Clap Your Hands Say Yeah :: Some Loud Thunder

Clap Your Hands Say Yeah: vorig jaar de grote belofte van de week, nu op de schopstoel, zeker nadat ze in de AB weggespeeld werden door hun voorprogramma. Faut le faire. Niet dat ze echt slecht geworden zijn, het nieuwe is er gewoon wat af en dan is hip muziekminnend Vlaanderen onverbiddelijk.

Zo ongeveer een jaar geleden schreven we u enthousiast, doch met de nodige reserves, over het vrij geweldige debuutalbum van Clap Your Hands Say Yeah. Intussen weer een jaartje ouder en dan ook meer geneigd tot scepsis en blasé sarcasme, waren we ervan overtuigd nu heel wat minder enthousiast over dat album te zijn. In het licht van het ander auditief moois dat in 2006 tot ons kwam, haalde Clap Your Hands Say Yeah zelfs ons eindejaarslijstje niet.

Het was pas door Some Loud Thunders verschijnen dat we herinnerd werden aan het nog niet echt oude debuut van Clap Your Hands Say Yeah. We vonden het een jaar geleden — tussen al het gehype door — “een album vol verrassingen en heerlijke muziekjes” en dat is Clap Your Hands Say Yeah (het album dus) nog steeds, zo leerde een vertwijfelde herbeluistering.

Vertwijfeld, want na enkele beluisteringen van Some Loud Thunder deed het album ons al niet zoveel meer (ondanks het enthousiasme na een eerste beluistering wegens meer samenhang en minder onnozeliteiten). Een ouder wordende recensent kan hypes een jaar later nog gemakkelijker doorprikken en moet dan even de existentiële crisis bezweren. Maar het debuut klinkt nog verrassend en vol heerlijke muziekjes, dus dat Some Loud Thunder nogal underwhelmed, is alleszins niet omdat de metaforische verrassing er al vanaf is.

Het album ìs gewoon een stuk minder verrassend. Niet zozeer omdat we het trucje al kennen, maar omdat de speelsheid van het debuut verdwenen is en het allemaal wat doordachter gek klinkt. Alec Ounsworth zingt nog steeds in een toonaard van eigen vinding en ook muzikaal blijft de groep niet voor een gat te vangen, maar de frisse ideeën lijken zo langzamerhand op.

De zang is dus semi-vals, er waait op de achtergrond wat gevarieerd gedrum af en aan en ook de melodietjes en synthesizers spelen nog steeds vrolijk haasje-over. Ze hebben hun sound geperfectioneerd, heet dat dan. En vier songs lang lijkt het daar ook op; de betere productie van “Love Song No.7”, “Some Loud Thunder” en “Mama, Won’t You Keep Them Castles In The Air And Burning?” doet goedkeurend baardstrijken. Ondanks het drammerige refrein (of misschien net daarom), valt het uiterst dansbare “Satan Said Dance” ook nog ontzettend mee. Het is na tien beluisteringen alleszins de enige song die echt herkenbaar blijft.

Maar dan is het vet dus van de soep, en begint CYHSY bijna pretentieus te worden. De grens tussen “leuk-speels-anarchistisch pingelen” en “intelligent-gezocht moeilijk doen” is op tracks als “Five Easy Pieces”, “Goodbye To Mother And The Cove” en “Yankee Go Home” wel heel dun geworden. En zo verdwijnen charme en luisterplezier in een brij van interessantigheid en doordrammerij.

We vinden het nog één keer alleraardigst, dat alternatief in zeven sloten tegelijk lopend gekweel, maar als album drie niet origineler uit de hoek komt, mogen ze dat wat ons betreft alvast Clap Your Hands Say Jaja Tis Al Goed noemen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − acht =