You Only Live Twice

Eigen aan elke lang lopende filmreeks is dat je er af en toe
iets nieuws tegenaan moet gooien om te vermijden dat het hele ding
naar mottenballen gaat ruiken. Na vier steeds populairdere films,
zagen de makers van de James Bondreeks zich geconfronteerd met de
vreselijke vraag: “En wat nu?” Grootschaliger dan ‘Thunderball’ konden ze
op dat moment vrijwel onmogelijk gaan, gekker dan ‘Goldfinger’ konden ze
het scenario onmogelijk krijgen. Alle traditionele elementen van de
reeks zaten op hun plaats, Sean Connery was een rots in de branding
als Bond, maar waar konden de makers nog naartoe zonder de indruk
te geven in herhaling te vallen? Er werd gezocht naar antwoorden –
een nieuwe regisseur, Lewis Gilbert, werd erbij gehaald, en voor
het script werd zowaar rasverteller Roald Dahl opgetrommeld – maar
uiteindelijk kon niemand vermijden dat ‘You Only Live Twice’,
nummer vijf in de serie, serieus te lijden had aan metaalmoeheid.
De sets zijn indrukwekkend als altijd en de ninja’s komen met
trossen door het plafond gestormd, maar je kijkt ernaar en je
krijgt een zeer hevig déjà-vu gevoel. Been there, done
that.
‘You Only Live Twice’ is Bond op herhaling.

Het verhaal begint met een aantal spacejackings: een
Amerikaans ruimtetuig wordt letterlijk opgeslokt door een groter
gevaarte van onbekende oorsprong. Vanzelfsprekend worden de Russen
van de sabotage verdacht, maar de Britten hebben een ander idee.
Radarbeelden tonen aan dat het vijandige ruimteschip ergens uit
Japan afkomstig was, en James Bond krijgt de opdracht om de zaak te
onderzoeken. Hij neemt contact op met de Japanse geheime dienst, en
tussen het nuttigen van wodka martini’s en het bepotelen van
Aziatische schonen door, komt hij erachter dat snode organisatie
Spectre als vanouds achter de misdaden zit. Door eerst een
Amerikaans en daarna een Russisch ruimteschip te stelen, wil hij
een oorlog ontketenen tussen de twee grootmachten.

Geschreven door Roald Dahl of niet, dat is een typisch
Bondverhaaltje. Eén van de grootste teleurstellingen van ‘You Only
Live Twice’ is juist dat een schrijver die bekend staat om de
manier waarop hij traditioneel materiaal (kinderverhalen, sprookjes
enzovoort) wist te perverteren tot iets dat veel interessanter was,
hier toch in de pas gaat lopen van z’n voorgangers. Het literaire
wereldje van Roald Dahl is een ontregeld universum, waarin heilige
huisjes enkel dienen om omver te stampen. Lees bijvoorbeeld zijn
‘Revolting Rhymes’, waarin Roodkapje de drie biggetjes neerschiet
en handtasjes van hen maakt – leuk, geestig. En dan kreeg hij de
kans om de James Bondreeks een frisse wind mee te geven, en hij
valt toch weer in het stramien van de vier vorige films. Het is een
brave herkauwing van wat we al hebben gezien, en om zoiets te maken
heb je geen Roald Dahl nodig. Blofeld wil de wereld opblazen en
ontwikkelt daarvoor een plan dat zo absurd veel geld moet kosten om
uit te voeren dat je je afvraagt hoe het ooit rendabel zou kunnen
zijn. Een tip voor alle misdadigers van deze wereld: zo gauw je
voldoende geld hebt om een vulkaan uit te hollen en vandaar
ruimtelanceringen te doen, is er geen enkele reden meer om nog aan
misdaad te doen. Dan heb je officieel geld genoeg.

Lewis Gilbert zou later nog ‘The Spy Who Loved Me’
en ‘Moonraker’
regisseren, respectievelijk één van de beste en verreweg de
slechtste van de hele serie. Ten tijde van ‘You Only Live Twice’
was hij vooral bekend als regisseur van ‘Alfie’, een destijds
baanbrekende komedie met Michael Caine over een niet geheel
sympathieke rokkenjager. Gilbert had nog nooit een actiefilm
geregisseerd en dat zie je. De ontmoetingen tussen Bond en zijn
meisjes, en de confrontatie tussen hem en Blofeld op het einde,
werden goed aangepakt – zolang het maar met dialoog te maken heeft,
weet Gilbert wat hij moet doen. Maar zo gauw de film omslaat naar
actie, wordt zijn aanpak onzekerder en maakt hij een paar verkeerde
keuzes. Zo krijgen we ergens halverwege de film een scène waarin
Bond door zo’n tweehonderd slechteriken achterna wordt gezeten en
probeert te ontsnappen over de daken van de havenbuurt. We krijgen
één lang helikoptershot waarin we Bond als een zwart stipje over
de daken zien hollen. De slechteriken zijn stipjes in andere
kleuren, die zeer bereidwillig automatisch neervallen zodra Bond in
een straal van tien meter van hen komt. Door een dergelijke afstand
te nemen van de actie, verhindert Gilbert dat we erbij betrokken
kunnen raken, en legt hij ook een pijnlijke nadruk op de
absurditeit ervan: Bond hoeft maar in de buurt te komen of de
Japanse huurmoordenaars geven de pijp aan Maarten. Natuurlijk is de
actie in élke Bondfilm in feite even onnozel, maar juist daarom
moet je als regisseur wel oppassen hoe je die actie in beeld
brengt.

Er zijn natuurlijk ook leuke dingen aan ‘You Only Live Twice’:
befaamd production designer Ken Adam is ongelooflijk uit z’n bol
gegaan met z’n uitgeholde vulkaan en er wordt effectief gebruik
gemaakt van de Japanse setting. Bovendien is er nog steeds Sean
Connery, blinkend van zelfvertrouwen als Bond, en vooral Donald
Pleasence, wereldberoemd B-acteur, die hier voor het eerst het
gezicht van Blofeld laat zien. Waarom ze hem niet gevraagd hebben
om Blofeld ook in de volgende films te blijven spelen, is mij een
raadsel, want de man lekt werkelijk charisma uit elke porie. Niet
dat hij zo’n goed acteur was – zie ook zijn optreden in
duizend-en-één rotslechte slasherfilms uit de jaren zeventig en
tachtig – maar hij was één van de beste slechte acteurs ter
wereld.

Hier en daar zijn er dus wel plezierige dingen te vinden in ‘You
Only Twice’, maar al bij al is dit wel de eerste keer dat de
Bondreeks in een impasse terecht was gekomen. De vroege periode van
‘Dr No’ tot
‘Thunderball’
was afgelopen en niemand wist hoe het nu verder moest. Dus deden ze
nog maar eens hetzelfde opnieuw, met weinig spectaculaire
resultaten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 − zes =