Damien Rice :: 9

De naam Damien deed me heel lang denken aan het duivelskind uit
‘The Omen’, origineel een film uit 1976 die dit jaar omwille van
een onheilspellende dag op de almanak (6-6-6) een overbodige
remake mocht
beleven. Pas in 2002 kreeg deze naam een andere inkleuring, want
dan stelde Damien Rice, een Ierse singer-songwriter die je in de
verste verte niet met satan in verband kunt brengen, zijn
debuutplaat ‘O’ aan de wereld voor. Het album leverde hem alvast in
zijn geboorteland de nodige roem en faam en veel centjes op. In
onze contreien werd hij pas écht opgemerkt toen ‘The Blower’s
Daughter’ werd gebruikt in de film Closer. Rice spendeerde
de volgende jaren aan het schrijven van de opvolger van zijn
succesvol debuut en sinds begin november kunnen we het resultaat
beluisteren.

‘9’ werd voorafgegaan door de prachtige single ‘9 Crimes’. Een song
die het vooral moet hebben van de stemmige samenzang met bandlid
Lisa Hannigan. Een nummer dat je eerst voorzichtig om aandacht
smeekt om je daarna bij je nekvel te grijpen en je vervolgens nooit
meer los te laten. Het lijkt de definitie van een classic en neem
het van mij aan: dit is een classic! Deze song is dan ook
verantwoordelijk voor de grootse verwachtingen die ik had bij deze
nieuwe plaat.

De single mag de plaat openen en daarna lijkt het alsof we het
beste al hebben gehad. ‘The Animals Were Gone’ had namelijk een
song van Leonard Cohen kunnen zijn, met het grote verschil dat
Damiens stem zelfs in de verste verte niet op die van Cohen lijkt
en dat fans van de bard Rice’s zielenroerselen eerder als puberale
poëzie zullen omschrijven. De song wordt verder ook nog opgesmukt
met de nodige strijkers, wat velen net een beetje té zullen vinden.
Maar mij zul je niet horen klagen over dit nummer, het is op en top
Damien Rice en een essentieel puzzelstukje op deze plaat.
‘Elephant’ mag dan zeer onopvallend beginnen, bijna fluisterend met
gitaar alleen, op het einde krijgt deze song de broodnodige
injectie om uit de vergetelheid te treden. En alhoewel we het
trucje met de zacht-luid-opbouw al vaak hebben gehoord, kunnen we
niet anders dan bekennen dat een cliché ook soms nog kan bekoren.
Eén van de hoogtepunten is ‘Rootless Tree’, dat meteen opvalt door
zijn memorabele ‘fuck you’-refrein. Verwacht hier echter
geen Rage Against The Machine toestanden, daarvoor klinkt Damien
wat te timide en braaf, het zorgt wel voor de nodige
afwisseling.

Rice’s hardere aanpak loont: ook in ‘Me My Yoke and I’ bewijst hij
dat je vaak maar twee lettergrepen nodig hebt om een pakkende
strofe te bedenken. De snijdende en opzwepende muziek doet de rest
en laat dit nummer boven zichzelf uitstijgen. Een song waarop je
zelfs kan headbangen, en geef toe, dat had niemand verwacht van
deze singer-songwriter. Play it loud!
‘Coconut skins’ zal dan weer folkliefhebbers bekoren. Ze krijgen er
op de koop toe nog een lekker ‘lalala’-refreintje bovenop. Het is
een klein stukje vrolijkheid dat verstopt zit tussen alle andere
songs. De laatste songs op ‘9’ zijn typische Rice-nummers: zacht en
een beetje zoet. In het slotnummer ‘Sleep Don’t Weep’ mag Lisa
Hannigan zich nog eens van haar beste kant laten horen waarmee de
cirkel rond is en wij vredig kunnen gaan slapen met de gedachte dat
Damien geen duivel is maar wel een getalenteerde singer-songwriter
waar we het laatste nog niet van hebben gehoord.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × drie =