Requiem




93 min. / D /
2006

Verleden jaar verscheen ‘The Exorcism of Emily
Rose’
in de zalen, een tamelijk onderhoudend horrorfilmpje dat
pretendeerde gebaseerd te zijn op waargebeurde feiten. Een Duitse
studente zou door verschillende demonen bezeten zijn geweest en
uiteindelijk, na jarenlang dag in, dag uit te zijn blootgesteld aan
exorcismen door een plaatselijke priester, zijn gestorven. Toen dat
verhaal werd naverteld in ‘Emily Rose’, incasseerde
men uiteraard zeer sterk op dat gegeven van bezetenheid. Er werd
nergens reële ruimte gelaten voor de mogelijkheid dat het
hoofdpersonage gewoon psychiatrische problemen had – de filmmakers
wilden de duivel aan het werk zien, en wel nù. Het resultaat
daarvan was op zich geen slechte Hollywoodcinema, maar het bleef
natuurlijk allemaal maar wat oppervlakkig gegriezel voor de
pubermeute. Cineast Hans-Christian Schmid vertelt nu in wezen
hetzelfde verhaal opnieuw, maar dan op een realistische manier,
wars van alle sensatiezucht.

Het is het begin van de jaren zeventig en Michaela Klingler
(Sandra Hüller) is een 21-jarig meisje dat ergens in een
godvergeten Duits boerendorp moet opgroeien met haar streng
gelovige ouders. Haar vader is een minzaam man die het beste met
zijn dochter voorheeft, haar moeder daarentegen lijkt bang te zijn
voor alles wat buiten haar eigen dorp ligt en verbergt zich achter
kruis- en Mariabeeld om zichzelf te beschermen. Wanneer Michaela
wil gaan studeren, zorgt dat dan ook voor grote problemen: niet
alleen weet iedereen natuurlijk dat de grote stad een oord des
verderfs is, maar ook lijdt Michaela al sinds haar jeugd aan hevige
epilepsieaanvallen. Na heel wat gezeur mag ze toch vertrekken, maar
al tijdens haar eerste jaar loopt het mis: de epilepsie keert na
lange afwezigheid weer terug en Michaela begint ook last te krijgen
van hallucinaties. Ze hoort stemmen die haar zeggen dat ze niet mag
bidden en wanneer ze een crucifix probeert aan te raken, verkrampen
haar spieren. Een ietwat slijmerige priester van haar dorp heeft al
gauw een diagnose opgesteld: bezetenheid.

Geen goed getimede bliksemschichten, geen demonen met diepe,
raspende stem, geen plots dichtvallende deuren in het donker,
helemaal niks bovennatuurlijks te vinden in ‘Requiem’. Hetzelfde
verhaal dat in ‘The
Exorcism of Emily Rose’
nog aanleiding gaf tot ietwat
voorspelbare Hollywood hocus-pocus, wordt hier herleid tot wat het
in zijn essentie altijd was: een drama over een meisje dat
psychologisch volkomen ten onder gaat, terwijl haar familie,
vrienden en priesters ofwel machteloos toekijken, ofwel het alleen
maar erger maken. We zien hier de geleidelijke mentale instorting
van een jonge vrouw die plotseling van onder haar stolp wordt
weggehaald en aan de echte wereld wordt geïntroduceerd. De manier
waarop die wereld contrasteert met het “Hallelujah”-gevoel van
thuis, gecombineerd met de stress van een universiteit en met haar
epilepsie, zorgt ervoor dat ze emotioneel en fysiek helemaal
instort.

