal even onwaarschijnlijk
als een split-ep tussen Converge en Udo. De
muziek van Howe
Gelb
en Cat
Power
heeft geen sunblock nodig, de wolken van twijfel en
onzekerheid bieden voldoende schaduw. Jesse Sykes gaat al twee
platen lang een paar donkere steegjes verder en ook op haar derde
afscheidsbrief aan het idealisme bedekken treurwilgfolk en een dik
bladerdek van weemoed het licht van de oppervlakkige buitenwereld.
In haar zelfgecreëerde woud waart Sykes rond als een moegetergde
wolvin die roedelvorming iets voor watjes vindt en haar eigen weg
bewandelt. Haar rokerige gehuil likt ook op deze plaat aan de ziel
en de sobere americana fluistert je tragische verhalen toe als een
geest die maar geen rust kan vinden.

Doommetal-adepten zullen Jesse Sykes wellicht al kennen als de
zinkende schone die het niveau van Altar, de
collaboratie tussen Sunn O ))) en Boris, flink de hoogte in stuwde.
Ook haar werk met The Sweet Hereafter blinkt uit in de discrepantie
tussen een stijgende vormcurve en het wegzakken in het drijfzand
van het leven. ‘And will I find you there’, fluistert
Sykes in ‘Eisenhower Moon’, terwijl ze al lijkt te weten dat ze de
afspraak met het geluk weer zal missen. Meer ijle levensvragen
knijpen de strot dicht in het prachtige ‘The Air Is Thin’, waar een
met blazers en meeslepende backings gezegende finale voor mond op
mond-beademing zorgt. Denk aan het beste werk van Marianne
Faithfull en The
Magnolia Electric Co
en u zit dicht in de buurt van de donkere,
tranende kruidenwijn die Jesse Sykes schenkt.

De onweerstaanbaarheid van ‘Like, Love, Lust & The Open Halls
Of The Soul’ schuilt niet enkel in de beklemmende sfeer en de
moeras-teksten, de pogingen van gitarist/zanger/levensgezel Phil
Wandscher (ex-Whiskeytown) om de zieke zanglijnen van Sykes bij te
staan blijven ontroeren. Het lillende, met teervlekken bedekte
vlees van Sykes blijft onbereikbaar, maar Wandscher blijft
proberen. Gruizelige gitaarlijnen steken de hand uit in ‘Hard Not
To Believe’, maar de tekst spreekt voor zich: ‘I am naked, out
of reach/Silent and complete’
.

Sykes laat haar demonen niet enkel ontsnappen door de open poort
van de sobere, atmosferische arrangementen, er wordt soms zelfs
stevig gerockt. In het schijnbaar optimistische ‘You Might Walk
Away’ voelen de countrygitaren de waterval van emoties naderen en
ze beginnen dan ook behoorlijk te kolken. Beelden van het gekke
paard van Neil Young dat wild spartelt om het water niet aan de
lippen te laten komen, schoten door ons heen. Ook in de finale van
‘Station Grey’ worden de meanderende gitaarlijnen van stal gehaald
en ‘I Like The Sound’ klinkt als een opgejaagde vos die zich
probeert te verstoppen voor een aanstormende meute honden.

Laat u niet afschrikken door de intense melancholie van deze plaat.
Jesse Sykes & The Sweet Hereafter vullen de kamer immers met
prachtige, tragische verhalen waar ieder weldenkend mens nood aan
heeft en Sykes blijkt geen onbetrouwbare verteller. In haar
rokerige gefluister voelen we de pijn en hoewel de verlichting niet
schuilt in verschillende luisterbeurten, blijven we proberen.
‘Like, Love, Lust & The Open Halls Of The Soul’ wekt meer
empathie en levensvragen op dan tien afleveringen van ‘Koppen’ en
behoort daardoor nu al tot de steunpilaren van het muziekjaar
2007.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × drie =