In feite is die onafwendbare breakdown waar we getuige
van zijn, veel griezeliger dan eender wat dat de speciale
effectenafdeling van ‘Emily Rose’ in elkaar
kon knutselen. Schmid besteedt het eerste half uur aan het
zorgvuldig opzetten van Michaela’s leefwereld. Wanneer een
professor haar tijdens haar eerste les vraagt of ze gelooft in de
waarde van pedagogie, antwoordt ze, in al haar naïviteit, dat ze
gelooft in God. En er wordt gelachen, uiteraard. Kort daarna sluit
Michaela vriendschap met een veel meer vrijgevochten medestudente
en voor je het weet volgen daar de eerste duik in een meer, met
enkel nog ondergoed aan, het eerste feestje, het eerste vriendje.
Schmid toont op een perfect geloofwaardige manier hoe Michaela
steeds verder afwijkt van de benauwend religieuze wereld van haar
ouders, en eens we dat goed begrepen hebben, laat hij dat
veranderend karakter helemaal in elkaar storten. En dàt is
griezelig. Niemand neemt Michaela ooit bij de arm om haar naar een
psychiater te sleuren. Priesters die toch beter zouden moeten
weten, raden haar af om een dokter op te zoeken en houden het bij
een simpel “laat ons bidden”. En van haar ouders heeft ze al
helemaal niets te verwachten: haar moeder siddert en beeft voor de
duivel tussen de oren van haar dochter, haar vader staat erbij en
kijkt ernaar. Iedereen die de taak heeft om Michaela te beschermen,
laat haar in de steek of staat machteloos. En op die manier gaat de
neerwaartse spiraal steeds verder. (Het is overigens vreemd dat het
einde van die spiraal niet getoond wordt: de film eindigt in
medias res,
wat je als toeschouwer met een nogal bevreemdend
“hoe, is het al gedaan?”-gevoel achterlaat.)

Schmid bouwt dat fascinerende verhaal langzaam op: hij heeft een
erg sterk gevoel voor ritme, zodat hij enerzijds een rustige,
methodische film kan afleveren, zonder te vervallen in
langdradigheid. En ook zijn gevoel voor de tijdsperiode is nagenoeg
perfect: die seventies kleren, dat walgelijke behangpaper,
en die veel te logge meubels die iedereen in huis heeft: Schmid
weet zijn prent perfect aan te kleden, zodat de sfeer ervan haast
tastbaar wordt. Mooi kun je het niet noemen, maar het is wel
bijzonder authentiek in z’n bewuste lelijkheid.

Om nog meer intimiteit met de personages te creëren, gebruikt
Schmid ook continu een handgehouden camera, wat af en toe vaagweg
de geest oproept van een Dogmafilm (niet dat dit er één is). Die
stijlgreep is zowel een voor- als een nadeel. Enerzijds zit je de
personages natuurlijk erg dicht op de huid, anderzijds zijn er ook
momenten waarop je gewoon zou willen dat ze de camera eens twee
minuten stilhielden.

De regisseur heeft het duidelijk niet zo erg op de kerk
begrepen: het instituut wordt hier afgeschilderd als een
toevluchtsoord voor extremisten die duivels zien waar er enkel
vreemde hersenkronkels aanwezig zijn. En bovendien is het voor een
groot deel de extreme gelovigheid van Michaela’s ouders die voor de
miserie zorgt. Dat is een eenzijdige benadering, die eigenlijk best
genuanceerd had mogen worden met een “goede” priester, maar goed,
ik veronderstel dat je van pastoors in kleine dorpen van niet
teveel moet schrikken. Blijft daar het feit dat de zieleherders in
deze film het martelaarschap aan Michaela voorhouden als
benijdenswaardig doel in het leven: mogen sterven voor het geloof
is schijnbaar een grote eer.

Sandra Hüller levert een tour de force-prestatie als Michaela:
ze weet de falling down van haar personage perfect
geloofwaardig op te bouwen. We zién haar gewicht verliezen over de
loop van het verhaal, haar blik wordt steeds wanhopiger. Tegen het
einde zorgt ze op haar eentje zelfs voor een oprecht kippenvel
moment, wanneer ze in een vlaag van “bezetenheid” zich opsluit in
de keuken en tegen haar ouders tekeer gaat. De intensiteit die ze
op dat moment uitstraalt, suggereert een actrice die ver, zéér
beangstigend ver in haar rol is opgegaan.

Na de Hollywood-kinderversie nu dus de versie voor volwassenen.
Soms is hij wat eenzijdig in z’n mentaliteit tegenover de kerk, ja,
en vooral het einde komt wel zéér abrupt in de film gevallen, maar
de prent is wel beklijvend, geloofwaardig en psychologisch grondig
doordacht.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 1 =